Van 28 tot 31 januari
liep in Angoulême het jaarlijkse stripfestival. Ook dit jaar zat Focus Knack-stripkenner Gert Meesters op de eerste rij om dit
evenement toe te lichten via zijn
blog.
Via deze pdf verneemt u welke strips genomineerd werden. Ieder album wordt kort toegelicht.
Alles en nog veel meer vindt u via deze link:
>> www.bdangouleme.com
>> officiële
selectie 2010
>> Blog Gert Meesters vanuit Angoulême
Hieronder geven we nog het interview mee dat Gert Meesters had met Blotch, dit jaar dus de festivalvoorzitter van Angoulëme. Lees en geniet!
“Ik heb meer succes bij de vrouwen dan in de boekhandel”
Het stripfestival in Angoulême viert zijn 37e editie met alweer twee Vlaamse genomineerden, Nix en Judith Vanistendael. De grote ster van het festival is echter Blutch – Christian Hincker voor de burgerlijke stand. De virtuoos van de levendige tekening mag dit jaar het festival voorzitten. “Ik ben een muzikant voor muzikanten.”
Elk jaar wordt in Angoulême de Grote Prijs
van de stad uitgereikt, zowat de hoogste eer die een stripauteur in zijn
carrière kan behalen. De editie daarop mag de gelukkige het festival en de
prijzenjury voorzitten. De meeste winnaars van de Grote Prijs zijn bekend en populair, maar vorig jaar won de relatief obscure
Blutch (42). Van hem was toen nog maar één boek in het Nederlands te
verkrijgen, en dan nog het vervreemdende Rapido
Moderna.
Toch zat die bekroning eraan te komen. Al in 1998 maakte de toenmalige président van het festival, de in Frankrijk erg populaire Daniel Goossens, een hoekje vrij om werk van de jonge Blutch te tonen. Bij zijn collega’s zijn het tekengemak en de elegantie van zijn trefzekere lijnen legendarisch. Tijdens de jaarlijkse stripconcerten op het festival, waarbij auteurs live tekenen onder muzikale begeleiding, is Blutch steevast de ster. Zelfs onder tijdsdruk lijkt het alsof hij geen foute lijn op papier kán zetten. Vorig jaar kreeg hij niet alleen de Grote Prijs van zijn vakgenoten, maar van een gelegenheidsjury ook nog een Essentiel, een albumprijs.
De laatste maanden ontdekken ook Nederlandstalige uitgevers zijn werk. Het tweeluik Blotch, waarin Blutch zichzelf en zijn directe collega's als een bende vadsige parvenu's ten tijde van het interbellum in Parijs afschildert, is net vertaald. Binnenkort volgt het eerste deel van zijn semi-autobiografische strip De kleine Christiaan. Op de identiteitskaart van de Elzasser staat immers Christian Hincker. Zijn nom de plume leende hij van de laffe korporaal uit De Blauwbloezen.
Vreemd dat iemand met jouw artistieke oeuvre zijn pseudoniem uit zo'nklassieke strip haalt.
Blutch: Simpel: ik heb die naam niet zelf gekozen. Mijn schoolvrienden zijn
me zo beginnen te noemen toen ik een jaar of dertien was. Op die leeftijd waren
we natuurlijk fans van De Blauwbloezen.
Blijkbaar vonden ze dat ik niet alleen fysiek wat van Blutch weg had, maar ook
psychisch. Na een tijd noemde iedereen me zo, mijn ouders incluis. Dus heb ik
die naam ook maar gebruikt toen ik mijn eerste strips publiceerde.
Je hebt op het vorige festival van Angoulême twee belangrijke prijzen tegelijk weggekaapt. Een duwtje in de rug van de stripprofessionelen?
Blutch: De Grote Prijs was een absolute verrassing. Ik ben waarschijnlijk de eerste winnaar die niet veel succes heeft — in de boekhandel welteverstaan, bij de vrouwen valt het wel mee. (Lacht)
Ik heb veel minder lezers dan vorige winnaars zoals Lewis Trondheim, Zep of Dupuy & Berberian. Toegegeven, José Muñoz twee jaar geleden was vergelijkbaar. Zoals men vroeger in de jazz zei: wij zijn muzikanten voor de muzikanten. Onze collega's appreciëren ons meer dan het publiek. Enfin, nu bevind ik me daardoor in een vreemde positie. Ik vind de functie van président van het festival wel een eer, maar ze brengt meer verplichtingen mee dan plezier.
Stoort het je dat het grote publiek je niet kent?
Blutch: Ik heb daar zelf totaal geen invloed op. Ik heb ook geen meesterlijk plan om hen te bekeren: blijkbaar is het aantal mensen dat mijn werk wil lezen beperkt. Ik lijd daar niet onder, want ik heb het geluk om al heel lang de vrijheid te hebben om te doen wat ik wil, en hoe ik het wil. Ik kon meteen van mijn strips leven, en mag dus niet klagen.
Nooit aan gedacht om een klassieke reeks te maken?
Blutch: Als lezer houd ik erg van series, maar als auteur heb ik er de discipline niet voor. Ik wil niet zo lang hetzelfde maken, ik wil dat de dingen in beweging blijven. Zo loop ik in elk geval niet het risico mee te maken wat sommige collega's me signaleren: dat ze zich opgesloten voelen door het succes van hun reeks.
Jouw
stijl kan sterk verschillen van boek tot boek. Denk je daar vooraf over na?
Blutch: De inhoud van het boek dicteert me de stijl. Trouwens, ik vind niet
dat mijn tekenstijl radicaal verandert. Al kunnen wel de hoeveelheid zwart en
arceringen verschillen, waardoor de tekening een heel andere indruk geeft. (Lange stilte) Ik weet niet hoe ik het
moet uitleggen, maar ik moet als auteur vooral mezelf overtuigen van wat ik aan
het tekenen ben. Ik praat veel tegen mezelf als ik teken. Ik ben de eerste
lezer van mijn werk en als ik teken, stel ik alles in het werk om mezelf in het
verhaal te laten geloven. Het gebruik van zwartvlakken of arceringen is dus
mijn onhandige manier om mezelf ervan te overtuigen dat mijn verhaal er staat.
Natuurlijk zijn die stijlkeuzes min of meer bewust. (Stilte) Kijk, vijftien jaar lang heb ik met pen getekend, tot en met mijn strip Péplum. Nu gebruik ik al een hele tijd penselen en balpennen. Als ik een zeldzame keer nog eens een tekening met pen probeer, krijg ik er niets goeds meer uit. Alsof het een instrument is dat ik al tien jaar lang niet meer bespeeld heb. Al het gevoel is eruit. Verschrikkelijk is dat.
Er zijn erg veel manieren om een idee in een tekening om te zetten. Soms krijg ik de ingeving om iets anders te doen, om bijvoorbeeld met kleur en pastelkrijtjes te werken. Soms vereenvoudig ik mijn tekeningen sterk. Dat hangt dan af van de sfeer en de omgeving die ik aan het tekenen ben.
Gebeurt
het soms dat je voor één verhaal verschillende stijlen uitprobeert?
Blutch: Uitproberen kun je dat niet echt noemen. Ik begin aan een boek en
dan gebeurt het wel eens dat ik zie dat het op die manier niet werkt. Dan begin
ik helemaal opnieuw. Meestal ben ik dan nog niet zo ver gevorderd, maar toch.
Het is een kwestie van instinctief aanvoelen. Ik kan het niet onder woorden
brengen.
Je
staat bekend als een heel snelle tekenaar. Je bent een van de weinigendie live voor publiek vlug iets deftigs op papier
krijgen.
Blutch: Ik kan snel tekenen omdat het geen belang heeft voor mij. Een
geslaagde tekening of niet, daar ben ik niet mee bezig. Ik zet mezelf niet
onder druk en net daarom lukt het. Dat klinkt misschien wat pretentieus, maar
ik teken ook al continu sinds ik heel klein was. Op een Concert de dessins hoort het erbij dat je af en toe iets beneden je
normale niveau tekent. Als ik dat achteraf terugzie, vind ik het bijna altijd
verschrikkelijk. Toch stoort me dat niet.
De vergelijking met een muziekinstrument steekt dus weer de kop op.
Blutch: Precies. Ik vertolk iets, denk er niet te veel over na en laat alle mogelijke angsten achter me.
Je
bent ook bekend als illustrator. Geen plannen om daarvan een boek uit te
brengen?
Blutch: Mijn laatste boek bij Futuropolis, La beauté, is een boek met tekeningen zonder tekst. Ik vind het
echter belangrijker om illustraties te blijven maken dan boeken ervan uit te
brengen. (Lacht) Voor mijn expo op
het festival heb ik wel enkele losse tekeningen geselecteerd die ik met
pastelkrijt en kleurpotlood heb gemaakt, maar voor mij blijft dat werk nog
intiem en privé. Ik ben er nog niet klaar voor om het op de wereld los te
laten. Over enkele jaren krijgen mijn lezers ze misschien te zien.
Als
illustrator heb je wel al een mooipalmares: niet
iedereen kan zeggen dat hij voor 'The New Yorker' heeft getekend.
Blutch: Dat klopt, maar ik kijk helemaal anders naar zulke illustraties.
Dat is werk in opdracht, en het draait nooit helemaal uit zoals ik het zou
willen. Daarom doe ik zo'nwerk ook bijna niet meer.
Ik maak wel nog grafisch werk waarbij ik meer vrijheid heb, zoals de cartoons
die ik de voorbije twee jaar voor Le
Figaro Littéraire heb gemaakt. Dat vond ik heel plezierig. Die tekeningen
zullen trouwens ook in mijn tentoonstelling tezien
zijn. Ik wil daar veel dingen laten zien die niet in boekvorm beschikbaar zijn.
Om
het nog even over je verhaallogica te hebben: volgens mij maak je twee soorten
boeken. In het tweeluik 'Blotch'
verloopt het verhaal vrij klassiek met veel aandacht voor de humor, terwijl je
in 'Rapido Moderna' experimenteert
met de verwachtingen van de lezer.
Blutch: Dat heb je goed gezien. Ik volg twee grote richtingen in mijn werk.
In een boek als Blotch volg ik de
richting van de humor en de satire — al doe ik geen parodieën als nepwesterns
en valse politieseries meer. De tweede richting draait om de droom: Rapido Moderna en La volupté zijn allebei een verkenning van de droom als narratief
principe, een beetje zoals de surrealisten het zagen. Daarbij vertrek ik niet
van echte dromen, maar probeer ik de droomlogica te imiteren door dingen die
normaal niet bij elkaar passen te verenigen. Je slaat een bladzijde om en je
hebt geen idee wat erop zal volgen. Ik vind dat soort vertelling heel moeilijk,
en eigenlijk ben ik nog niet in mijn opzet geslaagd. Het is heel delicaat. In
die strips zit niet echt een verhaal, net dat trekt me sterk aan. Om die reden
houd ik ook van de films van Fellini of van Godard, of van schilderijen zonder
betekenis. Ik ben daar al heel lang gevoelig voor.
Laat
je je dan leiden door het moment?
Blutch: Ik improviseer nooit, ik schrijf alles eerst uit. Toch kan ik op
het laatste moment soms hele stukken herschrijven, omdat een personage, een
situatie of een decor me intrigeert. Ik begin meestal eerst te schrijven, maar
moet toegeven dat ik bijna meteen ook begin te schetsen. Het gebeurt min of
meer tegelijk.
Elke
voorzitter vult zijn functie op zijn eigen manier in. Hoe ga jij je inbreng
tonen?
Blutch: In elk geval niet in de organisatie. Daar zijn professionals mee
bezig, en ik voel me niet geroepen om me daarmee te bemoeien. Ik zit vooral
achter enkele evenementen op het programma. Mijn eigen tentoonstelling
natuurlijk, maar ik heb ook het initiatief genomen voor exposities over
cartoons en over Fabio Viscogliosi,
een fenomenale auteur die nog te weinig bekend is bij het publiek. Ik vond het
natuurlijk ook een goed idee om een tentoonstelling over De Blauwbloezen te organiseren - dat was ik aan mijn pseudoniem
verplicht. En ik ga de prijsuitreiking presenteren,
samen met Franky Baloney van het
blad Ferraille. We gaan het op zijn
Amerikaans doen, in smoking. Het is een prima gelegenheid om plezier te maken.
Ik weet wel dat veel auteurs en uitgevers zich dan opvretenvan de stress, maar we moeten het nu ook weer niet te ernstig opvatten. Kort en
goed, snel en met punch, dat willen we proberen.
GRAS IN ALLE SOORTEN EN MATEN
Vorig jaar was het werk van Blutch te zien op het festival van Cannes én in de cinema. Hij maakte immers deopvallende affiche voor de gelauwerde film 'Les Herbes Folles' van Alain Resnais.
Een moeilijke opdracht?
Blutch: Het basisidee had ik meteen, en dat zie je ook op deuiteindelijke affiche. Nadat de producer het had goedgekeurd en het concept aan Resnais had voorgelegd, heb ik nog maanden met Resnais aan de definitieve versie gewerkt. Zo had ik een nachtelijke versie, eentje met gemaaid gras, eentje met lang gras... ik had er een boek mee kunnen vullen als ik niet altijd op hetzelfde papier had gewerkt. Ik veegde de vorige versie uit en begon opnieuw. Er is dus maar één tekening overgebleven. Voor mij was samenwerken met Resnais ongelofelijk.
Had je de film gezien voor je aan deaffiche begon?
Blutch: Ik had het scenario gelezen en foto's gezien. En ik wist ook al heel wat over Alain Resnais en zijn andere films. Later heb ik natuurlijk de film zelf gezien, toen hij klaar was.
Je houdt niet van opdrachtwerk en toch heb je maanden aan dezeaffiche gewerkt. Hoe rijm je dat?
Blutch: Ik ben een filmliefhebber.
Ik heb zelf filmschool gevolgd en Resnais is een van de grootste regisseurs uit de geschiedenis van de Franse film. Het was dus een eer om met hem samen te werken. Bovendien is Resnais een stripliefhebber. Hij houdt het meest van de Amerikaanse strips uit de jaren 30 en 40 van de vorige eeuw, zeg maar de geboorte van de superheldenstrip. Mijn werk kende hij nog niet, maar nieuwsgierig als hij is, heeft hij er zich nadien op gestort.