De Poort
eXplore, het VIP platform bevat info over 42022 strips, 11239 reeksen, 8593 auteurs en 654 collecties.

Strip-pers en niet Strippers.

Nieuwtjes over wat er allemaal gebeurt in de stripwereld en dat verschenen is in de pers kunt u hier terugvinden.
Onze sympathieke medewerkers lezen alle kranten van België en andere op zoek naar stripnieuws.
Je kan ook nog steeds in ons archief kijken om oudere nieuws te bekijken.


Voeg de laatste 10 nieuwsberichten als RSS feed toe bij één van je favoriete RSS-lezer:

RSS Google netvibes
Del.icio.us Windows Live My Yahoo


Hier zijn de hoofdtitels.


Striplegende Rik Ringers elke dag in uw krant
-  Het Belang van Limburg, 09/03/2010  -


Vijftien miljoen verkochte exemplaren, 76 titels ver, de 77ste kan u nu elke dag in de krant volgen. En zelfs overleed Rik Ringers-tekenaar Tibet op 3 januari jl., striphelden als Rik Ringers sterven niet. Een gesprek met scenarist André-Paul Duchâteau over het leven na Tibet: "Of Rik Ringers nog avonturen zal beleven? Dat is nog niet beslist. On verra."

Brusselaar André-Paul Duchâteau (84) zijn bekendste strip is zonder twijfel die over misdaadjournalist Rik Ringers. Ja, die van dat onverslijtbare witte jasje, goed bevriend met commissaris Baardemakers, nog beter - ahum - met diens nichtje Nadine en een fervent liefhebber van gele Porsches 911. Gaat al jaren mee, bedacht in 1955, maar in stripvorm pas echt populair begin jaren '60.

André-Paul Duchâteau: "Nee, het is nog niet beslist hoe het verder moet met de Rik Ringers na het overlijden van goede vriend Tibet. Er is geen haast. Voorlopig zijn er nog voldoende projecten. Zo was Tibet, die 78 is geworden, al 27 tekenplaten ver met de volgende Rik Ringers. De 78ste. Die komt eind 2010 uit. We publiceren Tibets laatste tekeningen, de rest van het verhaal volgt in tekstvorm. Een eerbetoon." Zelf heeft Duchâteau voor het eerste een detectiveroman geschreven met Rik Ringers als personage. "Zijn allereerste onderzoek: een weesjongen uit Frankrijk die tijdens de oorlog een zaak in een Brussels atheneum oplost. Een knipoog. Tibet was afkomstig uit Frankrijk, maar groeide hier op. En zelf schreef ik m'n eerste boek als scholier aan het atheneum in Schaarbeek. Waarom de reeks zich dan afspeelt in Parijs? Ach, we hadden hem veel liever in België gehouden, maar onze verdeler in Frankrijk, Georges Dargaud, eiste dat hij zijn avonturen in Frankrijk zou beleven."

Jan Bex
© 2010 Concentra Media n.v.

>> www.hbvl.be


Naar boven



Zangeres Katy Perry is Smurfin in nieuwe Smurfenfilm
-  De Morgen, 08/03/2010  -


Regisseur Raja Gosnell werkt in Hollywood aan een nieuwe filmversie van De Smurfen, de bekende blauwe striphelden van de Belgische striptekenaar Peyo alias Pierre Culliford. In de film worden echte beelden gecombineerd met animatie. De 25-jarige zangeres Katy Perry gaat haar stem lenen aan Smurfin, de enige vrouwelijke smurf in het beroemde Smurfendorp, zo meldt filmvakblad Variety. De film moet in 2011 in de bioscopen verschijnen. De 84-jarige Alan Cumming neemt de stem van Grote Smurf voor zijn rekening. De acteur sprak ook diverse stemmen in voor de Engelse versie van de televisieserie. Alan Cumming spreekt ook Potige Smurf in, George Lopez wordt Moppersmurf. De blauwe wezentjes werden in 1958 bedacht door Peyo.

© 2010 Uitgeverij De Morgen n.v.

>> www.demorgen.be


Naar boven



Originele Kuifje verkocht voor 28.800 euro
-  De Morgen, 08/03/2010  -


Een originele zwart-wituitgave van het stripalbum Kuifje in het land van de Sovjets uit 1930 is zondag tijdens de stripveiling Banque Dessinée in Elsene voor 28.800 euro verkocht. Voor de veiling werd de waarde van het album tussen de 12.000 en 15.000 euro geschat. De scepter van Ottokar, een andere Kuifje, veranderde dan weer voor 15.600 euro van eigenaar. Een originele uitgave van het Lucky Luke-album Arizona uit 1951 ging voor 13.300 euro onder de hamer. De veiling haalde in totaal 248.000 euro op, exclusief kosten.

© 2010 Uitgeverij De Morgen n.v.

>> www.demorgen.be


Naar boven



Zeldzame tekeningen van Finse illustratrice Tove Jansson in Stripmuseum
-  De Morgen, 05/03/2010  -


Een vertederende droomwereld

In 2001 overleed de Finse illustratrice en schrijfster Tove Jansson. Ze liet een populaire, maar erg bizarre stripfamilie achter, die geleid werd door de Moemtrol. Paarden met een bloempatroon, schildpadden die veranderen in molachtige monsters, een groep mondloze minispookjes: in haar strips kwam het ene na het andere wonderbaarlijke wezen tot leven.

Naar aanleiding van de vijfenzestigste verjaardag van de Moemtrollen brengt het Belgisch Centrum van het Beeldverhaal een hommage met een mooie, serene expositie. Dat de Britse redacteur van London Evening News tussen 1954 en 1959 de Moomin-originelen van Tove Jansson na publicatie in de vuilbak gooide, heeft de opstelling van deze expositie er niet bepaald makkelijker op gemaakt. "Het gaat om honderden originele platen", zucht de Britse curator Paul Gravett. Hij wijst naar een muurtje in het museum waar een reproductie hangt van de enige bewaarde originele strook, "Moem en de dieven", uit 1954. "De enige reden waarom die plaat het overleefde, is dat Jansson het vergat op te sturen." Haar onderschrift levert het bewijs: 'out to be used later'. Het raakte nooit op zijn eindbestemming. Gelukkig maar.

Moems
Une vie avec les MoominsVooral in Scandinavië genieten de Moems (oftewel Moomins) eenzelfde reputatie als Kuifje in de rest van de wereld. Kinderen en volwassen, iedereen is er in de ban van de Moems. Maar vanwaar komen ze? Een van de eerste panelen op de expo brengt enkele beginelementen samen. Het uitzicht van de Moemtrollen ontstond ergens op een buitentoilet op het grootste eiland van de Pellinki archipel, niet ver van Helsinki. Dat was lang voor het eerste Moomin-boek uit 1945. Tove Jansson en haar familie brachten er in een vissershuisje meermaals hun zomervakantie door. De muren van het aparte buitentoilet fungeerden als non-verbaal strijdtoneel tussen Tove en haar broer Per Olov. Dagelijks kwamen er amusante knipsels uit tijdschriften, persoonlijke commentaren en graffiti bij, tot Per Olov een discussie beëindigde met een uitspraak van de Duitse filosoof Immanuel Kant. In een later interview liet Tove weten dat het citaat onmogelijk te weerleggen was, en ze reageerde wat nijdig door er het "lelijkste wezen te tekenen dat ik kende en er de naam 'Kant' onder te zetten." Dat bleek de eerste Moemtrol, maar het wezen verliet nooit de houten wc-deur.
Op een later schilderij uit 1946, dat ook te bezichtigen valt in het Stripmuseum, is te zien hoe Tove een wat angstaanjagende zwarte trol tekende met gloeiende rode ogen. De naam van dat wezen werd haar ingefluisterd in de vroege jaren "30, toen ze kunst studeerde aan de Academie van Stockholm. De oom bij wie ze inwoonde, maakte haar toen opmerkzaam op een trol die zich achter het fornuis bevond en de mensen graag onverwacht in de nek blies. De naam van het schepsel: Moem.

Zachtaardigheid
Het soort wezen dat dan steeds vaker haar tekenpen verliet, was dus bekend (een trol), net als de naam (Moem). Maar het zou nog een tijd duren eer de lieve trolachtige zoals we die nu kennen, de eerste stapjes op het witte papier zette. Het prototype ervan verscheen in 1943 in het satirische maandblad Garm, waar ook haar moeder werkzaam was. Jansson ontwierp twee sympathiek ogende witte trollen met lange snuiten, waarvan er eentje de naam "Snork" op zijn buik droeg. Beiden leverden ze steevast commentaar in de marges van de gepubliceerde cartoons. Moem, of toch zijn voorvader, was geboren. De rest is geschiedenis. De Finse Tove Jansson was 31 toen ze de wereld voor het eerst liet kennismaken met het vertederende Moomin-universum, waarin een sneeuwwit, nijlpaardachtig wezen een trol vertegenwoordigde. Moem bleek een naïef individu dat zich liet omringen door even betoverende als excentrieke personages als het Snorkmeisje, Snuisterik, Filifjonka en zijn beste vriend Snif (een kangoeroe). Al in de jaren '50 verschenen ze als strippersonages in veertig landen en zestig talen, waardoor zelfs de populariteit van de kinderboeken werd ingehaald.
Voor de Brusselse expo werd een beroep gedaan op de archieven van het Tampere Art Museum, dat een vijftigtal zeldzame tekeningen uitleende die zowat de gehele loopbaan van Tove Jansson schetsen. Uniek zijn haar eerste covers en schetsen voor het maandblad Garm, haar illustraties en covers voor onder meer The Hobbit, Alice in Wonderland en Pinokkio. "De echte orginele tekenstroken zoals in de strips zijn dus helaas verloren gegaan", verduidelijkte curator Paul Gravett. "In de plaats daarvan hebben we onder meer talrijke potloodschetsen van gepubliceerde stroken naast reproducties geplaatst." En dat werkt ook. De vormgever van deze expo heeft zijn best gedaan om Janssons wereld en werk zo sereen mogelijk aan te pakken. Illustraties en strips baden in grote witte oppervlakten, waarvan enkele muurtjes in de directe nabijheid werden geverfd in de typische zachte, pastelachtige kleuren van Jansson. Mooi, en het dompelt je meteen sneller onder in haar eigenaardige universum, waar avontuur en zelfs een plot plaatsmaakt voor de manier waarop de wezens met elkaar omgaan. Als er al een rode draad is in de verhalen, dan staat daarin tolerantie, aanvaarding en zachtaardigheid centraal. Wie avontuur zoekt, is hier aan het verkeerde adres.

Kleine primeur
De droomwereld van Tove Jansson komt als expo vlak achter de tentoonstelling van de commerciële Vlaamse striptekenaar Hec Leemans. Het verschil is enorm. In één ruk van populair naar gevoelig, want de moemtrollen zijn bij ons amper bekend. Twee Nederlandse romans zouden er verschenen zijn en geen enkele strip werd vertaald. Het siert het BCB dus dat ze ook oog heeft voor minder bekend werk, al blijft Janssons strip internationaal gezien een klassieker. Maar ook wie haar werk niet kent, wordt met deze expo in haar droomwereld gezogen. Dat begint al met de animatiebeelden die vooral in Scandinavische landen populair waren. Dat het bij momenten aan ondertitels ontbreekt in een documentaire over de tekenares, is zowat het enige puntje van kritiek. Maar meer dan wat muggenziften is dat niet. Door deze expo werd het ondertussen duidelijk dat veel origineel Moomin-werk verloren is gegaan en dat leidde op de opening nog tot een klein primeurtje. Paul Herman, uitgever bij Glénat, liet doodleuk weten dat hij een originele Moomin-strook bezat. Nadat hij eerst onthaald werd op enkele ongeloofwaardige blikken, bracht hij dat kleinood onmiddellijk naar het museum, waar het dankbaar werd ingekaderd en aan de expo toegevoegd.

Nog tot 29 augustus in het Belgisch Stripcentrum Centrum, Zandstraat 20, Brussel.02/219.19.80.
Alle dagen open (behalve maandag) van 10 tot 18 uur.
>> www.stripmuseum.be

Geert De Weyer
© 2010 Uitgeverij De Morgen n.v.

>> www.demorgen.be


Naar boven



Vanaf april ook A-labels voor betere stripwinkel
-  De Morgen, 05/03/2010  -


Nadat vorig jaar 81 kwaliteitsboekhandels met een A-label werden bedacht en daardoor in aanmerking kwamen voor steunmaatregelen, is het nu de beurt aan de betere stripspeciaalzaak. In opdracht van cultuurminister Joke Schauvliege hebben het Vlaams Fonds voor de Letteren en de Vereniging Vlaamse Boekverkopers een steunmaatregel voor stripwinkels ontwikkeld.
Wie een A-label bezit, kan aanspraak maken op subsidies voor literaire activiteiten. Ook deelname aan informatie- en opleidingssessies voor boekhandelaars wordt ondersteund. Stripwinkeliers kunnen hun aanvraag tot 31 maart indienen.

Geert De Weyer
© 2010 Uitgeverij De Morgen n.v.

>> www.demorgen.be


Naar boven



Smurfenfilm klaar in 2011
-  De Standaard, 05/03/2010  -


Er komt dan toch schot in de 3D-Smurfenfilm die al in januari 2008 aangekondigd werd. De film wordt een combinatie van live-action en animatie. De bij ons vrij onbekende Amerkikaanse acteur Neil Patrick Harris is als eerste gecast. Welke rol hij zal spelen, is nog niet bekend, maar hij wordt getipt als de boze Gargamel. De regisseur is Raja Gosnell, van onder meer de Scooby Doo-films en Big momma's house.
De film zou in de zomer van 2011 in de bioscoop komen.

© N.V. Vlaamse Uitgeversmaatschappij (VUM)

>> www.standaard.be


Naar boven



Originele Kuifjes geveild in Brussel
-  De Morgen, 04/03/2010  -


Zondag gaan in Brussel meer dan 700 originele Franstalige strips onder de hamer. Dat maakte veilingzaal Banque Dessinée bekend. Topstukken moeten originele zwart-wituitgaves van Kuifje in het land van de Sovjets (1930) en De scepter van Ottokar (1939) worden, die tussen de 12.000 en 15.000 euro worden geschat. Er worden nog vier andere originele Kuifjes geveild. Daarnaast worden ook originele albums van Blake en Mortimer van Edgar P. Jacos te koop aangeboden. En ook werk van Franquin, Peyo en Morris staat op de veilinglijst.

© 2010 Uitgeverij De Morgen n.v.

>> www.demorgen.be


Naar boven



Ontwerp de cover van Jommeke-250
-  Ballon Media nv - Persbericht  -


Op 5 mei verschijnt Savooien op de Galapagos, het 250ste album van Jommeke. Een formidabel moment voor Vlaanderens populairste stripheld. Ballon Media en het tekenteam van Jommeke doen daarbij een oproep aan alle lezertjes: “Maak zelf de cover van de nieuwste Jommeke.” De winnaar? Die ziet zijn eigen ontwerp gedrukt!

Eind oktober 2009 overleed Jef Nys, de geestelijke vader van Jommeke. Een schok voor de stripwereld en voor Vlaanderen tout court. De massale steunbetuigingen aan Nys’ familie onderstreepten nog eens de fenomenale populariteit van de held met het ‘strooien dakske’. Van klein tot groot: iedereen koesterde de wens dat Jommeke op avontuur zou blijven trekken. Ja, zelfs Vlaams minister-president Kris Peeters drukte eenieders hoop uit: “Dat Nys’ werk met veel respect en toewijding mag worden verder gezet”.

Tweehonderdvijftig albums
En gelukkig was dat ook Jef Nys’ wens. Hij wilde dat Jommeke avonturen zou blijven beleven en zijn geestelijke vader zou overleven. Hoewel Nys zelf al ruime tijd niet meer aan de tekentafel zat, volgde hij het teken- en schrijfwerk van zijn studio nog nauw op. Savooien op de Galapagos, de 250ste Jommeke, is het allerlaatste album waaraan hij zelf nog meewerkte.

Kinderen baas
Jommeke is en blijft de held van alle kinderen. Wie beter dan een kind om dat mythische album de nodige glans te geven? Kinderen baas en daarom lanceren Ballon Media, Gerd Van Loock en Philippe Delzenne – de tekenaars van Jommeke – een oproep aan alle kinderen van 0 tot 14 jaar: ontwerp zelf de cover van Savooien op de Galapagos, het 250ste Jommekesalbum.

Grote wedstrijd op www.ontwerpdecovervanjommeke.be
Op een speciale wedstrijdsite – www.ontwerpdecovervanjommeke.be - kan iedereen een blanco cover downloaden. En dan zijn de kids zelf aan zet. Alle inzendingen komen terecht op de wedstrijdsite waar iedereen vanaf 26 april kan stemmen op zijn favoriete ontwerp. Zo kunnen vriendjes, klasgenoten en familieleden hun lievelingscover naar de top stuwen. Uit een shortlist van de 25 populairste covers kiest een professionele jury daarna de winnaar.

Win exemplaren met je eigen ontwerp
De winnende cover wordt ook écht gedrukt. Zo krijgt de winnaar exemplaren van het album Savooien op de Galapagos met zijn hoogstpersoonlijke omslag voor al zijn klasgenootjes. En de hele klas van de winnaar is ook welkom op de officiële persvoorstelling van Jommeke 250. Daar krijgen ze een stapel zelfontworpen Jommekes feestelijk overhandigd.



Naar boven



Meer pagina's voor stripblad 'Eppo'
-  De Morgen, 04/03/2010  -


Eppo, het bekende Nederlandstalige stripblad dat in 1987 na twaalf jaar stopte en pas in januari 2009 een doorstart kreeg, beleeft opnieuw zijn hoogdagen van weleer. Hoofdredacteur Rob van Bavel had zich bij het eerste nummer voorgenomen 25 nummers op de markt te brengen, maar besloot daar enkele weken geleden nog eens 25 nummers aan toe te voegen.
Het gaat namelijk goed met het blad, klinkt het. "Van elk nummer worden er nu zo'n 8.000 verkocht, wat zeker niet slecht is. En we zien de belangstelling toenemen. We zijn ook onlangs van 36 naar 48 pagina's gegaan", klinkt het enthousiast. Eppo werkt vooral met Nederlandse en Vlaamse stripauteurs en betaalt hen ook een paginaprijs, iets wat niet evident is voor stripbladen. Over buitenlandse auteurs wordt nagedacht, maar hun voorwaarden klinken volgens van Bavel niet altijd even prettig." In Eppo publiceren veel Vlaamse auteurs als Kim Duchateau, Luc Cromheecke of Patrick Van Oppen, die na de stopzetting van de Aspe-strips werkte aan een actiestrip over een journalist en zijn familie die op de vlucht slaan voor geweld.

Geert De Weyer
© 2010 Uitgeverij De Morgen n.v.

>> www.demorgen.be


Naar boven



Unieke stukken op tweede veiling Hergé onder de hamer in Parijs
-  De Morgen, 03/03/2010  -


Op 29 mei gaan in de Drouot Montaignezaal in Parijs 250 stukken uit het oeuvre van Kuifjetekenaar Hergé onder de hamer. Voor deze tweede Hergéveiling sloegen Moulinsart NV, de exclusieve eigenaar van de exploitatierechten van het oeuvre van Hergé, en Piasa SA, een belangrijke verkoopzaal in Frankrijk, de handen in elkaar. "We willen onbekende, vergeten of verloren gewaande stukken boven water brengen", zegt Marcel Wilmet, woordvoerder van Moulinsart.

 Een eerste Hergéveiling, in mei vorig jaar, bleek op dat vlak alvast een succes. Particulieren boden vijf originele platen en verschillende tekeningen van Hergé te koop aan. Zelfs bij de Studio's Hergé, de organisatie van Hergés enige erfgename Fanny Rodwell die het oeuvre van de tekenaar beschermt en promoot, wist men niet van het bestaan af van één van die tekeningen: een portret van een scout uit 1929. De veiling bracht uiteindelijk meer dan een miljoen euro op. Toen werden er meer dan 500 loten aangeboden, bij de veiling die er nu staat aan te komen, gaat het om de helft minder. Bij Moulinsart beklemtonen ze echter dat het niveau van de stukken hoog ligt. De expertisedagen, waarop potentiële verkopers hun stukken kunnen laten keuren, zijn sinds 15 januari van start gegaan en nu al werd een aantal prestigieuze stukken in bewaring gegeven: een genummerde en gesigneerde Congo uit 1931, een Amerika, editie Al Maaref uit 1947, een originele inkleuring van een buitentekstplaat van het album De krab met de gulden scharen, een onuitgegeven kleurentekening, waarop Kuifje in Congo prijkt, en een schets voor de pagina 10 van het album De zaak Zonnebloem. Die laatste wordt geschat op 90.000 tot 110.000 euro. De belangrijkste stukken worden van 18 tot 20 mei tentoongesteld in het Brusselse Hôtel Solvay.

© 2010 Uitgeverij De Morgen n.v.

>> www.demorgen.be


Naar boven



De imaginaire tekeningen van graphic novellist Shaun Tan
-  De Morgen, 03/03/2010  -


"Mijn wereld is wel degelijk onze eigenste wereld"

De wereld van de Australische tekenaar Shaun Tan is weliswaar de onze, maar de manier waarop hij ze in beeld brengt, getuigt van een grenzeloze fantasie. In de gerenommeerde woordloze graphic novel De aankomst brengt hij het thema immigratie naar voren, in zijn recente illustratieboek Verhalen uit een verre voorstad staan stokwezens en vingergrote uitwisselingsstudenten centraal. Vanaf dit weekend loopt in het Hasseltse Literair Museum een expo rond zijn werk. Gesprek met een van 's werelds origineelste prentenmakers.

De aankomstFrankfurter Buchmesse, oktober 2009. In Hall 9, het immense gebouw waar enkele honderden Engelstalige uitgevers samengetroept zijn, is het een en al drukte. De gangen zien zwart van het volk, noest uitziende securityleden controleren de tasjes van de bezoekers, iedereen lijkt gehaast en aan tafeltjes wordt druk gedebatteerd over mogelijke vertalingen. Eén man lijkt de drukte en stress van die dag moeiteloos te trotseren: de Australiër Shaun Tan. Wanneer de auteur arriveert op de plaats van afspraak, lijkt hij wel een baken van rust, en dat blijft onveranderd, ook als we tot tweemaal toe worden weggejaagd van een geïsoleerd tafeltje ergens bij een Amerikaanse uitgeversstand, om uiteindelijk opnieuw terug uit te komen op de plek waar we het interview begonnen zijn: de stand van The Australian Publishers Association. Daar prijken niet alleen zijn boeken tegen de muur, op alle tafeltjes liggen ook hopen kaarten met daarop Tans opmerkelijke personage Erik uit de bundel Verhalen uit een verre voorstad. "Hello from Australia", kopt het kaartje, om op de achterkant promotie te maken voor de/zijn Australische aanwezigheid op de kinderboekenbeurs van Bologna in 2010. "Blij dat ik daar eindelijk naartoe mag", glimlacht Tan. "In Europa is er al langer een traditie van geïllustreerde fictie voor volwassenen, maar in Australië was het lange tijd huilen met de pet op. Ontelbare keren heb ik te horen gekregen dat ik niet bepaald voor kinderen tekende, en dat het moeilijk was om een publiek te vinden voor mijn werk. "Voor wie tekent u eigenlijk, meneer Tan?", klonk het alsmaar. Tja, voor mezelf, natuurlijk. Ik heb in die beginjaren heel erg mijn best moeten doen om het vertrouwen in mijn eigen creatieve capaciteiten niet kwijt te raken."

Shaun Tan (36) is de zoon van een immigrant die in 1960 vanuit Maleisië naar Australië reisde. Dat is een niet onbelangrijk gegeven wanneer je 's mans oeuvre doorneemt. In zijn recente Verhalen uit een verre voorstad heeft hij het over stokwezens die trachten te overleven in een mensenwereld, of haalt hij de gigantische, noest uitziende waterbuffel aan die kinderen de weg wijst met zijn spitse hoef, maar op een dag verdwijnt. Ook hij was een vreemdeling. Idem voor Erik, het hoofdpersonage uit het eerste lange verhaal uit het laatstgenoemde boek. Erik is een uitwisselingsstudent zo groot als een vinger, wiens bezittingen in een tot reiskoffer omgebouwde pindanoot en okkernoot passen. Tot ergernis van zijn gelegenheidsfamilie - mensen van vlees en bloed - geeft het wezentje echter amper feedback. Pas bij zijn inderhaast vertrek wordt duidelijk wat hij van zijn verblijf vond. "Het is zeker iets cultureels", luidt de eindzin.

De thematiek van immigratie is nog het duidelijkst in De aankomst, een forse, met prijzen overladen, wereldwijd vertaalde graphic novel waarin Tan zonder ook maar één woord te gebruiken een beeld schetst van de problemen die een immigrant kan ondervinden op zijn nieuwe verblijfplaats. Vijf jaar werkte hij eraan, en de emigratieperikelen van zijn vader dienden opnieuw als voorbeeld.

Het verhaal: een man neemt afscheid van vrouw en dochter en reist naar een (imaginair) land, op zoek naar een beter leven. Zijn opgedane kennis dient tot niets, want niets herinnert hem aan vroeger. Niet de eigenaardige huisdieren, niet het onontcijferbare alfabet, niet de wonderbaarlijke "groenten" bij de winkelier. Het is weliswaar het migratieprobleem dat hier centraal staat, maar dan vanuit een ongezien, fantasievol, surrealistisch perspectief. Onze eigenste wereld is echter nooit veraf, zo blijkt ook uit de expositie in Hasselt, die zelfs de try-outs van De aankomst etaleert. In De aankomst is alles gealiëneerd, maar wel herkenbaar. Ik denk onder meer aan de aanwezigheid van het vrijheidsbeeld - of toch iets wat eraan doet denken -, Ellis Island of de huisdieren die er weliswaar zeer eigenaardig uitzien, maar wel duidelijk refereren aan onze honden en katten.

Waarom wilde u per se dit soort herkenbare elementen behouden in het boek?
"Hm, ik vermoed om mezelf en de lezer eraan te herinneren dat De aankomst in feite over onze wereld gaat. Vele graphic novels, strips en films hanteren als decor een volledig imaginaire wereld. Neem nu Star Wars. Daarin zie je werelden die heel plezierig zijn om naar te kijken, maar het zijn niet bepaald metaforen van onze wereld - wat sommigen daarvan ook mogen beweren. Mijn wereld ziet er misschien even fantasievol uit, maar is wel degelijk onze eigenste wereld. Het gaat over plaatsen als Ellis Island (de plek waar de immigranten in New York arriveerden, GDW), maar zonder specifiek Ellis Island te laten zien. Ik heb in De aankomst verschillende pasfoto's verwerkt van immigranten zoals die zijn genomen bij hun aankomst vanaf 1892. "De aankomst gaat over ons, met dat verschil dat de personages er andere kleren dragen en andere huisdieren bezitten, of dat het landschap totaal verschillend is van waar dan ook op onze planeet. Alles is er net even anders. Euhm, behalve de stoelen. Deuren, tafels en stoelen zijn hetzelfde gebleven. Het principe van deuren is in Azië bijna identiek als in het Westen: het blijft een doorgang naar een andere kamer. Nu, in De aankomst was het vooral uitkijken dat ik de lezer niet te zeer zou vervreemden van het verhaal. Mocht ik andersoortige deuren en tafels hebben ontworpen, dan zou dat het verhaal belemmerd hebben. Vaak was het zoeken naar een balans. Eigenlijk moest het verhaal ook werken zonder die fantasy-elementen. Mijn stelregel luidde: wanneer alle fantasy uit het boek verwijderd werd, moest het verhaal overeind blijven. Kortom: ik mocht niet al te zeer vertrouwen op de eigenaardige elementen."

Hoe autobiografisch is De aankomst? Ik zie het nu pas, maar u lijkt bijvoorbeeld erg op het hoofdpersonage.
(verontschuldigend lachje) Euhm, ja. Een beetje wel. En de man die mijn hoofdpersonage zijn eerste job geeft, heeft de uiterlijke kenmerken van mijn vader."

Wiens geschiedenis in datzelfde boek herhaald wordt.
Verhalen uit een verre voorstad"Ja, het verleden van mijn vader kun je gerust de trigger van dat boek noemen. Maar je vindt het ook terug bij uitwisselingsstudent Erik in Verhalen uit een verre voorstad. Dat is in zekere zin een andere immigrant. Ik hou van het idee van iemand die naar een andere plek reist. Of hij is degene die eigenaardig is, of het te bezoeken volk is eigenaardig. Maar telkens gaat het om een overbrugging van het normale en abnormale."

Zelfs de waterbuffel die kinderen de weg wijst, heeft iets autobiografisch, niet?
"Mijn opa sprak geen Engels. De weinige keren dat ik hem ontmoette, gebruikten we gebarentaal. Ik denk dat hij me van alles wilde vertellen, maar het lukte hem niet. Ik probeerde van zijn gezicht af te lezen wat hij bedoelde, maar dat klopte natuurlijk niet altijd. De manier waarop de waterbuffel zich richt tot de kinderen, is identiek. Je denkt te weten wat hij denkt door zijn gezicht te lezen, maar tegelijkertijd staat er zoveel op zijn gezicht te lezen dat het je verwart. Het is niet specifiek autobiografisch, maar toch.
"Idem voor Erik, overigens, die gebaseerd is op een Finse vriend van ons die amper Engels sprak maar bij ons een tijdlang logeerde. We hadden geen idee wat er in hem omging of of zijn verblijf bij ons hem beviel."

Vanwaar de drang om zo'n actueel verhaal als De aankomst te laten afspelen in zo'n imaginair universum?
"Wat is normaal? Dat is nogal arbitrair. In een ander leven of moment in tijd, of zelfs wanneer de omstandigheden bij ons lichtjes anders waren geweest, zouden we niet opkijken van die grote vreemde vis of dat derde geslacht dat ons passeert. Dat realiseren we ons door de fantasy en sciencefiction die we voorgeschoteld krijgen. Ik zie dat echter niet als een vorm van escapisme naar een andere wereld, maar als iets wat veeleer leidt tot de vraag hoe afwijkend onze wereld had kunnen zijn in andere omstandigheden. Zouden wij nog dezelfde mensen zijn? Zouden we niet anders reageren?
"Mijn impressie van wat ik rondom me zie, is gelijklopend aan die van anderen. Als ik teken, slaag ik er echter in om het te bekijken als het resultaat van een ongelukje van de geschiedenis, van een cultuur of van een samenloop van omstandigheden, die dan anders uitdraait. Je kunt ver gaan in zo'n denkproces. Als ik teken, buit ik die dagdromen uit en ga ik steeds een stukje verder. Fascinerend. Voor mij is sciencefiction een manier om na te denken over de wereld van nu."

U bent illustrator en tekenaar, steeds op zoek naar een symbiose tussen de twee. Maar waar gaat uw voorkeur naar uit? Weet u meteen wanneer u een idee moet uitschrijven of uittekenen?
"Met De aankomst besliste ik weliswaar dat er geen woorden aan te pas zouden komen, maar in het begin was dat nog een vraagteken. Het startte als een 32 pagina's tellend boek, moet je weten. Het leek niet eens op een strip, eerder op een prentenboek met vooral tekst en landschappen. Later werden het 64 pagina's, nog later 80 en toen ik aan 128 pagina's zat vond de redacteur het welletjes. Echt, ik heb gewroet op dat boek. Eerst wilde ik zelfs de imaginaire wereld in karton maken en als decor fotograferen - dat zie je ook in de expo. Ik kon mijn ideeën pas echt kanaliseren toen ik op tekstloze boeken van Raymond Briggs stootte en parallellen zag met mijn eigen immigratiethema. Ook hij bezint zich over zogenaamde alledaagse dingen. Hij geeft er een nieuwe betekenis aan."

U vertelde al eerder dat, toen u aan De aankomst werkte, ook enkele Verhalen uit een verre voorstad tekende om de saaiheid te doorbreken.
"Naar het einde was dat ook zo. Het interessantste deel van werken aan zo'n project is je verbeelding aanspreken, om vervolgens, ook leuk, je verhaalidee te perfectioneren en het boekdesign op te stellen. En nadien... Tja, de lol was er af op de momenten dat ik precies wist hoe de tekening er moest uitzien. Het avontuurlijke is er dan af. Het lijkt me zoiets als een mandje vlechten. Heel aangenaam om te doen terwijl je luistert naar een muziekje op de achtergrond, maar een deel van mijn brein vroeg zich toch af wat er mis ging. Ik had tijdens dat tekenproces dan ook een enorme behoefte aan het tekenen van humoristische, zelfs maffe of nog surrealistischer verhalen."

Over uw invloeden: u noemt Jeroen Bosch en Edward Hopper, Gustave Doré, maar ook enkele graphic novellists als Chris Ware en de film Fietsendieven van Vittorio De Sica uit 1948. Dat zijn heel wat invloeden.
"Tja, je neemt natuurlijk niet alles over van een artiest. Ik hou bijvoorbeeld van het werk van Chris Ware, maar zou zo niet willen tekenen. Toch zijn er elementen in zijn werk waar ik van kan leren, zoals zijn gebruik van stiltemomenten en de bijna ordinaire alledaagse details die op een zeer oplettende manier geplaatst zijn. Objecten op de eettafel, of de manier waarop iemand een kopje neerzet. Dat boeit me, net zoals zijn vormgeving en, op een ander niveau, het idee van een visuele vertelwijze als een taal die je moet uitvinden. In Jimmy Corrigan ('s mans bekendste werk; GDW) heeft hij zijn eigen taal uitgevonden. In De aankomst zie je dat ook een beetje. Alle goede graphic novellists doen dat ook. Ze vertellen niet zomaar een verhaal, neen, hun verhaal is zo specifiek dat ze er een taal bij moeten uitvinden. Dat is het mooie aan strips."

En Bosch?
"Die interesse is veeleer oppervlakkig. In zijn schilderijen zette hij vaak een vreemd paradijs centraal. Dat is ook het uitgangspunt van De aankomst."

Het huisdier van het hoofdpersonage uit De aankomst doet me aan Bosch denken.
"Hm, je hebt gelijk. Bosch' wezens zijn altijd wat griezelig. Zelfs als hij een normaal dier, zeg maar: een varken, schildert. (enthousiast) In een museum in Keulen stootte ik op middeleeuwse schilderijen waarin heel veel monsters verwerkt waren. Ik ben gefascineerd door middeleeuwse monsters. Ik vind zelfs dat regisseurs van horrorfilms meer naar middeleeuwse monsters moeten kijken om ideeën op te doen, want ze zijn vaak wonderbaarlijk gruwelijk. Ze komen recht uit nachtmerries gestapt. Ze hebben geen regels. (breed grijnzend) Toch prachtig, als je de trekken van een hagedis, vogel en vis ontwaart in een wandelend lijk."

Uw werk laat onvoorstelbaar veel ruimte over voor interpretatie. Is dat het hoofddoel op zich?
"Het is zelfs zo dat wanneer ik me plots realiseer dat de interpretatie van mijn tekeningen te doorzichtig is, ik ze verwijder of aanpas in een poging ze vager en/of mysterieuzer te maken. Dat overkwam me in De aankomst, wanneer mensen te specifiek iets aanwezen of te universele gebaren hanteerden. Wanneer het hoofdpersonage een brief wil versturen, doet hij dat op een zeer vreemde wijze. Ik had zo'n traditionele postbus kunnen tekenen, maar in plaats daarvan leverde ik iets dat doet nadenken over het principe van het per post versturen van brieven. Echt, de meeste uren aan de tekentafel spendeer ik aan het zo ambigu mogelijk maken van hetgeen een tekening moet vertegenwoordigen. Neem nu de waterbuffel: die ziet er allesbehalve vriendelijk uit, maar op zijn manier reageert hij aangenaam. De lezer heeft er het raden naar wat zijn motieven zijn. Dat vind ik net boeiend. Na publicatie van dat boek las ik recensies die hamerden op de incompleetheid van de verhalen en personages. (grijnst) They were missing the point completely!"

De aankomst en Verhalen uit een verre voorstad verschenen bij Querido.
De expo Shaun Tan loopt vanaf 7 maart tot 15 mei in het Literair Museum, Bampslaan 35, Hasselt (vlak bij het station).
Open van woensdag t/m zaterdag van 14 tot 17 uur.
>> www.literairmuseum.be

Geert De Weyer
© 2010 Uitgeverij De Morgen n.v.

>> www.demorgen.be


Naar boven



Guido Vrolix verstript theaterstuk "Altijd Prijs" van Arne Sierens
-  De Morgen, 02/03/2010  -


Beeldend kunstenaar Guido Vrolix (48) was getroffen door de tekstkwaliteit van Arne Sierens theaterstuk Altijd Prijs, en begon maanden geleden met de integrale verstripping van dat werk. Over een maand is de gelijknamige graphic novel voltooid, maar een uitgever heeft hij nog niet gezocht.

"Arne (Sierens, GDW) vindt het een beetje akelig als ik aan zijn werk raak – wat ik perfect kan begrijpen – maar ik geloof dat hij nu wel in zijn nopjes is." Guido Vrolix is naast schilder, tekenaar, beeldhouwer en ontwerper van designertoys, ook de vaste decorontwerper voor de producties van Arne Sierens" compagnie Cecilia. Het was in die hoedanigheid dat hij getroffen werd door de tekstkwaliteit van diens theaterproductie Altijd prijs, waarin een jongeman de louche club van zijn verdwenen broer moet openhouden en zich tegelijk moet ontfermen over de talloze illegale personeelsleden. Hij krijgt er hulp van de getroebleerde Pierre.

Op Vrolix' website staan momenteel de eerste zestig (van honderd) pagina"s van Altijd prijs. In zwart-wit en in "de typische taal van Arne", zoals het vanaf 2008 op de planken werd uitgevoerd. Vrolix: "Het is een soort van integrale verstripping geworden, waarbij de tekst de strip volledig dicteert." Getuige zijn website tekent Vrolix al graphic novels sinds de jaren negentig. King Noir, Noman, City en Killer zijn woordloze strips die hij zelf omschrijft als "autobiografieën, of toch interpretaties ervan". Daarnaast is er de graphic novel Hell (naar Dante Alighieri), maar ook Hier en daar, opnieuw een beeldroman van een Sierenstheaterstuk. "De oorspronkelijke titel daarvan was Niet alle Marokkanen zijn dieven. Dat heb ik wat geïnterpreteerd op mijn manier." Voor al die werken vond Vrolix tot nog toe evenwel geen uitgever, en dat wijt hij vooral aan zichzelf: "Zo hard als ik teken, zo weinig moeite doe ik om mezelf te promoten. Het klinkt wat naïef, maar in feite komt het er op neer dat ik geboeid ben door wat ik doe maar dat alles wat daarbij komt kijken, zoals zelfpromotie, achterwege blijft. Ik vind steeds nieuwe projecten die daarover komen te liggen. Goh, weet je, ik hoef er niet zozeer bij te horen, misschien is dat ook een reden waarom ik er zelf niet zo achter zit."

www.guidovrolix.com/AP

Geert De Weyer
© 2010 Uitgeverij De Morgen n.v.

>> www.demorgen.be


Naar boven



Categorie "graphic novel" in LA Times Book Prizes
-  De Morgen, 02/03/2010  -


De graphic novel geniet wereldwijd een steeds hoger aanzien, zo mag onder meer blijken uit de nieuwe categorie die de Amerikaanse krant The Los Angeles Times toevoegde aan zijn gerenommeerde LA Times Book Prizes. De eerste laureaat ontvangt de prijs op 23 april, wanneer de prijzen in tien categorieën worden uitgereikt. Voor de nieuwe categorie werden vijf auteurs genomineerd: Gilbert Hernandez, Bryan Lee O'Malley, Taiyo Matsumoto, David Mazzucchelli and Joe Sacco. Die laatste werd genomineerd voor zijn journalistiek verslag in stripvorm rond de Gazastrook. Hernandez siert de lijst dankzij een nieuw deel in de ondertussen klassieke Love and Rockets-reeks. Goed nieuws is er ook voor Shaun Tan, auteur van De aankomst, die genomineerd werd voor zijn recente bundel Verhalen uit een verre voorstad in de categorie "Young Adult Literature". Van hem loopt vanaf dit weekend een expo in het Literair Museum in Hasselt. Een interview met Tan vindt u morgen in Uitgelezen.

Geert De Weyer
© 2010 Uitgeverij De Morgen n.v.

>> www.demorgen.be


Naar boven



Casterman giet anonieme Iraanse blog van dissidenten in graphic novel
-  De Morgen, 02/03/2010  -


Uitgeverij Casterman is vorige week gestart met de publicatie van een politieke graphic novel, Zahra's paradise. Het betreft historische fictie in real time, geschreven door mensenrechtenactivist Amir en getekend door een zekere Khalil. Beide namen zijn pseudoniemen, omdat het wegens de politieke context van het verhaal onmogelijk is hun echte namen te gebruiken. Zahra's paradise vertelt het verhaal van een Iraanse blogger die bericht over het verdwijnen van zijn negentienjarige broer Medhi tijdens de demonstratie tegen de herverkiezing van president Ahmadinejad. Wanneer de blogger en Medhi"s moeder de verdwenen tiener terugzoeken, wordt de lezer meegesleurd in de onderbuik van de Islamitische Republiek, een labyrinth waarin honderden demonstranten en dissidenten de afgelopen jaren spoorloos verdwenen. Kortom: een sleutelroman over de geschiedenis zoals ze op dit moment gemaakt wordt. "Het is geen autobiografisch verhaal", benadrukt Guy De Jonckheere, directeur van de Nederlandstalige afdeling van Casterman. "Het is te zeggen: alle personages uit het boek zijn fictief, maar zijn tegelijkertijd samengesteld uit bestaande Iraniërs en situaties."

Het onlineverhaal verschijnt telkenmale tegelijkertijd in het Engels, Farsi, Arabisch, Frans, Spaans en Nederlands, terwijl op dit moment ook uitgeverijen in andere landen beraadslagen om het naar hun taal om te zetten en op internet te plaatsen. De albumeditie van Zahra's Paradise verschijnt pas in 2011, maar Casterman en de Amerikaanse uitgeverij First Second concludeerden dat de maatschappelijke relevantie voorrang moet krijgen op de boekverkoop. De Jonckheere: "Mooi is ook dat lezers kunnen discussiëren met de auteurs, en zelfs met enkele gastbloggers, zodat het probleem levend blijft." Of de auteurs zich later, eventueel bij de albumpublicatie, bekend zullen maken, is niet geweten.

www.zahrasparadise.com

Geert De Weyer
© 2010 Uitgeverij De Morgen n.v.

>> www.demorgen.be


Naar boven



Stripverhaal van Batman haalt op veiling meer dan een miljoen dollar
-  De Morgen, 27/02/2010  -


Detective Comics #27, een stripverhaal uit 1939 waarin Batman voor de eerste keer verschijnt, is donderdag voor 1.075.000 dollar (790.300 euro) onder de hamer gegaan op een veiling in Dallas. Daarmee breekt de stripfiguur het record van die andere superheld, Superman, waarvan het debuut in het album Action Comics #1 drie dagen eerder één miljoen dollar (735.249 euro) opbracht.
Volgens Shirrel Rhoades, de voormalige uitgever en vicedirecteur van Marvel Comics, hebben de hoge veilingbedragen voor de twee strips voor een deel met de slechte economie te maken. "Wanneer het slecht gaat op de beurs en ook vastgoed niet meer opbrengt, dan bieden collector"s items een alternatief om in te investeren", zegt hij aan persagentschap Reuters. Volgens hem is het Action Comics #1-album wellicht van grotere historische waarde dan het debuutalbum van Batman, maar veilingen hebben zo hun eigen logica, argumenteert hij. "Wat we nu zien, is wellicht een soort vraatzucht. Nu Actions Comics #1 voor een miljoen onder de hamer gegaan is, zullen de prijzen wellicht een hele tijd hoger liggen."

© 2010 Uitgeverij De Morgen n.v.

>> www.demorgen.be


Naar boven



Eerste druk van comic met Superman op cover haalt recordprijs op internetveiling
-  De Morgen, 24/02/2010  -


In 1938 kostte het eerste nummer van Action Comics, waarop Superman de cover siert, 10 Amerikaanse cent. Gisteren werd het via internet geveild voor een miljoen dollar. Dat is het hoogste bedrag ooit voor een comic betaald. Intussen wordt ook bij ons steeds vaker belegd in strips en schieten ook de veilinghuizen wakker.

Vorig jaar in februari verpulverde een zeldzame Batmancomic het vorige record op naam van Superman. Ook toen betrof het een exemplaar van Action Comics met Superman op de cover, maar het object was in veel slechtere staat. Toen werd er 317.000 dollar voor betaald. Het Batmannummer ging er met meer dan honderdduizend dollar boven. Nu is Superman opnieuw aan zet en hij verdubbelde meteen dat bedrag.

In 1938 verscheen een dunne, onbenullig uitziende en met nietjes aan elkaar gehouden comic. Action Comics was de naam en op het eerste nummer tilde Superman een wagen op. Vijf jaar eerder was hij ontsproten uit het brein van twee tieners, Jerry Siegel en Joe Shuster. Toen was hij nog een kaalhoofdige schurk met een telepatisch vermogen, maar hij werd al snel getransformeerd tot de eerste echte Amerikaanse superheld, gewenteld in zijn opvallende rood-blauwe cape. Niemand die overigens brood zag in de Man van Staal. Na een jarenlange tocht langs uitgeverijen wees ook de befaamde DC Comics de creatie in eerste instantie af, om ze later voor een appel en een ei te kopen en de protagonist te bombarderen tot 's werelds bekendste superheld.

We schrijven zeventig jaar later. Het eerste nummer van Action Comics met Superman op de cover brengt een miljoen dollar op via de veilingsite ComicsConnect.Com. En dat terwijl het oorspronkelijk 10 dollarcent kostte. Een mijlpaal, menen Amerikaanse stripkenners, die het kleinood verder omschrijven als de heilige graal. Stripfans keken met spanning uit naar de veiling van de comic, want volgens Stephen Fishler, mede-eigenaar van ComicsConnect, doet zo'n gelegenheid zich slechts om de twee decennia voor. Naar verluidt zouden er slechts honderd exemplaren resteren, het ene al in betere staat dan het andere. Het zopas verkochte exemplaar verkeerde in bijzonder goede staat.

Zowel de verkoper als koper ervan willen anoniem blijven, maar Stephen Fishler, mede-eigenaar van de veilingsite, lichtte een tipje van de sluier door de nieuwe eigenaar te omschrijven als "een zeer bekende persoon waarvan geweten is dat hij een hoogstaande stripcollectie bezit". Dat bekende personen wel vaker antiquarische strips opkopen – Steven Spielberg is een van hen – bewijst het eerdere recordbedrag dat werd betaald voor Action Comics-1. Het was John Dolmayan, drummer bij System of a Down, die het toen aankocht voor 317.000 dollar. Hij omschreef het als "het belangrijkste boek ooit". Zijn exemplaar was echter in slechtere staat.

Veilinghuis Bernaerts
Ook in Vlaanderen rijzen de prijzen onderhand de pan uit. Men gaat steeds vaker in strips beleggen, en dat is ook de veilinghuizen niet ontgaan. Het Antwerpse veilinghuis Bernaerts organiseerde drie jaar geleden een grote veiling van strips. Vorig jaar was er de Willy Vandersteenveiling "De magische matinee" en eind maart is er een speciale stripveilingdag met zeshonderd loten. "We hebben al vijftig keer veilingen georganiseerd van oude boeken en prenten, maar het totaalresultaat per veiling is verhoudingsgewijs al ingehaald door de stripveilingen", zegt bestuurder Peter Bernaerts. "Het brengt dus – laten we eerlijk zijn – geld op én een nieuw publiek. Het is echt een teken des tijds. Stripveilingen zijn zelfs zo gespecialiseerd geworden dat het buiten onze bevoegdheid valt. We huren er specialisten voor in."
Eind 1995 schreef het Antwerpse veilinghuis geschiedenis met de eerste Vandersteenveiling. Hoewel die niet meteen navolging kreeg, bracht ze de bal wel aan het rollen. Bernaerts: "Drie jaar geleden hebben we er opnieuw een gehouden. Professioneler en grootser, dit keer. Dat werkte. Het was tijd om er mee verder te gaan. Parijs en Brussel maakten die oefening al langer, en het zijn zij die ons geïnspireerd hebben, al richten wij ons meer op de Vlaamse strip." Een blik op de catalogus van de stripveilingdag op 28 maart leert dat strips goed boeren. De eerste druk van De vliegende tijgers, een van de eerste Buck Dannyalbums, wordt geschat tussen de 800 en 1.000 euro. Moeilijk te vinden is de eerste druk van het Neroalbum Het B-Gevaar. Dat staat genoteerd voor 1.000 euro. Nog zo'n klassieker is Het eiland Amoras van Suske en Wiske. Daar wil men tussen de 800 en 1.000 euro vangen. Vrijwel onbekend, maar in de catalogus omschreven als een van de zeldzaamste Nederlandstalige stripalbums, is Wietje en Krol, dat tussen 1.400 en 1.600 euro wordt geschat. Een originele plaat van Rourke, getekend door Marvano, moet 450 euro opbrengen.

Luxueuze Jommekes
En dan is er nog Jef Nys, wiens originelen eerder zeldzaam zijn en die hier zijn intrede maakt in de veilingwereld. Vijf Nys-loten zijn er dit keer, telkenmale gaat het om luxueuze Jommekes waarin een originele plaat zit. De prijs: ongeveer 350 euro. Paradepaardje van de veiling zijn de eerste drukken van enkele Tintinalbums. Tintin au pays des Soviets uit 1930 moet tussen acht- à tienduizend euro opleveren. "Normaliter brengt dat album het dubbele op, maar dit is een heringebonden uitgave en dus minder waard", klinkt het bij Bernaerts. Opvallend goedkoop is dan weer een The Spirit-origineel van Will Eisner, dat men hoopt af te kloppen op minstens 1.400 euro. Er valt dus geld te rapen met strips, al blijft het zelfs voor de specialisten verrassend hoezeer de bedragen steeds vaker de hoogte in blijven schieten. Of in de woorden van ComicConnect.Com-baas Fishler: "Het blijft verbazingwekkend om de termen "comic" en "een miljoen dollar" in een en dezelfde zin te zien staan."

Geert De Weyer
© 2010 Uitgeverij De Morgen n.v.

>> www.demorgen.be


Naar boven



Britten kwaad om dure EU-strip van Vlaamse tekenaar
-  De Gentenaar, 23/02/2010  -


Verborgen ramp'Verborgen ramp', het stripverhaal dat de Vlaming Erik Bongers tekende in opdracht van de Europese Commissie, zet kwaad bloed over het Kanaal. 'Verspilling van belastinggeld en pure propaganda', zegt de Britse Taxpayers' Alliance.

Verborgen ramp vertelt het fictieve verhaal van twee hulpverleners van de Dienst voor Humanitaire Hulp van de Europese Commissie (ECHA). Zana en Max moeten hulp bieden in het door een aardbeving geteisterde Borduvia. De strip, die op meer dan 300.000 exemplaren is gedrukt, geeft weer hoe ECHA in actie schiet bij dergelijke crisissituaties. Europese onderdanen kunnen de strip - die voorlopig in vijf talen verschijnt - gratis bestellen.

`Het is immoreel dat dit de Europese belastingbetaler 250.000 euro kost', zegt Matthew Elliot, voorzitter van de Taxpayers' Alliance. Dat is een Britse drukkingsgroep die strijdt tegen misbruik van belastinggeld. 'Dit is pure propaganda voor kinderen, een klassieke tactiek van corrupte regimes.'

Tekenaar Erik Bongers is niet onder de indruk van de Britse kritiek: 'Het is de plicht van de Europese Unie om de onderdanen te informeren. Het is beter om dat in de vorm van een stripverhaal te doen, die informatie blijft veel meer hangen dan de zoveelste folder. Ironisch genoeg zijn het bovendien net Britse leraren die de eerste 17.000 exemplaren hebben besteld. De Europese Commissie heeft een openbare aanbesteding uitgeschreven en ik heb de wedstrijd gewonnen. Ik verdien hier 15.000 euro aan, voor een heel jaar werken. Dat lijkt mij niet overdreven.'

De initiatiefnemer bij de Europese Commissie benadrukt dat de strip geen propaganda is: 'De manier waarop de hulpverleners werken, moest echt realistisch zijn', zegt woordvoerder Thorsten Münch. 'De kostprijs van 75 eurocent is ook niet overdreven, maar wij hadden de kritiek wel verwacht.'

De strip is te bestellen op www.bookshop.europa.eu

Elke Mussche
© N.V. Vlaamse Uitgeversmaatschappij (VUM)

>> www.gentenaar.be


Naar boven



Piet Pienter en Bert Bibber verrijzen
-  De Morgen, 12/02/2010  -


Tom Bouden, stripauteur van onder meer Het belang van Ernst en De Lichtrode Ridder, heeft de nu negentigjarige auteur Pom (Jozef Van Hove) overtuigd om een vervolg te mogen breien op diens reeks Piet Pienter en Bert Bibber. Het laatste album uit die reeks verscheen in 1995. Poms toestemming was wel aan een aantal voorwaarden verbonden.
"Het mocht slechts een eenmalig vervolg krijgen en het mocht zeker geen volwaardig Piet Pienter en Bert Bibberalbum worden waarin zij als enige de hoofdrol vertolken," zegt Bouden. Aan de basis van Poms goedkeuring lag Boudens album Paniek in Stripland, waarin op een absurd humoristische manier de allerbekendste Vlaamse strippersonages samentroepen. "Pom vond dat blijkbaar een leuk album, en zag ook dat Piet Pienter en Bert Bibber daarin voorkwamen. Het album dat hij voor ogen had, moest iets gelijkaardig worden."
Het resultaat, dat morgen in de winkels ligt onder de noemer Avontuur in de 21ste eeuw, is om die reden opnieuw een verhaal geworden dat aansluit bij Paniek in Stripland, zegt Bouden. "In feite is het nu een mix van een parodie, een hommage en een pastiche."
De cover ziet er bijna identiek uit als de oude Pienter en Bibberalbums, met als verschil dat in plaats van Pom de naam Tom als tekenaar vermeld is. Maar naast Bouden bevat de colofon ook de namen van dertien andere bekende Vlaamse stripauteurs- en tekenaars, zoals Luc Cromheecke, Dirk Stallaert, Steven Dupré, Martin Lodewijk en Marc Verhaegen. In de scène in het bejaardentehuis bijvoorbeeld voeren de tekenaars van onder meer Urbanus, Agent 327, Biebel, Tom Carbon en Kramikske hun personages op als hoogbejaarden."

Over het tekenen van Avontuur in de 21ste eeuw loopt in de Brugse stripwinkel De Striep over enkele weken een expositie. Het album krijgt dan meteen ook een making-off in de vorm van een kleiner boekje.

Paniek in Stripland Avontuur in de 
21ste eeuw

Geert De Weyer
© 2010 Uitgeverij De Morgen n.v.

>> www.demorgen.be


Naar boven



Interview met Blutch door Gert Meesters
-  Focus Knack, 27/01/2010  -


“Ik heb meer succes bij de vrouwen dan in de boekhandel”

Het stripfestival in Angoulême viert zijn 37e editie met alweer twee Vlaamse genomineerden, Nix en Judith Vanistendael. De grote ster van het festival is echter Blutch – Christian Hincker voor de burgerlijke stand. De virtuoos van de levendige tekening mag dit jaar het festival voorzitten. “Ik ben een muzikant voor muzikanten.”

Rapido
ModernaElk jaar wordt in Angoulême de Grote Prijs van de stad uitgereikt, zowat de hoogste eer die een stripauteur in zijn carrière kan behalen. De editie daarop mag de gelukkige het festival en de prijzenjury voorzitten. De meeste winnaars van de Grote Prijs zijn bekend en populair, maar vorig jaar won de relatief obscure Blutch (42). Van hem was toen nog maar één boek in het Nederlands te verkrijgen, en dan nog het vervreemdende Rapido Moderna.

Toch zat die bekroning eraan te komen. Al in 1998 maakte de toenmalige président van het festival, de in Frankrijk erg populaire Daniel Goossens, een hoekje vrij om werk van de jonge Blutch te tonen. Bij zijn collega’s zijn het tekengemak en de elegantie van zijn trefzekere lijnen legendarisch. Tijdens de jaarlijkse stripconcerten op het festival, waarbij auteurs live tekenen onder muzikale begeleiding, is Blutch steevast de ster. Zelfs onder tijdsdruk lijkt het alsof hij geen foute lijn op papier kán zetten. Vorig jaar kreeg hij niet alleen de Grote Prijs van zijn vakgenoten, maar van een gelegenheidsjury ook nog een Essentiel, een albumprijs.

De laatste maanden ontdekken ook Nederlandstalige uitgevers zijn werk. Het tweeluik Blotch, waarin Blutch zichzelf en zijn directe collega's als een bende vadsige parvenu's ten tijde van het interbellum in Parijs afschildert, is net vertaald. Binnenkort volgt het eerste deel van zijn semi-autobiografische strip De kleine Christiaan. Op de identiteitskaart van de Elzasser staat immers Christian Hincker. Zijn nom de plume leende hij van de laffe korporaal uit De Blauwbloezen.

Vreemd dat iemand met jouw artistieke oeuvre zijn pseudoniem uit zo'nklassieke strip haalt.

Blotch-1Blutch: Simpel: ik heb die naam niet zelf gekozen. Mijn schoolvrienden zijn me zo beginnen te noemen toen ik een jaar of dertien was. Op die leeftijd waren we natuurlijk fans van De Blauwbloezen. Blijkbaar vonden ze dat ik niet alleen fysiek wat van Blutch weg had, maar ook psychisch. Na een tijd noemde iedereen me zo, mijn ouders incluis. Dus heb ik die naam ook maar gebruikt toen ik mijn eerste strips publiceerde.

Je hebt op het vorige festival van Angoulême twee belangrijke prijzen tegelijk weggekaapt. Een duwtje in de rug van de stripprofessionelen?

Blutch: De Grote Prijs was een absolute verrassing. Ik ben waarschijnlijk de eerste winnaar die niet veel succes heeft — in de boekhandel welteverstaan, bij de vrouwen valt het wel mee. (Lacht)

Ik heb veel minder lezers dan vorige winnaars zoals Lewis Trondheim, Zep of Dupuy & Berberian. Toegegeven, José Muñoz twee jaar geleden was vergelijkbaar. Zoals men vroeger in de jazz zei: wij zijn muzikanten voor de muzikanten. Onze collega's appreciëren ons meer dan het publiek. Enfin, nu bevind ik me daardoor in een vreemde positie. Ik vind de functie van président van het festival wel een eer, maar ze brengt meer verplichtingen mee dan plezier.

Stoort het je dat het grote publiek je niet kent?

Blutch: Ik heb daar zelf totaal geen invloed op. Ik heb ook geen meesterlijk plan om hen te bekeren: blijkbaar is het aantal mensen dat mijn werk wil lezen beperkt. Ik lijd daar niet onder, want ik heb het geluk om al heel lang de vrijheid te hebben om te doen wat ik wil, en hoe ik het wil. Ik kon meteen van mijn strips leven, en mag dus niet klagen.

Nooit aan gedacht om een klassieke reeks te maken?

Blutch: Als lezer houd ik erg van series, maar als auteur heb ik er de discipline niet voor. Ik wil niet zo lang hetzelfde maken, ik wil dat de dingen in beweging blijven. Zo loop ik in elk geval niet het risico mee te maken wat sommige collega's me signaleren: dat ze zich opgesloten voelen door het succes van hun reeks.

Jouw stijl kan sterk verschillen van boek tot boek. Denk je daar vooraf over na?

La voluptéBlutch: De inhoud van het boek dicteert me de stijl. Trouwens, ik vind niet dat mijn tekenstijl radicaal verandert. Al kunnen wel de hoeveelheid zwart en arceringen verschillen, waardoor de tekening een heel andere indruk geeft. (Lange stilte) Ik weet niet hoe ik het moet uitleggen, maar ik moet als auteur vooral mezelf overtuigen van wat ik aan het tekenen ben. Ik praat veel tegen mezelf als ik teken. Ik ben de eerste lezer van mijn werk en als ik teken, stel ik alles in het werk om mezelf in het verhaal te laten geloven. Het gebruik van zwartvlakken of arceringen is dus mijn onhandige manier om mezelf ervan te overtuigen dat mijn verhaal er staat.      

Natuurlijk zijn die stijlkeuzes min of meer bewust. (Stilte) Kijk, vijftien jaar lang heb ik met pen getekend, tot en met mijn strip Péplum. Nu gebruik ik al een hele tijd penselen en balpennen. Als ik een zeldzame keer nog eens een tekening met pen probeer, krijg ik er niets goeds meer uit. Alsof het een instrument is dat ik al tien jaar lang niet meer bespeeld heb. Al het gevoel is eruit. Verschrikkelijk is dat.

Er zijn erg veel manieren om een idee in een tekening om te zetten. Soms krijg ik de ingeving om iets anders te doen, om bijvoorbeeld met kleur en pastelkrijtjes te werken. Soms vereenvoudig ik mijn tekeningen sterk. Dat hangt dan af van de sfeer en de omgeving die ik aan het tekenen ben.

Gebeurt het soms dat je voor één verhaal verschillende stijlen uitprobeert?

Blutch: Uitproberen kun je dat niet echt noemen. Ik begin aan een boek en dan gebeurt het wel eens dat ik zie dat het op die manier niet werkt. Dan begin ik helemaal opnieuw. Meestal ben ik dan nog niet zo ver gevorderd, maar toch. Het is een kwestie van instinctief aanvoelen. Ik kan het niet onder woorden brengen.

Je staat bekend als een heel snelle tekenaar. Je bent een van de weinigendie live voor publiek vlug iets deftigs op papier krijgen.

Blutch: Ik kan snel tekenen omdat het geen belang heeft voor mij. Een geslaagde tekening of niet, daar ben ik niet mee bezig. Ik zet mezelf niet onder druk en net daarom lukt het. Dat klinkt misschien wat pretentieus, maar ik teken ook al continu sinds ik heel klein was. Op een Concert de dessins hoort het erbij dat je af en toe iets beneden je normale niveau tekent. Als ik dat achteraf terugzie, vind ik het bijna altijd verschrikkelijk. Toch stoort me dat niet.

De vergelijking met een muziekinstrument steekt dus weer de kop op.

Blutch: Precies. Ik vertolk iets, denk er niet te veel over na en laat alle mogelijke angsten achter me.

Je bent ook bekend als illustrator. Geen plannen om daarvan een boek uit te brengen?

La beautéBlutch: Mijn laatste boek bij Futuropolis, La beauté, is een boek met tekeningen zonder tekst. Ik vind het echter belangrijker om illustraties te blijven maken dan boeken ervan uit te brengen. (Lacht) Voor mijn expo op het festival heb ik wel enkele losse tekeningen geselecteerd die ik met pastelkrijt en kleurpotlood heb gemaakt, maar voor mij blijft dat werk nog intiem en privé. Ik ben er nog niet klaar voor om het op de wereld los te laten. Over enkele jaren krijgen mijn lezers ze misschien te zien.

Als illustrator heb je wel al een mooipalmares: niet iedereen kan zeggen dat hij voor 'The New Yorker' heeft getekend.

Blutch: Dat klopt, maar ik kijk helemaal anders naar zulke illustraties. Dat is werk in opdracht, en het draait nooit helemaal uit zoals ik het zou willen. Daarom doe ik zo'nwerk ook bijna niet meer. Ik maak wel nog grafisch werk waarbij ik meer vrijheid heb, zoals de cartoons die ik de voorbije twee jaar voor Le Figaro Littéraire heb gemaakt. Dat vond ik heel plezierig. Die tekeningen zullen trouwens ook in mijn tentoonstelling tezien zijn. Ik wil daar veel dingen laten zien die niet in boekvorm beschikbaar zijn.

Om het nog even over je verhaallogica te hebben: volgens mij maak je twee soorten boeken. In het tweeluik 'Blotch' verloopt het verhaal vrij klassiek met veel aandacht voor de humor, terwijl je in 'Rapido Moderna' experimenteert met de verwachtingen van de lezer.

Blutch: Dat heb je goed gezien. Ik volg twee grote richtingen in mijn werk. In een boek als Blotch volg ik de richting van de humor en de satire — al doe ik geen parodieën als nepwesterns en valse politieseries meer. De tweede richting draait om de droom: Rapido Moderna en La volupté zijn allebei een verkenning van de droom als narratief principe, een beetje zoals de surrealisten het zagen. Daarbij vertrek ik niet van echte dromen, maar probeer ik de droomlogica te imiteren door dingen die normaal niet bij elkaar passen te verenigen. Je slaat een bladzijde om en je hebt geen idee wat erop zal volgen. Ik vind dat soort vertelling heel moeilijk, en eigenlijk ben ik nog niet in mijn opzet geslaagd. Het is heel delicaat. In die strips zit niet echt een verhaal, net dat trekt me sterk aan. Om die reden houd ik ook van de films van Fellini of van Godard, of van schilderijen zonder betekenis. Ik ben daar al heel lang gevoelig voor.

Laat je je dan leiden door het moment?

Mitchum - L'intégraleBlutch: Ik improviseer nooit, ik schrijf alles eerst uit. Toch kan ik op het laatste moment soms hele stukken herschrijven, omdat een personage, een situatie of een decor me intrigeert. Ik begin meestal eerst te schrijven, maar moet toegeven dat ik bijna meteen ook begin te schetsen. Het gebeurt min of meer tegelijk.

Elke voorzitter vult zijn functie op zijn eigen manier in. Hoe ga jij je inbreng tonen?

Blutch: In elk geval niet in de organisatie. Daar zijn professionals mee bezig, en ik voel me niet geroepen om me daarmee te bemoeien. Ik zit vooral achter enkele evenementen op het programma. Mijn eigen tentoonstelling natuurlijk, maar ik heb ook het initiatief genomen voor exposities over cartoons en over Fabio Viscogliosi, een fenomenale auteur die nog te weinig bekend is bij het publiek. Ik vond het natuurlijk ook een goed idee om een tentoonstelling over De Blauwbloezen te organiseren - dat was ik aan mijn pseudoniem verplicht. En ik ga de prijsuitreiking presenteren, samen met Franky Baloney van het blad Ferraille. We gaan het op zijn Amerikaans doen, in smoking. Het is een prima gelegenheid om plezier te maken. Ik weet wel dat veel auteurs en uitgevers zich dan opvretenvan de stress, maar we moeten het nu ook weer niet te ernstig opvatten. Kort en goed, snel en met punch, dat willen we proberen.


 

GRAS IN ALLE SOORTEN EN MATEN

Vorig jaar was het werk van Blutch te zien op het festival van Cannes én in de cinema. Hij maakte immers deopvallende affiche voor de gelauwerde film 'Les Herbes Folles' van Alain Resnais.

Affiche: Les
Herbes FollesEen moeilijke opdracht?

Blutch: Het basisidee had ik meteen, en dat zie je ook op deuiteindelijke affiche. Nadat de producer het had goedgekeurd en het concept aan Resnais had voorgelegd, heb ik nog maanden met Resnais aan de definitieve versie gewerkt. Zo had ik een nachtelijke versie, eentje met gemaaid gras, eentje met lang gras... ik had er een boek mee kunnen vullen als ik niet altijd op hetzelfde papier had gewerkt. Ik veegde de vorige versie uit en begon opnieuw. Er is dus maar één tekening overgebleven. Voor mij was samenwerken met Resnais ongelofelijk.

Had je de film gezien voor je aan deaffiche begon?

Blutch: Ik had het scenario gelezen en foto's gezien. En ik wist ook al heel wat over Alain Resnais en zijn andere films. Later heb ik natuurlijk de film zelf gezien, toen hij klaar was.

Je houdt niet van opdrachtwerk en toch heb je maanden aan dezeaffiche gewerkt. Hoe rijm je dat?

Blutch: Ik ben een filmliefhebber.

Ik heb zelf filmschool gevolgd en Resnais is een van de grootste regisseurs uit de geschiedenis van de Franse film. Het was dus een eer om met hem samen te werken. Bovendien is Resnais een stripliefhebber. Hij houdt het meest van de Amerikaanse strips uit de jaren 30 en 40 van de vorige eeuw, zeg maar de geboorte van de superheldenstrip. Mijn werk kende hij nog niet, maar nieuwsgierig als hij is, heeft hij er zich nadien op gestort.

Gert Meesters
© 2010 Roularta Media

>> www.knack.be/focus


Naar boven



Doorstart voor manga in Nederlandstalig gebied
-  De Morgen, 19/01/2010  -


Ballon Media is de nieuwe uitgever van de Nederlandstalige manga"s van het Kanafonds, dat vroeger behoorde tot uitgeverij Dargaud-Lombard. Het gaat vooral om titels voor jongens en meisjes, zoals het bekende Naruto, Death Note en Monster of Bleach. Gisteren werd de overname van het fonds officieel meegedeeld.
Ballon Media is van plan de Japanse strip een doorstart te geven en de verovering van de Vlaamse en Nederlandse markt opnieuw in te zetten. Volgens CEO Alexis Dragonetti is de overname een logische stap: "De Nederlandstalige markt verschilt sterk van de Franstalige en vraagt een specifieke aanpak."
Ondanks sombere berichten in het verleden is hij ervan overtuigd dat er bij ons wel degelijk een markt voor manga bestaat. Dragonetti haalt daarvoor het wereldwijde succes van de manga aan. Ook in Wallonië en Frankrijk doet de Japanse strip het bijzonder goed. De Nederlandstalige Kanacatalogus bedraagt tot nog toe negen reeksen, goed voor 130 uitgegeven titels.

Geert De Weyer
© 2010 Uitgeverij De Morgen n.v.

>> www.demorgen.be


Naar boven



Ballon Media nieuwe uitgever van Kana
-  Persbericht Ballon Media  -


Ballon Media is de nieuwe uitgever van de Nederlandstalige manga’s van Kana. Op 1 januari 2010 nam de Vlaamse uitgeverij de Nederlandstalige Kana-catalogus officieel over van uitgeverij Dargaud-Lombard. Vanuit de nieuwe thuisbasis in Antwerpen wil ze de Japanse stripverhalen een doorstart geven en de verovering van de Vlaamse en Nederlandse markt opnieuw inzetten.

Logische stap
“De overname van Kana is een logische stap”, volgens ceo Alexis Dragonetti. “De Nederlandstalige markt verschilt sterk van de Franstalige en vraagt een specifieke aanpak. Met onze kennis over de Nederlandstalige markt zullen we een nieuw elan kunnen geven aan Kana. Bovendien zijn de titels van Kana een echte verrijking van de Ballon Media catalogus.”

Continuïteit gegarandeerd
Met het fonds maakt ook Kim Sanders mee de overstap naar Ballon Media. Als uitgeefassistente garandeert ze sinds eind 2007 de editoriale opvolging van de Nederlandstalige titels uit het Kana-fonds voor uitgeverij Dargaud-Lombard. Haar overstap naar Ballon Media verzekert een vlekkeloze overgang van het mangafonds naar de Antwerpse uitgeverij.

Doorbraak op Nederlandstalige markt
Kana kan buigen over een catalogus van 9 reeksen, goed voor ruim 130 reeds uitgegeven titels. Daarin blijven Japanse topreeksen zoals Naruto, Death Note, Monster en Bleach de sterkhouders. Daarnaast kijkt Ballon Media uit naar nieuwe toptitels die een echte doorbraak kunnen forceren op de Nederlandstalige markt. “Manga is wereldwijd een succes”, besluit Alexis Dragonetti. “We geloven er sterk in dat ook in Vlaanderen en Nederland een markt voor manga bestaat.”

Ballon Media, beelden die spreken
De nv Ballon Media kende zijn big bang op 1 april 2008. Het startschot om de activiteiten van De Ballon, een kinderboekenuitgever met ruim twintig jaar ervaring, boekenverdeler Balloon Books en het striplabel Mezzanine samen te brengen onder een nieuwe koepel. Ballon Media ontplooit zijn activiteiten vandaag in drie entiteiten: Ballon Kids (kinderboeken), Ballon Comics (stripverhalen) en Ballon Distribution (boekverdeling). En neemt vanaf 2010 dus ook de uitgave van de Nederlandstalige manga’s van Kana voor zijn rekening.

© 2010 Ballon Media n.v.

>> www.ballonmedia.be


Naar boven



Jan De Smet zingt samen met striptekenaar Kim voor kinderen
-  De Gentenaar, 13/01/2010  -


Noem hem gerust een van de ongekroonde koningen van de culturele centra. Alsof Jan De Smet met De Nieuwe Snaar nog niet genoeg om handen heeft (143 voorstellingen!), trekt hij nu op tournee met cartoonist Kim Duchateau en een uniek concept voor kinderen. 'Leuk als ouders mij komen bedanken.'

Eind december zat Jan De Smet met De Nieuwe Snaar aan voorstelling 143 van de succesproductie Foor 11. Als ze volgend jaar in februari de voorstelling voor het laatst spelen, zullen ze de muziekproductie maar liefst 300 keer gebracht hebben in alle uithoeken van Vlaanderen. Toch had De Smet nog wat gaatjes in zijn agenda en die vult hij nu op met een bijzondere voorstelling voor kinderen, die zaterdag in première gaat.

Bij elk kinderliedje dat De Smet zingt tijdens Het stripconcert, maakt cartoonist Kim Duchateau een lichtjes ondeugende tekening. Wat Duchateau tekent, wordt gefilmd, waardoor iedereen in de zaal diens vorderingen op een groot scherm ziet. 'Maar er komen ook speelgoedfiguurtjes en aardappelpuree aan te pas', lacht De Smet. `De try-outs hebben bewezen dat de formule enorm goed werkt. Het is vooral voor Kim hard werken: elke drie minuten moet hij een nieuwe tekening klaar hebben.' Ook van Het stripconcert zijn alweer een vijftigtal voorstelling geboekt.

Je maakte al heel wat kinderen blij met je voorstelling 'Woody'. Sommige van die liedjes vis je nu opnieuw op, naast een aantal oude klassiekers. Het lijkt haast alsof je een stil offensief tegen Studio 100 bent begonnen?
Jan De Smet: (lacht) 'Dat niet. Ik heb echt niets tegen wat zij doen. Maar ik vind wel dat er ook plaats moet zijn voor een alternatief. Zodat ouders en kinderen kunnen kiezen en zelf kunnen uitmaken wat ze het liefste horen. Samen met Kapitein Winokio vorm ik zowat de tegencultuur als het gaat om kinderliedjes. Maar ik mik zeker niet op de marge of de elite. Ik hoop hiermee een breed publiek te bereiken.'
`De liedjes van Woody leidden tot de cd Steek je vinger in de lucht. Die cd blijft een eigen leven leiden, merk ik. Soms komen ouders me bedanken. Op reis naar Frankrijk wilden onze kinderen alleen maar jouw cd horen. Ik hoorde ook al dat die liedjes her en der in de klas gebruikt worden. Ik schreef vroeger ook al kinderliedjes. Daar blijft zo'n vraag naar bestaan dat ik in de zomer opnieuw een cd en een boek met kinderliedjes ga maken.'
'We denken ook al aan een vervolg van deze voorstelling voor volwassenen. Want we moeten toch opletten dat we de reine kinderziel met dit stripconcert respecteren. Het zou wel leuk zijn om ook eens alle remmen te kunnen losgooien. We beginnen te beseffen dat we een doos van Pandora hebben geopend. Wie weet wat er nog uit komt.'

Je trekt met De Nieuwe Snaar al jaren langs de Vlaamse schouwburgen. Is er iets wat je daar nog opvalt, in al die culturele centra?
'Dat we ondanks het feit dat we al 28 jaar bezig zijn, nog steeds voor onze plaats moeten vechten. En dat het moeilijk is om je publiek te vernieuwen. De 20-jarige van nu is anders dan de oudere generaties. Een jongere beslist de avond zelf wat hij wil gaan doen. Oudere mensen kopen abonnementen. Wat tot gevolg heeft dat als die jongere naar De Nieuwe Snaar wil, hij er niet meer in kan omdat de voorstelling uitverkocht is. Ik zie ook dat weinig acts of groepen een lang leven beschoren is. Als ik onze eerste groep De Snaar er bij reken, dan staan wij dit jaar veertig jaar op de planken.'

www.demuziekfaktorij.be

Hans-Maarten Post
© N.V. Vlaamse Uitgeversmaatschappij (VUM)

>> www.degentenaar.be


Naar boven



Lewis Trondheim in Gent
-  Eigen berichtgeving  -


Lewis Trondheim in Gent !

DonjonU was erbij of u heeft het gemist omwille van een wel heel spijtige reden. Lewis Trondheim kwam naar Gent. Op vrijdag 8 januari 2010 kwam hij signeren in DE POORT van 10.00u tot 12u00.

Op donderdag 7 januari 2010 opende hij ’s avonds de tentoonstelling “Een eeuw Frans stripverhaal” in het Centrum Roeland - Frans Documentatiecentrum voor Vlaanderen, Krijgslaan, 20-22, B-9000 Gent. Deze expo is nog vrij toegankelijk voor het publiek iedere woensdag in janurai 2010 van 14.00u tot 21.00u.
Ook klassen uit het middelbaar onderwijs worden uitgenodigd om deze expositie te bezoeken. Dit kan na reservatie (de contactgegevens van Roeland.be vindt u hier).

Dit ging gepaard met een passende vernissage met Lewis Trondheim als eregast, waarop we enkele klanten mochten uitnodigen.  De Standaard-journalist Michel Kempeneers had de eer om Lewis Trondheim te interviewen. Zo kwamen we wat meer te weten over de persoon achter Lewis Trondheim: zijn ouders hadden toch wel een boekenwinkel zeker... Zijn grootvader was kapper: beheert Trondheim nu geen collectie die toevallig Shampooing heet??? Af en toe moest Trondheim naar zijn woorden zoeken, maar dat had volgens hem alles te maken met het feit dat het interview in het Frans liep. Wellicht had hijzelf liever het Nederlands verkozen...

 

WIE IS LEWIS TRONDHEIM ?

De Fransman Lewis Trondheim is een van de allergrootste stripauteurs van het moment, een meer dan waardige winnaar van de VPRO Grand Prix 2004. Hij is ook een van de drukste figuren in de stripwereld. In de afgelopen tien jaar tekende en schreef hij zo'n honderd boeken. Een van zijn beroemdste series is de fantasy-parodie Donjon, die hij samen met Joann Sfar opzette. Ook van zijn hand zijn de avonturen van kosmollers Kaput en Zösky, die de ruimte aan zich willen onderwerpen en Koning snotneus, over een etterbakje die alles voor het zeggen heeft in zijn Koninkrijk.  (bron: www.silvester.nl)

Trondheim werd verheven tot ridder van  l'Ordre des Arts et des Lettres in juni 2005. In 2006 kreeg hij Grand Prix de la ville d'Angoulême.

Interessante links:

>> http://nl.wikipedia.org/wiki/Lewis_Trondheim  (Nederlandstalige info)
>> http://www.lewistrondheim.com/   (officiële website)
>> http://www.bedetheque.com/auteur-145-BD-Trondheim-Lewis.html    (biografie, bibliografie, ...)
>> http://www.roeland.be/   (organisator expo)

 

SIGNEERSESSIE : vrijdag 8 januari 2010, van 10.00u tot 12.00u

Lewis Trondheim pochte tijdens het interview met Michel Kempeneer dat hij maar één uur besteedt aan één plaat van een boek. Als u hem bezig zag tijdens de signeersessie, dan zal u beslist verwonderd zijn dat hij zo lang aan één plaat werkt. Trondheim tovert in geen tijd bijwijlen paginagrote tekeningen tevoorschijn. Geen enkele tekening die hij maakte was dezelfde: allerlei figuren, interactieve combinaties van figuren en posities passeerden de revue. Het was werkelijk een lust voor het oog om die man bezig te zien. Dat een aantal van die tekeningen dan nog vakkundig met penseel ingekleurd werden door zijn vrouw Brigitte - zij kleurde ook een aantal Kobijn-albums in - maakte het feest helemaal compleet.

Kortom, eeuwig respect voor Mr en Mme Trondheim.
Merci!

Hieronder enkele sfeerfoto's.
Meer foto's? Ga snel naar onze Facebook-pagina!

 

Signeersessie Lewis Trondheim

Signeersessie Lewis Trondheim

Signeersessie Lewis Trondheim

Signeersessie Lewis Trondheim

Signeersessie Lewis Trondheim

Signeersessie Lewis Trondheim

Signeersessie Lewis Trondheim

Signeersessie Lewis Trondheim



Naar boven







Legal Disclaimer. Copyright De Poort 2010.

Site door On Course