|
Gadget
Een gadget is een klein, nutteloos voorwerp Made in
Taiwan of China, meestal een prul dat niettemin een hogere verkoop
teweeg brengt of dat beoogt. Het wordt ter promotie gratis weggeschonken
bij albums die volgens marketingboys
onder de aandacht mogen gebracht worden of als actie bij aankoop van
meerdere albums van een reeks, collectie
of uitgeverij. Vooral Dupuis is daar heel sterk in.
Gadgets heb je er in alle soorten en maten, de ene al creatiever en
geestiger van uitwerking dan de ander. Zo kennen we de kartonnen silhouetjes
die je op sokkeltjes kan plaatsen, de nu uit de mode geraakte flippo's,
stickers, afwasbare tattoeages, kleurplaten met verfstaaltjes, cd-roms,
maar ook opblaasbare hamers, ineen te vouwen kartonnen draaimolens of
huisjes, harlekijnpoppetjes, allerlei soorten 3D-objecten,... Vul zelf
maar aan of mail het
ons.
Gag
De ware betekenis luidt eigenlijk dat een gag één
bepaalde grappige situatie is in de loop van een verhaal. Maar algemeen
wordt aangenomen dat een gag een los te lezen grap is, meestal verteld
op één enkele halve of hele pagina, maar ook als strookjesstrip.
Bekende voorbeelden zijn Guust Flater door Franquin,
Bollie en Billie door Roba, Sjors en
Sjimmie door een resem verschillende tekenaars (maar laten we
vooral de Wiroja's er uit pikken).
Gagreeksen worden gebundeld uitgegeven in één of meerdere albums.
Meestal komt zo'n bundel tot stand nadat verscheidene of alle gags zijn voorgepubliceerd
in een of ander (strip)tijdschrift waarin dus elke dag, week of maand
een nieuwe grap moest verteld worden.
Gelijmd
Van een gelijmde strip worden de katernen
op elkaar gelegd die aan de linkerzijkant worden voorzien van een
streepje lijm. Al die losse katernen op elkaar worden vastgehecht aan de
binnenkant van de rug
van de kaft
die op zijn beurt voorzien is van een lijm- of waslaag. Daarna wordt
deze bundel schoongesneden
op het formaat van de albumuitgave. De rug
van een gelijmde strip is meestal hoekig in plaats van afgerond.
Dit is geen ideale manier van boekbinden want de pagina's laten snel
los, afhankelijk van de kwaliteit van de lijm. Vooral oudere strips van Arboris
zijn gelijmd. Zowel
hardcovers
als softcovers
kunnen gelijmd zijn.
Genaaid,
Gebonden
Genaaide of gebonden strips bestaan uit aan elkaar
genaaide of gebonden katernen.
Volstaat deze uitleg? Neen. De verschillende katernen worden OP of IN
elkaar gelegd en door de rugzijde
letterlijk aan elkaar genaaid door middel van linnen of garen. Ofwel
worden de verschillende katernen ineens aan elkaar genaaid (zoals vele hardcovers
van Talent), ofwel wordt er genaaid per katern (zoals
bijvoorbeeld De Duistere Steden door Schuiten
en Peeters). De afzonderlijke katernen worden in dit
laatste geval dan ingekleefd in de kaft
en nog eens aan elkaar genaaid waarna ze op het formaat van het album
worden schoongesneden.
De rug
van een genaaide strip is meestal hoekig in plaats van afgerond.
Deze manier van inbinden is veel duurzamer en krijg je zonder
belachelijk en nutteloos machtsvertoon niet meer van elkaar. Zowel hardcovers
als softcovers
kunnen genaaid/gebonden zijn.
Geniet
Nieten is de goedkoopste vorm van inbinden. De voorwaarde
is dat de verschillende katernen
IN elkaar geschoven worden waarna twee of meer nietjes doorheen de rug
van de katernen én de kaft
worden geslagen. Niet alleen is het goedkoop, maar ook stevig. Nadeel is
dat de nietjes na verloop van ettelijke jaren kunnen roesten en sporen
nalaten op het papier. Vooral bij oudere strips merk je dat. Dit hangt
ook af van de manier waarop strips in een verzameling worden bewaard
uiteraard. De rug
van een geniete strip is meestal afgerond in plaats van hoekig... hey,
eigenlijk heeft een geniete strip geen rug! De cover
en backcover
liggen namelijk vlak naast elkaar.
De voorbeelden die iedereen al wel eens gelezen heeft, zijn de oudere
strips van De Rode Ridder of Bessy.
Enkel softcovers
kunnen geniet zijn. Hardcovers
hebben een te dikke of zware kartonnen kaft waar geen nietjes doorheen
kunnen geslagen worden. Het zou ook niet professioneel ogen.
Genre
Misschien denk je wel dat we jou voor een idioot houden
door zelfs hier een begrip van te maken, maar dit dient enkel als
inleiding voor de verschillende noemenswaardige en te onderscheiden
stripgenres met een woordje uitleg, kenmerken, voorbeelden en
vooroordelen. Klik dus snel verder naar actie,
alternatief,
auteursstrip,
avonturen,
detective,
erotisch,
fantasy,
historisch,
humor,
jeugd,
sciencefiction,
striproman,
thriller,
volwassen.
Uiteraard bestaan er onnoemelijk veel genreoverschrijdende albums of
reeksen. Sciencefictionelementen die in een klassieke avonturenstrip
opduiken bijvoorbeeld en in welke hedendaagse actiestrip komt er nu geen
erotische scène voor, hmm? Nog andere verhalen halen net het beste en
meest verrassende uit genreoverschrijdende elementen. In nogal wat
gevallen kan dat gekunsteld, gezocht of te gemaakt overkomen of verrast
het in die mate dat het grote publiek het niet lust.
In de voorgestelde genres — die soms op elkaar lijken — gaat het
daarom voornamelijk over de te onderscheiden elementen van het genre.
Genummerd
Vooral luxes
en ex-librissen
of al wat vast en los hangt in een beperkte oplage worden gretig
voorzien van cijfertjes. Een nummering bestaat steeds uit twee cijfers:
het ene om het unieke nummer te bepalen, het andere om de totale
beperkte oplage aan te tonen. Het voorbeeld 19/200 verzekert jou van
exemplaar 19 van in totaal 200 uitgegeven wat-dan-ooks.
Als er van een bepaald genummerd album een extra luxe-uitgave is, krijgt
de genummerde oplage meestal een afwijkende Romeinse nummering. Het
aantal is nog beperkter dan de gewone nummering uiteraard.
Daarnaast bestaat er ook nog eens een nummering buiten handel, al of
niet in Romeinse letters, meestal als HC afgekort naar analogie van
Franse nummeringen: HC = hors commerce. Deze nummering is voorzien voor
exemplaren die bestemd zijn om auteurs, medewerkers en bevoorrechte
verzamelaars te plezieren of te bedanken.
Van
alle uitgaves van Arcadia bestaan voorbeelden van alle
bovenstaande nummeringen.
"Genummerd" en "gesigneerd"
zijn twee termen die meestal aan elkaar klitten zoals twee bronstige
honden, maar dat is nochtans niet altijd zo. Vergis je niet: de
nummering wordt zeer zelden, zeg maar nooit, uitgevoerd door de auteur.
Gesatineerd
Het papier van een album dat niet mat
is, moet wel gesatineerd zijn. Het is een duurder soort papier, maar
ziet er ook mooier en verzorgder uit. De tekeningen en — vooral — de
kleuren komen beter tot hun recht. Bekendste voorbeeld zijn zowat alle
strips van Talent.
Nadeel aan gesatineerde pagina's is de weerkaatsing van het licht als je
een strip onder een lamp of in de zon leest. Je bent dan verplicht om je
album in een bepaalde hoek te lezen... of je gaat zitten in de schaduw
of in de kelder.
Gesigneerd
Speciale uitgaves zoals luxes
en ex-librissen
worden wel eens en masse en aan de lopende band gesigneerd door de auteur(s).
Dat is niet meer of minder dan de handtekening van de tekenaar en/of
schrijver. Hoe bekender de naam of reeks van de auteur, hoe waardevoller
de signering, zeker na de dood — wij kunnen er ook niets aan doen —
van de auteur. Een gesigneerd album, maakt het verhaal of de tekeningen
van het album niet noodzakelijk beter of slechter. Duurder dus wel.
Op heuse signeersessies zet een auteur graag of met tegenzin zijn
handtekening in een door jouw gekocht of meegenomen album. Als hij die
handtekening opluistert met een persoonlijke aanspreking tekening waar
hij een paar seconden of een half uur aan spendeert, spreken we van een dédicace.
Goot
Wellicht kregen tal van auteurs
ooit de opmerking dat ze met hun 'tekeningskes' en 'zotte mannekes' wel
in de goot zullen belanden want wat brengt dat nu op, zeg?! Maar in deze
rubriek slaat een goot op de tussenruimte tussen de verschillende plaatjes.
In 99% van de gevallen is die wit. In het andere geval is het een andere
kleur of is deze tussenruimte een getekend of ondersteunend onderdeel
van de plaat
geworden. De Onnoembaren bijvoorbeeld is gedrukt op een zwarte bladspiegel
wat de zwarte, cynische, sarcastische en bijtende humor versterkt.
Hardcover
Afgekort HC. Zo wordt een album doorgaans omschreven als
het een harde kaft heeft. Een hardcover kan genaaid,
gelijmd
of gebonden
zijn, nooit geniet.
De kaft van een hardcoveralbum kan geplastificeerd
zijn of gewoon mat.
Hardcovers zijn duurder dan softcovers
omdat het publiek dat HC's wil behoorlijk kleiner is dan het
softcoverpubliek. De oplage, het totaal aantal HC's, ligt dus een pak
lager dan het aantal gedrukte SC's. En aangezien de kostprijs voor een
HC hoger ligt en gedeeld moet worden door een kleiner aantal exemplaren
is dat een economisch-logische verklaring voor het prijsverschil.
"Hoeveel
is dit waard?"
Een andere veelgestelde vraag is dit. Meestal zie je dan
€-tekens in de ogen van de vraagsteller. Specifiek wordt deze vraag
gesteld om de marktwaarde te weten te komen van bepaalde eerste
drukken, luxes,
antiquarische strips of zelfs misdrukken.
Stripcatalogussen zoals die van Hans Matla of Peter
Bonte zijn een grote hulp en een veel geciteerde bron om een
eventuele prijs te bepalen. Maar wat ontzettend veel 'vergeten' wordt is
dat de vermelde prijzen ENKEL gelden voor exemplaren in nieuwstaat tot
zeer goede staat: zonder kreuken, vlekken, naam geschreven op het eerste
blad, los zittende pagina's, plakband op de rug,... want daarmee daalt
de waarde van het album. Het zijn bovendien richtprijzen, geen door het
ministerie van binnenlandse zaken vastgelegde, wettelijke prijzen.
Prijsbepaling is sterk afhankelijk van ouderdom, zeldzaamheid en
populariteit.
Het beste, maar ook irritantste antwoord dat je kan geven op deze vraag
is het volgende: "Het is zoveel waard als de gek er voor wil
geven" waarbij de grootste gek de hoogste prijs vraagt/betaalt.
Hors-cadre
Alles wat zich buiten het kader (van het beeld) bevindt.
Ontzettend veel Vlaamse krantenstrips verschenen braafjes in twee
strookjes per dag waarbij twee maal twee strookjes een hele strippagina
in album vulden. Zelden was er dynamiek te bespeuren buiten de
omkadering van de stroken. Een hors-cadre maakt zo'n strookje nochtans
ietsje dynamischer en minder beknepen.
Voorbeelden zijn een slingerende arm, been of voet, een scheurende auto,
een opstijgend vliegtuig, you name it: al wat een moment lang
'buiten beeld' komt en niet wordt weggegomd, maar netjes wordt geïnkt
en afgewerkt.
Hors-champ
Omvat het hors-cadre
en het intern hors-champ. Het is alles wat buiten beeld blijft: zowel
wat buiten het kader van het plaatje valt, als wat binnen het kader niet
getekend wordt. Alles wat niet zichtbaar is voor de lezer.
Intern hors-champ: Alle elementen binnen het kader van het beeld, die op
een of andere manier aan het oog van de lezer worden onttrokken.
Ja, we begrijpen hier ook geen zak van, hoor...
Integrale
Een integrale bundelt meerdere albums uit één en
dezelfde stripreeks in één enkel album. Da's zowat het grootste
verschil met een verzamelalbum
dat ook een bepaald album kan bundelen met albums van een andere reeks.
Een integrale poogt een volledige tot dan toe verschenen stripreeks in
één enkele bundel te proppen, maar bij veel reeksen bestaan uiteraard
meer dan drie tot pakweg zes verschenen verhalen die te bundelen zijn.
Vooral uitgeverij Lekturama staat gekend als een
fervente bundelaar. Zo kennen we de wreed chique integrale bundelingen
van Kuifje, Suske en Wiske Asterix, Guust Flater, Lucky Luke, Douwe
Dabbert, Sjors & Sjimmie,... Ook Dupuis heeft
van enkele topreeksen een integrale bundeling: Buck Danny, Lucky
Luke, Guus Slim,... Bij Casterman loopt een
integrale bundeling van De Koene Ridder.
De covers van integrales zijn meestal speciaal voor deze uitgave gemaakt
wat het geheel toch een meerwaarde geeft.
In Frankrijk bestaat een veel grotere traditie om integrales uit te
geven. Meestal zijn die min of meer beperkt in oplage (de markt is ook
veel groter) en is het karakter exclusiever: bijvoorbeeld van een
integrale bundeling van Trollen van Troy zit er een slot met
beenderen omheen de kaft.
Het nadeel is dat je als verzamelaar veel geld moet uitgeven want daar
hebben ze er een handje van weg om na elk nieuw verschenen deel van een
bepaalde reeks een nieuwe, 'ultieme' integrale uit te geven. Zo houdt
het nooit op, hè.
Jonge
Jaren
Als een bepaalde reeks een bepaalde mate van succes en
populariteit heeft opgebouwd, wordt al snel gedacht aan een spin-off
van de reeks. Een van die, meer door marketing
dan door creativiteit ingegeven ideeën, is een verhalencyclus
over de jonge jaren of de jeugd van een of meerdere van de hoofd- of
bijfiguren.
Enkele voorbeelden zijn Op zoek naar de Tijdvogel (lees de Jonge
Jaren-cyclus rond hoofdfiguur Bolster), Blueberry, Roodbaard,
Robbedoes (waarvan de Jonge Jaren-versie De Kleine
Robbe in grote mate de populariteit van de hoofdreeks overtreft), Lanfeust
van Troy (onderga Kids van Troy), Suske en Wiske
(ook al klopt dat helemaal niet want in de hoofdreeks ontmoette het duo
elkaar pas op latere leeftijd!) en daarmee houdt het nu en in de
toekomst niet op.
Kader
De omtrek van het plaatje, de omlijning. De
meeste tekenaars gebruiken daarvoor een lat. Tekenaars met meer zin voor
een losse tekenstijl (zoals Sfar) nemen het niet zo
nauw en trekken met de vrije hand een levendig, soms bibberig kader.
Niet elk plaatje
is uiteraard omlijnd. Het heeft de totale paginalay-out
een frissere en minder zware indruk.
Kaft
De kaft is het geheel van de cover,
backcover
en rug
van een album. De kaft is doorgaans op zwaarder papier of kartin gedrukt
dan het binnenwerk van het album en is ofwel een hardcover
of softcover,
meestal enkel bedrukt op de rectozijde.
De kaft is mat
of gesatineerd.
Kameleon
De eigenschappen van de kameleon, het dier,
hebben weinig uitstaans met de omschrijving van een kameleontekenaar.
Hij verandert heus niet van kleur als je 'm in een vijandige omgeving
zet. Een kameleontekenaar is iemand die zeer snel en quasi perfect de
tekenstijl van een leermeester of van een reeks die eerst door een
andere tekenaar werd gemaakt, kan adapteren.
Het meest voor de hand liggende voorbeeld is Bob de Moor,
die als assistent van Hergé feilloos diens Klare
Lijn onder de knie had terwijl hij voor zijn krantentstrip Snoe
en Snolleke (later omgedoopt in Johan en Stefan)
moeiteloos een stijltje à la Willy Vandersteen
hanteerde. De tekeningen van Cori de Scheepsjongen doen dan
weer erg denken aan Alex van Jacques Martin.
En bij wie anders kon de uitgeverij aankloppen om na de dood van Edgar
P. Jacobs het onvoltooide tweede deel van De 3 Formules van
Professor Sato van Blake en Mortimer te laten afwerken?
Die andere bewonderenswaardige kameleon moet wel Dirk Stallaert
zijn. Nino deed nog heel erg denken aan Kuifje en als
assistent van opeenvolgend Marc Sleen en thans Merho
wist hij zelfs het beste uit hún tekenstijlen naar boven te halen.
Ook als de tekenaar op onafhankelijke basis werkt zonder assistent te
zijn van een andere tekenaar en er toch opvallend verschillende
tekenstijlen op nahoudt, spreken we van een kameleon... Of is hij gewoon
multi-getalenteerd?
Voorbeelden zijn Mourier (Askell de Waterwereld
én Trollen van Troy) en Jean Giraud (Blueberry,
zeer sterk beïnvloed door Girauds vroegere leermeester Jijé
trouwens) die onder zijn pseudoniem Mœbius een heel
ander tekenuniversum binnentrad. Daardoor kreeg hij onder andere vaste
voet in Hollywood en de filmbusiness.
Kameleons
kan je misschien verwijten geen eigen creatieve inbreng te hebben of een
slaafse navolger te zijn van een bepaalde tekenstijl, maar wat weet jij
daar nu van? Walthéry bijvoorbeeld, een ex-leerling
van Peyo, zei dat er niets zo moeilijk is als het
tekenen van een smurf, hoe bedrieglijk eenvoudig die er ook uit ziet.
Katern
Neem een blaadje papier en vouw het in twee. Bravo, je
hebt nu een katern in handen. Afhankelijk van de grootte van je vel
papier kan je steeds verder plooien. Een dubbelgevouwen A3-vel (297 mm x
420 mm) levert jou een vierzijdig A4-katern (210 mm x 297 mm) op, recto
verso
bedrukt. Een A2-vel (420 mm x 594 mm) twee keer dubbelgeplooid levert
jou eveneens een A4-boekje op met acht bladzijden, maar dit katern moet
je dan wel nog lossnijden langs de boven- of onderkant om de plooi los
te maken.
Een katern bestaat dus steeds uit minstens vier bladzijden of alle
veelvouden daarvan. Vandaar dat een album doorgaans 48 pagina's beslaat.
Oudere albums zoals bijvoorbeeld van Dupuis of Lombard,
maar net zo goed nieuwe, langere (auteurs)verhalen
bevatten 52, 56, 60, 64 pagina's of meer. Een gemiddeld katern bij een
uitgeverij bestaat uit een vel van 16 recto
verso
bedrukte bladzijden. 3 x 1 katern van 16 pagina's = 1 album van 48
pagina's. A4 is niet noodzakelijk de standaard afmeting van een strip.
Albums met maar één katern komen zelden voor omdat de grootte van een
te plooien vel papier ook zijn beperkingen heeft. Een strip bevat dus
meerdere katernen. Een kaft
wordt meestal op zwaarder papier of karton gedrukt en vormt een
afzonderlijk katern dat afzonderlijk wordt bedrukt.
Als je meerdere katernen IN elkaar vouwt, schoonsnijdt
en voorziet van een paar nietjes
heb je al een album. Meerdere katernen OP elkaar worden aan elkaar
vastgehecht door middel van lijm
(vastgekleefd aan de binnenkant van de kaft), linnen of garen. Hoe meer
katernen, doe duurder een album wordt want het vereist meer afwerking en
bovendien is papier al niet goedkoop.
Als we het hebben over een extra katern (waarin extraatjes zoals
schetsen, een interview, info of reclame voor een of ander bedrijf of
vereniging staan), bedoelen we dat er aansluitend of voorafgaand op het
eigenlijke stripverhaal van x aantal pagina's een x aantal extra
pagina's staan.
Leesritme
Niets anders dan het leestempo van de lezer.
Onbewust wordt hij daarin geleid door het verhaalritme
die de auteur bepaalde. Pagina's met veel tekst (moeten we Blake en
Mortimer als voorbeeld geven) kennen een veel lager leesritme dan
actievolle, tekstloze pagina's.
Gemiddeld zit een striplezer aan een half uurtje per strip van 48
pagina's. Als je daarom in een recensie of promotionele tekst leest
dat een bepaald album jou een uurtje ontspanning biedt, mag je
dat beschouwen als nietszeggende onzin... ofwel is het een lezer die
rrrrrrrrrruuuuuuuiiiiiiiimmmmmmmeeeeeee aandacht besteedt aan de
tekeningen.
Lettering
Het
schrijven in inkt of verf van de teksten in tekstballonnen
of tekstkaders.
Tegenwoordig gebeurt dat meer machinaal (met de computer dus) dan
ambachtelijk (met de hand, ja). Het is ook wel een vervelend kwarweitje
en een schrijffout is snel gemaakt als je er de hele tijd met je neus op
zit.
Toch bewaren sommige auteurs
een mate van originaliteit bij het letteren van hun eigen strips. Hislaire
(= Yslaire) bijvoorbeeld gebruikt voor de originele
Franse editie van zijn stripreeks Frommeltje en Viola een
verschillend lettertype PER personage. Kim Duchateau
dan weer houdt er een eigen, prettige kalligrafie op na.
Luxe
Ter wille van fans, verzamelaars of uit
geldbejag worden te pas en te onpas luxes op de markt gegooid. Dat zijn
ofwel exclusieve en/of afwijkende edities van bestaande albums ofwel op
zichzelf staande uitgaves met soms verhalen die daarmee voor het eerst
in album verschijnen. Ze worden uitgegeven door de uitgeverij,
striphandelaars of particulieren. Steeds met toestemming van de auteur(s).
Luxes worden uitgegeven naar aanleiding van een evenement (de verjaardag
van een stripwinkel bijvoorbeeld), een signeersessie, een stripfestival,
een bijzonder album (het nummer 50 of 100 of de zoveelste verjaardag van
een reeks of hoofdfiguur) of gewoon naar aanleiding van elk nieuw album
zoals bijvoorbeeld Suske en Wiske, Blake en Mortimer, XIII.
Een luxe is meestal genummerd
en/of gesigneerd
en wordt uitgegeven in een beperkte oplage van een tiental exemplaren
tot een paar duizend. Meestal betreft het een hardcover,
eventueel met wikkel.
De verschillen tussen allerhande luxes zijn al net zo verscheiden als
dat er tekenaars bestaan. De ene luxe is niet meer dan een iets duurdere
genummerde (hardcover)editie van een bestaand album, eventueel met een
nieuwe cover. De andere luxe op groot formaat bevat dan weer een ex-libris
of extra katern
met schetsen en voorstudies.
Dit zijn nog wat potentiële kenmerken en specificaties van
luxe-versies: afwijkende formaten (van klein tot supergroot), een
bestaand verhaal in potloodvorm, een uitgave in zwart-wit of in kleur
met nieuwe cover, een uitgave met een van de originele
platen of stroken, een rug
of de gehele kaft
in linnen, een uitgave met extra's zoals een beeldje of poppetje in 3D
of andere objecten, voorwerpen, zeefdrukken,...
Je kan het zo gek niet bedenken (een baksteen, we zeggen maar wat...) of
het is geïntegreerd in een luxe.
Luxes worden gekocht of verzameld om het exclusieve karakter van de
uitgave. Meestal worden luxes namelijk maar één keer in die vorm
uitgegeven. Aangezien het om een nog beperktere oplage gaat dan een eerste
druk zijn luxes dikwijls zeer gegeerd. Al snel is een luxe van
bepaalde populaire reeksen uitverkocht waarna die her en der opduikt aan
hogere prijzen.
Hoewel luxes soms waanzinnig duur zijn en het extra karakter of de
ambachtelijke fabricage van de uitgave soms niet in verhouding is tot de
prijs, kunnen luxes op een vaste klantenkring rekenen. Zeker als het om
uitgaves gaat van populaire reeksen. Met de prijs van een luxe kan je in
veel gevallen eigenlijk al de gehele stripreeks kopen in de reguliere
editie.
Begrijp ons niet verkeerd, onze kritiek is ongegrond als het om écht
waardevolle luxe-uitgaves gaat. Goeie voorbeelden moet iedereen maar
voor zichzelf uitmaken. Wij hechten ons alvast aan... (eindeloze
lijst geschrapt uit zelfbehoud).
|
Mainstream
Anglicisme dat zoveel wil zeggen als 'commerciële
strip'. Het zijn reeksen die een zo groot mogelijk publiek
willen aanspreken in zoveel mogelijk leeftijdscategorieën, van
7 tot 77 jaar als het ware. De oplage is in vergelijking tot
andere reeksen een significant veelvoud dat soms in de
honderdduizenden exemplaren per titel loopt.
Op mainstreamstrips wordt wel eens meewarig neergekeken door
stripliefhebbers die er een andere, naar hun mening meer
gecultiveerde smaak op na houden. Zij vergeten dat ze hun strips
hebben leren kennen/waarderen/lezen door dit soort commerciële
strips.
Mainstreamstrips zorgen ook voor een flink deel in de omzet, het
budget en de winst van een uitgeverij. Het laat de uitgeverij
toe om desgewenst te investeren in (promotie voor) nieuwe en
jonge talenten... die op hun beurt misschien ooit zelf tot een
mainstreamreeks uitgroeien.
Voorbeelden zijn Suske en Wiske, Kuifje, De Blauwbloezen,
Asterix, Thorgal, Largo Winch, Lucky Luke, XIII,...
Marge
De (meestal witte) niet vol getekende ruimtes aan
de rand van een plaat.
Vooral in fantasy-
en sciencefictionstrips
willen auteurs
over het beste van hun kunnen stoefen door twee naast elkaar
liggende pagina's helemààl vol te tekenen. Het levert dikwijls
prachtige spreads
op.
Mat
Kaften van albums die geen plastificatiebehandeling
kregen, zijn mat. Vergelijk het gerust met foto's die je laat
afmaken. De matte zijn de minst glanzende. Het bekendste
voorbeeld zijn de oudere Jommekes. Voel het verschil,
ook in je portemonnee.
Ook het papier van een album is meestal mat. Het grootste
voordeel (naast de lagere kostprijs voor de drukker) is dat het
minder licht weerkaatst als je een strip onder een lamp of in de
zon leest. Weerkaatsing krijg je wel met gesatineerd
papier. Ga daar eens zien wat dat is.
Marketing
De verzamelnaam voor alles wat met promotie,
verkoop, bekendmaking, reclame,... van, voor of over een reeks, auteur,
uitgeverij en diverse zaken meer te maken heeft.
Tussen de regels door of soms zeer expliciet wordt in bepaalde gag-
of stripreeksen (bijvoorbeeld De Boss door Bercovici
en Gilson) wel eens lacherig gedaan over
marketingmensen en -managers omdat ze bijvoorbeeld weinig kennis
van zaken hebben over het product dat ze willen aan de man
brengen, maar ook omdat hun drijfveren soms weinig te maken
hebben met creativiteit en meer met het commerciële aspect. En
tekenaars zijn kunstenaars, meneer! Nochtans danken we aan
marketing onder andere ook de voorpublicatie
in kranten en tijdschriften, de befaamde kartonnen silhouetten,
promotiefolders en flyers,
affiches, gratis gadgets
bij albums en al wat verzamelaars doet watertanden of wild van
afgunst maakt omdat een ander het wel heeft en zij niet. En da's
nie eerlijk!
Misdruk
Een misdruk is een album dat in de loop van het
druk- of afwerkingsproces een fout heeft opgelopen. Dat kan een
verwisseld katern
zijn, twee keer eenzelfde katern en een ontbrekend katern,
binnenwerk dat omgekeerd is ingebonden in de kaft,
binnenwerk in een kaft van een andere reeks, ontbrekende
pagina's, verkeerde kleurscheidingen,
inktvlekken, opzichtige strepen op de cover of het papier,
machinaal omgeplooide pagina's, verkeerd gesneden pagina's,...
Als je zo'n exemplaar net in je bezit hebt, is het raadzaam om
die zo snel mogelijk in de winkel van aankoop terug te brengen
en te laten omwisselen. Dit zijn namelijk albums die per ongeluk
verspreid zijn geraakt en eigenlijk vernietigd hadden moeten
worden. Maar maak jezelf niets wijs: een misdruk is letterlijk
waardeloos (op enkele zeer zeldzame uitzonderingen na). Iemand
die je wat anders wijsmaakt is een leugenaar.
Montage
Het combineren of verbinden van verschillende plaatjes.
Verschillende prentjes kunnen in elkaar overvloeien of je ziet
verschillende bewegingen van een bepaalde figuur in één enkele
prent. Ook populair is de montage van verschillende voertuigen
naast elkaar om aan te geven dat een personage een hele reisweg
moet afleggen met behulp van verschillende voertuigen. Of je
ziet een kleiner prentje (meestal een detail) OP of IN een
grotere prent (met meer decor of een belangrijke situatie)
staan. Variaties genoeg.
Nummering
Zie "genummerd".
We gaan dat niet herhalen.
One-shot
Afgerond verhaal dat verteld wordt in één enkel
album. Een one-shot bevat meestal meer pagina's dan het
gemiddeld aantal pagina's van een doorsnee album van dezelfde
uitgeverij.
Onomatopee
Populaire term op allerhande kenniskwissen. De
gevorderde stripkenner onderscheidt zich van de beginnende
striplezer door feilloos een verklaring te kunnen geven. En die
luidt als volgt: een onomatopee is een klanknabootsing.
Omdat een strip vooralsnog geen lees- en luisterspektakel is, al
of niet met DTS of dolby surround geluid, moet een tekenaar de
klank of het geluid van een ontploffing, slippende auto,
dichtslaande deur, geklop op een deur of venster, uitschuiver
over een bananenschil (een klassieker, meneer!), angstkreet,
vuistslag of geblaf van een hond nabootsen met een combinatie
van een of meerdere letters van ons alfabet. In respectievelijke
volgorde van bovenstaande voorbeelden zijn dat: BOEM (of BAOEM),
IIIIIIIIIIIIIIIIIII, BAM, TOK TOK TOK, TIK TIK TIK, ZWIIIIEEEEP,
AAAAAAH of AAAAARGH of IIIIIIIIIII (hadden we die al niet?) of
EEK als het een Suske en Wiske is, KLAP of BONK, WOEF
WOEF WAOEF of WIF WIF WIF als het een keffertje betreft.
Doe nu zelf de oefening en maak wat kapot, laat iets vallen of
geef een kneep aan je kleine zusje. Probeer de door de
voorwerpen of personen geproduceerde geluiden in letterklanken
weer te geven. Mail
ons gerust je experimenten.
Originele
plaat
Een gemiddelde strip bestaat uit 48
pagina's. Elk van die pagina's moet eerst getekend worden
door de tekenaar. Dat doet hij eigenhandig op grote vellen
papier of licht karton met potlood, daarna met pen, penseel,
stift, rechtstreeks in aquarel of verf of wat dan ook voor
tekenmateriaal. Alle pagina's worden ingescand om verder te
bewerken op de computer en klaar te zetten voor druk. Normaal
gezien (het was ooit anders) blijven de vellen papier in het
bezit van de tekenaar. Er bestaat van elk van die pagina's maar
één enkele versie van de uiteindelijke gedrukte pagina. Die
ene versie noemen we een originele plaat.
Als de tekenaar een extra centje wil verdienen of op vraag van
een fortuinlijke stripfan en zijn werk niet per sé in een
museum wil zien hangen of in zijn eigen archief laat rond
slingeren, dan verkoopt hij wel eens een originele plaat. Of
voor de uitgave van een peperdure luxe
stelt hij alle originele platen van een verhaal ter beschikking
(van verschillende Nero's bijvoorbeeld).
Op de stripmarkt, in stripwinkels, op veilingsites of veilingen
verwisselen originele platen van eigenaar voor sommen van
tientallen euro's (onbekende/onbeminde tekenaars) tot
honderdduizenden euro's... per plaat! In het laatste geval gaat
het dan ook om vruchten van overbekende toptekenaars als Hergé
en Franquin.
In vroeger tijden werd er veel slordiger omgesprongen met
originele platen. Jijé reageerde eens ziedend
nadat hij tot de ontdekking kwam dat verschillende van zijn
originele platen, die op de redactie van het weekblad Robbedoes
lagen, door stagiairs en assistenten gebruikt werden om hun
inkleurtechnieken uit te proberen. Van Wasterlain
(Dokter Zwitser, Sarah Spits) is geweten dat hij een
lek in zijn dak stopte met rondslingerende originele platen. In
Amerika dan weer vochten verschillende comictekenaars een
jarenlange juridische strijd om hun originele platen van de
uitgeverij terug te krijgen. Tot dan was het de gewoonte dat de
platen in het bezit bleven van de uitgeverij.
Een ander minder fraai feit is dat er op tentoonstellingen of
uit archieven van uitgeverijen originele platen worden gestolen
om daarna te belanden bij privé-verzamelaars. Voor de gebalde
vuist weg kunnen we drie slachtoffers noemen van wie origineel
werk gestolen werd:Willy Vandersteen, Henk
Kuijpers (Franka) en Maurice Tillieux
(Guus Slim). Fournier (Robbedoes
en Kwabbernoot, Bizu, De Kannibrallen) had ook eens een
smeekbede op verschillende Franse stripsites laten plaatsen om
svp enkele originele platen terug te geven die van hem werden
gestolen op een tentoonstelling. Dat bericht werd later
ingetrokken. De platen waren gewoon verkeerd opgestuurd door de
organisators en belandden een paar weken later alsnog bij de
tekenaar.
Oogpunt
Het fictieve punt van waaruit een beeld
‘gezien’ wordt. Naar analogie van de film ook wel
camerastandpunt genoemd. Het oogpunt hangt nauw samen met het
waargenomen perspectief
dat de auteur
als trucje aanwendt om het oogpunt te verleggen of te
manipuleren. Hoe dan ook: perspectief is zowel in het echte
leven als in de getekende versie ervan ALTIJD aanwezig, ook al
klopt de getekende versie niet altijd. Dat hangt af van de
techniek en het talent van de tekenaar.
Plaat
Een hele strippagina die zowel op het origineel
kan slaan als op een reproductie in album of voorpublicatie.
Een plaat bestaat meestal uit drie of vier verschillende stroken
met verschillende plaatjes. Omdat een tekenaar gemiddeld
anderhalve tot twee keer groter
tekent dan op het uiteindelijke gedrukte formaat, tekent hij
meestal op twee aparte vellen papier die hij dan monteert met
plakband tot één enkele plaat.
Bij de term "Originele
plaat" hebben we meer te vertellen.
Plaatindeling
De manier waarop de plaatjes
op een plaat
geordend zijn. We spreken ook van de lay-out
van een plaat.
Plaatje
Plaatje of prentje. Onderdeel van een plaat.
Doorgaans een rechthoekig kadertje met een getekend beeld.
Plastificatie
Als extra bescherming (tegen hoofdzakelijk
krassen) voor de kaft van een album wordt er een plastieken
folie over de cover
en backcover
gespannen en vastgekleefd. De kaft krijgt daardoor een
'blinkende' of glanzende schijn. De kwaliteit daarvan is vooral
de laatste jaren sterk verbeterd waardoor de folie minder snel
loslaat in de hoeken of de rug. In principe kan je die folie los
trekken van de kaft. Het resultaat is wel een beschadigd album,
sterk in waarde verminderd en met witte sporen op de kaft. Niet
doen, dus.
Ondertussen is deze extra toevoeging voor de uitgeverij
betaalbaar geworden waardoor er al eens geëxperimenteerd kan
worden met plastificatie door middel van uitsparingen of enkel
plastificatie op bepaalde delen van de cover.
Zeer mooie voorbeelden daarvan zijn de albums uit de collectie
De Zwarte Loge van Glénat met vlekjes
plastificatie. Ook de meer recente uitgaven van de Nederlandse
uitgever Silvester plastificeert meer en meer
bepaalde delen van de cover (de reekstitel bijvoorbeeld en het
hoofdpersonage).
Kaften die niet zijn geplastificeerd zijn mat.
Recto
De voorkant van een blad papier. Als je die
omdraait heb je de verso-kant.
Een recto verso is dus één enkel blad.
Ritme
Het ritme wordt bepaald door de plaatjes
op een plaat
(verhaalritme)
en de snelheid van het lezen (leesritme).
De hoeveelheid plaatjes, het aantal vertelkaders
en tekstballonnen
(dialogen) en de lengte en moeilijkheid van die dialogen plus de
paginaopbouw of lay-out
zijn meebepalend voor het ritme.
Rug
Een rug is het gedeelte van een kaft
dat zichtbaar is als je je albums rechtopstaand hebt uitgestald
in een kast of op boekenplanken. Omdat albums nu meer dan
vroeger worden gelijmd
of genaaid,
waardoor je een hoekige rug hebt, is er ruimte voor relevante
gegevens zoals de reeksnaam, de titel en nummer van het album,
de auteur(s),
de uitgeverij en eventueel de collectienaam
+ eventueel het nummer van het album in die collectie.
De rug van een luxe-editie
kan uit wit, rood of donkerkleurig linnen bestaan.
Samen met de cover
en backcover
vormt de rug de kaft
van een album.
|
Scenarist,
Scenarioschrijver, Scenario
Een
scenarist is de schrijver en bedenker van het verhaal.
In grote mate (of in samenspraak met de tekenaar)
bepaalt hij wat er gebeurt en wat er te zien is om een
zo vlot en begrijpbaar mogelijk verhaal te kunnen
vertellen. Hij schrijft ook de dialogen uit die in de
tekstballonnetjes of tekstkadertjes moeten. Het grootste
misverstand dat over een scenarist de ronde doet, is dat
zijn taak zich beperkt tot het effectief schrijven van
de lettertjes in de tekstballonnetjes.
De ene scenarist is al netter en punctueler dan de
andere. Hij schrijft zijn verhalen in één keer (zoals Cauvin)
of in verschillende stukken (zoals Tome
en Martin Lodewijk dat voor Storm
deed). Het eerste geval laat minder ruimte over voor
creativiteit, improvisatie of zijsprongen, maar levert
wel rechtlijnigere, duidelijkere en makkelijker te
volgen verhalen op. In het tweede geval kan een
scenarist nog bijschaven nadat een tekenaar de eerste
platen al getekend heeft of ziet hij plots andere
verhaalmogelijkheden. Het nadeel is dat het einddoel
soms via een nutteloze omweg wordt bereikt of dat een
scenarist de hoofdlijn van een verhaal uit het oog
verliest.
Schutbladen
De
pagina's die de kaft
met het binnenwerk van het boek verbinden.
Script
1.
Handgeschreven letters die eigenlijk typografische
letters nabootsen. Het script heeft niet het vloeiende
van het handschrift (de letters worden niet aan elkaar
vast geschreven) en geeft relatief weinig informatie
over de individuele hand die de tekens heeft gevormd.
Tegenwoordig gebeurt dat op de computer waardoor je vaak
uniforme handgeschreven lettertypes tegen komt.
2. Het uitgewerkte draaiboek dat de scenarist
aan een tekenaar bezorgt. Dat draaiboek dient als
handleiding en bevat alle richtlijnen voor het
uittekenen van de strip: beschrijvingen van locaties,
personages en handelingen, de tekst voor dialogen en vertelkaders
en de regie van een strip (met camerastandpunten,
-hoogte en –bewegingen).
Signering
Kijk eens bij "gesigneerd"
wat we daarover lulden.
Softcover
Afgekort SC. Zo wordt een album doorgaans
omschreven als het een zachte of slappe kaft heeft. Een
softcover kan geniet,
gelijmd,
genaaid
of gebonden
zijn. In zowat alle gevallen is de kaft van een album op
steviger, kartonachtig papier gedrukt. Pas wanneer de
kaft niet meer plooibaar of buigzaam is, spreken we van
een hardcover.
De kaft van een softcoveralbum kan geplastificeerd
zijn of gewoon mat.
Spin-off
Een 'uitvinding' door marketingmensen
en door de steeds ongeduldiger wordende vraag van lezers
naar meer, méér, MEER om een bepaalde succesvolle
reeks nog meer uit te melk-, euh, uit te diepen. Meestal
nemen andere tekenaars dan de oorspronkelijke tekenaar
van de hoofdreeks een spin-off voor hun rekening (en die
van hun opdrachtgevers).
Een beproefde spin-off vorm is de Jonge
Jaren van een of meerdere hoofd- of bijfiguren.
Andere methodes bestaan in de vorm van verhaalsituaties
die in een aparte spin-off nader toegelicht worden of
vanuit een ander vertelstandpunt verteld worden.
Van Lanfeust van Troy bestaan bijvoorbeeld de
spin-offs Trollen van Troy (dat verteld over
een stam trollen, lang voor de eigenlijke hoofdreeks Lanfeust
van Troy), maar ook de op stapel staande spin-off Veroveraars
van Troy (over de voorgeschiedenis van de planeet
Troy). Bovendien bestaat eveneens de Jonge
Jaren-spin-off Kids
van Troy.
Een ander voorbeeld van een hoofdreeks die leidde naar
meerdere spin-offs is Donjon door Trondheim
en Sfar en een reeks gasttekenaars.
Naast de hoofdreeks Donjon Zenit bestaan reeds
de spin-offs Donjon Ochtendgloren (over de
voorgeschiedenis van de slottoren), Donjon
Avondschemer (over het verval van de slottoren) en
later komen daar nog bij Donjon Monsters (over
losse gebeurtenissen van bepaalde bijfiguren) en Donjon
Parade (met gebeurtenissen tussen deel 1 en 2 van Donjon
Zenit).
Als je alle spin-offs bij elkaar neemt van Lanfeust
of Donjon spreken we over een universum, zijnde
het Troy-universum of het Donjon-universum
dus.
Spread
Klap een album open op een willekeurige
pagina. Als je dan je ogen tegelijkertijd houdt op die
pagina en de pagina er naast, kijk je niet alleen
lichtjes of compleet scheel, maar je kijkt ook naar een
spread. Twee naast elkaar liggende pagina's dus.
Spreekballon
Zie ze vliegen bij tekstballon.
Strook
Een strook bestaat uit plaatjes die naast
elkaar staan en dezelfde hoogte hebben.
Strookjesstrip
/ Stop-comic
Een strookjesstrip of stop-comic lees je
elke dag in de krant, gesteld dat je een krant leest.
Het zijn gags
of grappen die in gemiddeld 3 tot 4 prentjes in één
enkele strook verteld zijn. Meestal vervolgen
strookjesstrips niet. Hoogstens zijn er de volgende
dagen variaties op dezelfde grap of in dezelfde situatie
te lezen. Wel zijn de hoofdpersonages over het algemeen
steeds dezelfde wederkerende personages, maar niet
noodzakelijk elke dag opnieuw of tegelijk acterend.
Bekende voorbeelden zijn Garfield, Hägar de
Verschrikkelijke, Casper en Hobbes, Sigmund en DirkJan.
Tekenstijl
De manier waarop de tekenaar zijn
afbeeldingen grafisch vorm geeft. De tekenstijl kan
beschreven worden aan de hand van een aantal
tegenstellingen: figuratief versus abstract,
gedetailleerd versus vereenvoudigd, licht versus donker,
realistisch versus komisch,... Hoe meer tekenaars, hoe
meer evolutie, invloeden en hoe meer verschillende
tekenstijlen er dus zijn.
Soms zijn er gelijkenissen te bespeuren in de tekenstijl
van een groep tekenaars. Meer uitleg daarover vind je
bij het begrip "school".
En breek ons de bek niet open over de Klare
Lijn!
Tekstballon
/ Spreekballon
Da's dus die omlijnde ruimte waarin de
uitspraken van een bepaald personage staan. Een lus of
haakje wijst steeds naar het personage die de
gevleugelde woorden uitspreekt.
Tekststrook
/ Tekstkader
Omlijnde ruimte (meestal rechthoekig) met
tekst. Deze heeft het karakter van een voice over en
geeft het commentaar van de verteller weer, hetzij de
(neutraal vertellende) auteur
of zogezegd een van de personages. De tekststrook staat
meestal linksboven in de prent.
Voorbeelden zijn er bij de vleet: "Even
later", "De volgende dag",
"Ondertussen",...
Vandersteen was in dit geval een
meesterverteller want op zowat alle pagina's van zowat
al zijn reeksen kwamen tekstkaders voor die enkel maar
bestonden uit tekst, hier en daar verlucht met kleine
silhouetjes of kleine tekeningetjes. En wie kan zich een
Blake en Mortimer voorstellen zonder de
veelvuldige tekstkaders die precies vertellen wat je als
lezer al in het prentje kan zien... dat bovendien soms
nog eens in een bijkomende tekstballon
wordt geformuleerd. Redundantie ten top! Zo lezen we in
het tekstkadertje in het vijfde prentje van pagina 7 van
Het Gele Teken "Bevend wijst de Yeoman op
de deur van de toren van de kroonjuwelen" waarna we
de Yeoman naar de deur zien wijzen waarbij hij zegt:
"Kijk!!!... De deur!!!..." waarop een soldaat
zegt: "Hij is open!!!..." Vind je dit niet
schitterend?
Trilogie
Een veelgebruikte term voor een
veelgebruikt fenomeen in de strip- en filmwereld. Een
trilogie (ook wel drieluik
genoemd) is een verhaal dat verteld wordt in drie
afzonderlijke delen en die dus na elkaar één enkel
geheel vormen.
Leuk voorbeeld dat op misverstanden kan rekenen is De
Chninkel van Grzegorz Rosinski en Jean
Van Hamme. Oorspronkelijk verscheen dit
afgeronde verhaal in één enkel kloek stripalbum. Maar
de ingekleurde herdruk werd gesplitst uitgegeven in drie
verschillende albums. Als ander voorbeeld nemen we graag
de trilogieklassieker
De Eeuwige Oorlog (collectie
Vrije Vlucht) door Vlaming Marvano
en Amerikaan Haldeman... dat nochtans
een vervolgtrilogie kreeg met Een Nieuw Begin.
Oké, laten we het dan maar houden op SOS Geluk
door Griffo + Van Hamme in de collectie
Vrije vlucht. De bekendste filmtrilogie is
uiteraard The Lord of the Rings.
Afgeronde verhalen van meer dan drie delen, noemen we
(of althans de uitgeverijen) een cyclus.
Meestal houdt dat ook in dat er na een eerste cyclus een
volgende cyclus kan verschijnen en daarna misschien nóg
een.
Verhaalritme
De manier waarop een auteur zijn verhaal
verknipt en in afzonderlijke plaatjes toont. Hier komt lay-out
aan te pas. Niet te verwarren met leesritme.
Verso
De achterkant van een blad papier. Als je
die omdraait heb je de recto-kant.
Een recto verso is dus één enkel blad.
Verzamelalbum
Een verzamelalbum bundelt meer dan één
album of stripverhaal in één enkel album. Lombard
heeft een tijd lang van enkele stripreeksen bundelingen
gemaakt, bijvoorbeeld van Hans, Chlorophyl, Meneer
Edouard, Dommel, Rik Ringers,... tot zelfs
bundelingen van telkens een album uit drie verschillende
reeksen (de collectie
StripTrio). Ook de zogenoemde Familiestripboeken
en Vakantieboeken van bijvoorbeeld Suske
en Wiske en Kiekeboe vallen onder de
noemer verzamelalbums.
Het onderscheid met een integrale
moet je daar maar lezen.
Maar onder verzamelalbums verstaan we nog het best een
bundeling van chronologisch op elkaar volgende
striptijdschriften. De bekendste en nog steeds
verschijnende verzamelalbums zijn die van Robbedoes dat
telkens een heel trimester van verschenen
Robbedoes-weekbladen bundelt in één enkele hardcoveruitgave.
Ook van Kuifje en 't Kapoentje
verschenen verzamelalbums. Nederland heeft daar door het
systeem van leesportefeuilles
geen langlopende traditie in, uitzonderingen als Titanic
en Wordt Vervolgd (een Casterman-uitgave
onder Nederlandse redactie) buiten beschouwing gelaten.
Visueel
rijm
Bepaalde vorm van montage waarbij een
zelfde beeld (plaatje) op verschillende platen
terugkomt.
Voorplat
Minder gebruikt synoniem van "cover".
Voorpublicatie
België heeft een beroemd verleden op het
gebied van striptijdschriften en -bijlages: Bravo,
Robbedoes, Kuifje, 't
Kapoentje, ... In de jaren 30, 40 en beginjaren 50
waren striptijdschriften de belangrijkste bron van
inkomsten voor een auteur.
Een albumpublicatie was gewoon een extraatje die meestal
in geen al te grote oplages werden gedrukt. Daardoor
zijn al die eerste drukken ook zo zeldzaam en duur. In
Vlaanderen was er dan weer een grotere krantentraditie
die tot op de dag van vandaag en die van morgen stand
houdt.
In zowel striptijdschriften als kranten
verschenen/verschijnen strips in voorpublicatie. Dit wil
zeggen dat er nog geen album van is gemaakt tot wanneer
in principe het verhaal is afgelopen in het medium van
voorpublicatie. Pas daarna verschijnt er — in de
meeste gevallen — een album van het verhaal. Lezers
die de voorpublicatie lezen, lezen het verhaal dus in
première.
Het grootste verschil met vroeger is dat de auteurs
eertijds werden betaald per pagina of verhaal door het
striptijdschrift of krant. Tegenwoordig past een
voorpublicatie eerder in het marketingplaatje.
Met name Dupuis (voorpublicaties in De
Gazet van Antwerpen, Het Belang van Limburg, Metro)
en Dargaud/Lombard (De Morgen)
bieden strips ter voorpublicatie aan waarvoor zij ook
hun deel betalen, of door middel van een
ruilovereenkomst (een actie met een gratis strip
bijvoorbeeld), omdat het een vorm van reclame is.
"Wanneer
verschijnt...?"
Wellicht de meest gestelde vraag aan een
striphandelaar waarbij de drie puntjes worden opgevuld
door een stripreeks naar keuze. Eeuwige klassiekers
zijn de reeksen XIII,
Largo Winch en Thorgal.
Vroeger was bij die reeksen enige regelmaat te ontwaren,
maar door de drukke bezigheden die populariteit met zich
meeneemt, komt die regelmaat wel eens in het gedrang. De
laatste jaren verschijnt nochtans om de twee jaar een Thorgal
in de periode oktober/november (toevallig kort voor de Boekenbeurs
in Antwerpen). Een nieuwe Largo Winch
verschijnt traditioneel elk jaar of om de twee jaar in
juni.
XIII
Het is niet de bedoeling om van elke
stripreeks een apart begrip te maken. Daar bestaan
andere sites voor, zoek ze zelf maar via Google
of zo. Maar om jezelf of andere striplezers die je kent
te besparen voor enig uitlachen achter je rug, wilden we
toch eens de correcte uitspraak van deze stripreeks in
je kop prenten.
XIII is een samenstelling van oud-Romeinse getallen: X =
10, I = 1.
X + I + I + I = XIII = 10 + 1 + 1 + 1
XIII is dus uit te spreken als "Dertien", en
niet (zoals verschillende striphandelaars over de
laatste jaren al aan de kassa hebben opgetekend)
"ieks, ie ie ie" of erger nog
"ksiiiiiiiiii". Het is een spraakverwarring
waar de uitgeverij zich ook bewust van is want de
geplande titel van deel 8: Dertien tegen Een
heette oorspronkelijk XIII tegen I. Voluit zou
dat dus XIII 8: XIII tegen I geweest zijn. Wat
zou dat geweest zijn aan de kassa?
Om die reden moet je de reeks XIII in veel stripwinkels
of stripcatalogussen dan ook alfabetisch zoeken onder de
letter D. Bij anderen dan toch onder de X. Wijs hen eens
op die fout, wil je?
|
|
|