De Poort
eXplore, het VIP platform bevat info over 44215 strips, 11957 reeksen, 9141 auteurs en 684 collecties.



Olivier Schrauwen debuteert met 'My Boy' in Vlaanderen en Frankrijk
-  De Morgen, 21/09/2006  -


Twee jaar nadat Ink, het striptijdschrift voor jong talent, ter ziele ging, fungeert het nog altijd als kweekvijver voor jong talent. My boy van Olivier Schrauwen (28) werd zopas niet alleen in Vlaanderen, maar ook in Frankrijk uitgegeven.

My boy My Boy begint op een weinig conventionele en zelfs morbide manier. Een gynaecoloog slaagt er niet in een zwangere vrouw te laten bevallen. Hij stopt zijn arm bruut in haar vagina, slaat op haar bolle buik en mept erop met een bezemsteel. In de daaropvolgende scènes wordt de vrouw ten grave gedragen en valt ze uit haar kist. Wie goed kijkt, ziet dat net dan haar baby haar buik verlaat, recht het graf van zijn moeder in. De vader merkt het kind net op tijd op: het heeft benen noch armen. My boy.
De sfeer, inkleuring en tekenstijl van de verschenen kortverhaaltjes doen onvermijdelijk denken aan Winsor McCay, de Amerikaanse grootmeester van de strip die zowat de striptaal uitvond met een van 's werelds bekendste papieren personages, Little Nemo oftewel Kleine Nemo. Schrauwen, die ook publiceerde in stripbladen als Beeldstorm, Robbedoes, Parcifal en de stripanthologie Hic Sunt Leones, loodst zijn figuurtje eveneens door zulke absurde droomverhaaltjes, verzamelt net als McCay veel dieren en vreemde wezens rondom zich en waagt zich ook aan enkele McCayachtige architecturale hoogstandjes. Dit keer echter niet in New York, maar in Brugge of Antwerpen.
Schrauwen: "Tja, en toch ben ik niet echt een fan van Winsor McCay. Hij is goed, hoor, maar ik hou meer van iemand als George Herriman ('Krazy Kat', GDW). Op een dag zat ik wat te tekenen in een stijl van McCay, en daaruit ontstond My Boy. Dat is alles. Die stijl heb ik dan maar zo gelaten. Het is zeker geen ode of hommage."


Het grote verschil is dat de dromen waarin jij je karakters onderdompelt, eigenlijk nachtmerries zijn. Bij momenten zelfs gruwelijke nachtmerries.

Schrauwen: "Ik vermoed dat ik minder lief ben dan McCay. Mijn ventje is een echt mormeltje. Hij heeft weinig schattigs. Maar toch heb ik niet echt McCay bestudeerd. Hier en daar zit er een referentie in, zoals wanneer een kereltje niest. Dat refereert aan een eerdere, niet eens zo geïnspireerde strip van McCay: Little Fanny Sneeze. Maar dat zijn eerder spielereien.
"Wat ik leuk vond aan McCay is dat diens stijl zo'n chic elan heeft. Dat heb ik ook in My Boy proberen te steken. De oude man, de vader van het jongetje, is ook zo'n deftig heertje. Hij beweegt zich voort in een deftige omgeving. Vandaar dat ik het zo leuk vond dat milieu te laten vloeken met een knullig, onaangepast en hulpeloos getekend kereltje. Nu, niet-Europeanen zien er dan weer iets in van Kuifje, in plaats van Kleine Nemo. Het is natuurlijk een heel stuk knulliger dan McCay, en er zit zeker minder perspectief in tegenover meer vlakken."

De oud aandoende inkleuring lijkt me een apart, misschien wel ingewikkeld, procedé. Klopt dat?

"Dat is inderdaad erg arbeidsintensief. Het inkleuren duurt zelfs langer dan het tekenen zelf. Eerst kleur ik het in op computer, dan print ik het op bruin papier en dan begin ik het opnieuw in te kleuren. Zo krijg je dat oude, wat gelige effect. Ik heb een lichte vorm van kleurenblindheid. Ik kan het verschil niet zien tussen grijze en blauwe kleuren, noch de variaties daartussen. Maar met die techniek heb ik het gevoel dat de sfeer wel klopt."

My Boy is verschenen bij Bries.

Door Geert De Weyer

© 2006 Uitgeverij De Morgen n.v.



| TERUG |




Legal Disclaimer. Copyright De Poort 2010.

Site door On Course