Een einde met een knipoog

Kalmthout, Studio Vandersteen. Terwijl het bureau van zijn opvolger Marc Verhaegen overwoekerd wordt door allerhande schetsen en potloodtekeningen, is Paul Geerts werktafel nagenoeg leeg. In de kamer zelf doet, behalve een foto van Willy Vandersteen en een kleurrijk Suske en Wiske-beeldje, nagenoeg niets aan Vlaanderens olijkste belhamels denken. De pensioengerechtigde Geerts, die al die tijd in loondienst werkte en geen enkel recht heeft verworven op de Vandersteen-figuren, is een tevreden man, zo zal hij later zeggen. Hij heeft in de afgelopen 34 jaar, sinds De Gekke Gokker, getracht zoveel mogelijk de geest van zijn vriend en leermeester in zijn werk te stoppen. Ondanks de aanhoudende kritiek van de afgelopen jaren mag hij voldaan terugblikken.

"Ach, er zal altijd wel kritiek blijven," relativeert hij. "Dat was niet anders in de tijd van Vandersteen. En wie bepaalt overigens wat goed of slecht is? Ooit kreeg ik in De Standaard een positieve kritiek op De Natte Navajo. 'Eindelijk nog eens een echte Vandersteen', klonk het. Welnu, ik vond het zelf een rotalbum. Tegen de toenmalige uitgever Manu Van Treek zei ik: 'Manu, mocht ik uitgever zijn, dan zou ik het niet uitgeven (grijnst). Zo zie je maar..."

Even later neemt hij met een geheimzinnige grimas een vergeeld schriftje uit een lade. "Mijn overurenboekje," luidt het trots. "Ik heb het al die tijd bijgehouden. Hierzie, kijk, één van mijn eerste werkdagen: 8 januari 1968. Toen heb ik vier overuren gemaakt bij het tekenen aan de serie 'Jerom', besteld voor de Duitse markt. Aan het einde van de maand waren het er al 72. Vanaf dan had ik elke maand meer dan zeventig overuren. Maar ik heb nooit geklaagd. Nooit. Ik deed het te graag."

Het tempo was hels, onmenselijk zelfs, geeft ook Geerts toe. Als hem voorzichtig, bijna laconiek wordt gevraagd naar het aantal maagzweren dat hij in die tijd heeft gehad, antwoordt hij prompt: "Drie, verdomd. Drie serieuze. Maar daar had ik helemaal geen tijd voor." Voor alle duidelijkheid: Geerts schreef en tekende in 32 jaar 115 verhalen. "En dat zijn er meer dan Vandersteen zelf."

Als je terugkijkt op al die verhalen, waarin zit dan het grote verschil met de mentor?
Paul Geerts: "Het begint al bij het feit dat we twee verschillende persoonlijkheden zijn. Niet dat dat een probleem was, want we voelden elkaar erg goed aan en de relatie werkgever/werknemer groeide snel uit tot een hechte, loyale vriendschap. Maar in al die jaren heb ik gemerkt dat ik wat sentimenteler ben, wat romantischer ook. Nu ik me terugtrek, hoor ik steeds vaker zeggen dat ik makkelijk de gevoelige snaar kon raken. Die opmerking zint me wel. Weet je, ik denk dat ik een filantroop ben, een mensenvriend. Ik word veel liever teleurgesteld in mensen, dan dat ik kwaad word."

Vandaar dus die zeemzoeterige, moralistische aanpak.
"Maar Vandersteen was ook moralistisch. Hij is daar echter nooit op aangesproken. Maar kijk eens naar De Snorrende Snor. Op het einde daarvan staat in dikke letters: "Bemint elkander!" Kun je nog moralistischer zijn? En de boodschap in De Nerveuze Nerviërs? Ik wil nog andere albums opnoemen, hoor."

Iets anders: in De Standaard zei uw opvolger Marc Verhaegen laatst 'niet te tekenen voor nostalgische veertigers'. Daarmee geeft hij duidelijk aan dat hij er een kinderstrip van wil maken?
"(Verbaasd) Zei hij dat? (Even stil) Nu, dat is voor zijn rekening. Maar Marc is nu eenmaal een andere man dan ik en dat zal wellicht ook resulteren in een andere aanpak. Jaren geleden al werd ik gewaar dat hij meer verantwoordelijkheid wilde. Langzaamaan kreeg hij die ook en werd zijn deel in het schrijven van verhalen en het tekenen groter. De laatste twee jaar hebben we de rollen omgedraaid: ik liet Marc zijn gang gaan en was eerder assistent van hem dan andersom."

Waarin verschilt zijn aanpak van de uwe?
"Ik ben nogal behoudsgezind. Dat is misschien ouderwets. Misschien is het in deze veranderde maatschappij zelfs niet goed voor de moderne jeugd, dat weet ik niet. Maar ik kan me moeilijk voorstellen dat Vandersteen of ik Lambik een album lang naakt zouden laten rondlopen. (Geerts doelt op het album 'De Blote Belg'; gdw)"

Of Wiske uitrusten met een paardestaart, Buffalo-schoenen, mini-rokje of gsm. Of nog straffer: Suske en Wiske trouwen of Sidonia dementeert.
"(Grijnst) Je hebt ons wat aangedaan. Toen die berichten in De Morgen verschenen, hingen wekenlang vanuit heel Vlaanderen en Nederland tv-stations, radio's, dag- en weekbladen aan de lijn met de vraag of we een en ander wilden toelichten. Vreselijke tijd, maar we hebben er wel iets van geleerd: dat Suske en Wiske nog altijd extreem populair zijn. Op de een of andere manier eigent iedereen zich die figuren toe of neemt ze op in zijn collectief bewustzijn. En als er dan iets aan veranderd wordt, tsja, dan lijkt het wel of je het culturele erfgoed van Vlaanderen hebt aangepakt."

Maar wat vond je er zelf van?
"Hmm, ik heb er altijd over gewaakt Suske en Wiske in de geest van Vandersteen voort te zetten. Jarenlang was ik ermee bezig me te vervinden met zijn schrijfstijl, om het te kunnen opnemen als een spons. Op toilet, in bad... elke minuut van de dag was ik ermee bezig."

Hallo? De vraag was...
"Jaja, ik wijk af, ik weet het. Wel, eerlijk, toen ik De Europummel van Erik Meynen en Marc Verhaegen las, was mijn eerste opmerking dat ik de dialogen en grappen wel leuk vond, maar dat het verhaal wat aan de magere kant was. Dat mag ik zeggen, want dat heb ik hen ook verteld. Weet je, op verzoek van Marc hebben we bij de kinderen een enquête laten rondgaan met de vraag wat ze het liefst lazen in Suske en Wiske. Op de eerste plaats stond 'humor', op de tweede 'avontuur'. Daar moeten we rekening mee houden. We hebben de laatste jaren heel wat actualiteit in de albums gestoken, denk maar aan De Vos Reynaerde die Dutroux voorstelde of het album over Doel en de Koeiencommissie, maar 'actualiteit' haalde in die enquête slechts de achttiende plaats. Ook daar moeten we rekening mee houden."

Toen de nieuwe look te grabbel werd gegooid, zei u dat Vandersteen zich in zijn graf zou omdraaien.
"(Voorzichtig) Hmm, dat was een slip of the tongue. Ik heb me dat in een onbewaakt ogenblik laten ontvallen, maar toen was het te laat. Dat heeft men me ook kwalijk genomen hier. Maar ik ben niet de enige die beslis wat er met Suske en Wiske dient te gebeuren. En eerlijk is eerlijk: de oplage is weer aan het stijgen. Schoorvoetend, weliswaar, met zo'n 5 à 6 procent per jaar."

Er is de laatste jaren wel heel wat kritiek geweest op Vlaanderens populairste belhamels. En de beschuldigende vinger wees vooral naar u.
"Mensen vergeten wel eens dat de jeugd snel evolueert. Om te beginnen bleven we vroeger veel langer kind en hadden we niet zoveel omhanden. Nu zijn er games en internet, waar de jeugd zich op stort. En toch blijven we het redelijk goed doen. Anno 2002 moeten we met een boekje van 150 frank opboksen tegen kleppers als Gameboy en Playstation. En vergeet niet: ik heb in mijn jarenlange staat van dienst de oplage van 100.000 naar 400.000 gekregen. Maar dat het de laatste jaren naar driehonderdduizend is afgegleden, is dus niet enkel aan ons te wijten. Er spelen meerdere factoren mee."

Eind 1993 kreeg u gezondheidsproblemen. Men ontdekte een gezwel in uw hoofd. Niettemin ging de productie een jaar lang onafgebroken door. Alles verscheen netjes op tijd. Hoe kon dat?
"Toen ik de neurochirurg vroeg of het kwaadaardig was, werd hij even stil. 'Paul,' zei hij, 'ik zie eerlijk gezegd niemand in België in staat dat gezwel te verwijderen.' Het zat midden in het centraal zenuwstelsel. Enkel een select groepje van zo'n veertig neurochirurgen, verdeeld over de hele wereld, zou zo'n operatie kunnen en willen uitvoeren. Vanuit België hebben ze dan de moeite gedaan mijn dossier internationaal rond te sturen. Er werd op gereageerd, ja. In Zwitserland betrof de wachttijd anderhalf jaar. Die tijd had ik niet. Uiteindelijk kozen we voor Italië. Wachttijd: 'slechts' zeven maanden voor een operatie die, zo kwam ik te weten toen ik later de briefwisseling tussen mijn huisarts en chirurg onderschepte, een mortaliteitsrisico van 23 tot 25 procent inhield. In die zeven maanden voor mijn vertrek naar Piacenza heb ik dag en nacht gewerkt aan Suske en Wiske. Het was bikkelhard! Ik stond 's morgens om drie uur op, reed naar de studio, trok daar rond vijven de deur achter me dicht en ging thuis verder werken aan de verhalen en tekeningen. De laatste dag op de studio, vlak voor mijn vertrek, had ik negen maanden voorsprong op de productie. Ik kon met een gerust hart vertrekken."

Was Suske en Wiske dan belangrijker dan uw eigen gezondheid?
"Het klinkt vreemd, maar ik kon het niet van me afzetten: ik draag - of droeg! - een zware verantwoordelijkheid. Drieëntwintig jaar geleden heb ik Vandersteen beloofd me in te zetten voor Suske en Wiske. Willy had vertrouwen in mij, en ik heb die taak ter harte genomen. Maar toen ik geopereerd moest worden, dacht ik steeds maar: wat als ik sterf? Wat dan? Hoe loopt het dan af met de studio? Marc was toen niet klaar om zomaar de productie over te nemen, dus wat doe je dan?!"

Kon u door al dat werk dan uw angst afschudden?
"Ik had geen angst. Echt niet, nooit gehad. Al die tijd werd ik ginder begeleid door een bevriende professor van het Universitair Ziekenhuis. Toen hij me vroeg of ik angst had, zei ik steeds maar:'Ik heb vertrouwen'."

Even iets anders: wat zijn in die 34 jaar tijd uw lievelingsalbums geworden?
"De Edele Elfen, het tweeluik rond Irian Jaya, De Rinoramp en De Zeven Schaken, waar ik mijn vriend Vandersteen in opvoer. Al die albums maakte ik buiiten de uren, in alle rust. Zo ontstond ook De parel in de lotusbloem, waar ik de beste herinneringen aan bewaar. Dat verhaal tekende ik speciaal als geschenk aan mijn vriend Vandersteen. Het is tot nog toe ook de best verkochte Suske en Wiske met 600.000 exemplaren. En ook Angst op de Amsterdam blijft me bij, omdat Bob De Moor me er indertijd een compliment over heeft gegeven."

Blij dat het erop zit, eigenlijk?
"Eigenlijk wel, ja. Ik zal nooit voor honderd procent van de figuren afscheid kunnen nemen, maar ergens ben ik wel opgelucht. Weet je, ik ben niet meer zo stressbestendig als vroeger. Samen met Marc moest ik zorgen voor de verhalen en tekeningen van vier albums per jaar, we moesten covers maken, dunnere promoalbums, de merchandising. Mijn god, we hadden de controle op behangpapier, kussens en slopen, vloermatten, bekers, potloden... 's Avonds was ik kapot. En met zo'n hels tempo op de achtergrond wordt van je verwacht creatief te blijven, terwijl zoets net moordend is voor je creativiteit. Maar toch denk ik dat ik het beste van mezelf heb gegeven. Niettemin voel ik me, nu het voorbij is, ook goed. Al die tijd van de wereld behoort mij nu toe. Ik ga tot midden juni nog interviews geven en feestjes verslaan, maar dan zal het afgelopen zijn, op wat pr na. Dan ga ik me met schilderen bezighouden. Waterverf, aquarel, portretten... dat is nu mijn ding. Mijn eerste expositie vorig jaar was een leuke ervaring. Dit jaar doen we het dunnetjes over. We zien wel wat het wordt."

Mag ik knipogen en 'einde' zeggen?
"(Lacht) Ja, doe maar. Dat lijkt me nu wel gepast. Laten we het erop houden dat het een knipoog is die een einde aanduidt van een boeiend leven, maar evenzeer het begin aankondigt van een rijk en gevuld vervolg... én een leuke vrijetijdsbesteding."

Paul Geerts exposeert met zijn schilderwerk (voor de goede orde: geen Sus en Wis-taferelen) van 30 juni tot 19 augustus in de Valckenaere in Lissewege (op vier kilometer van Zeebrugge).