Dé Gentse stripwinkel. Reusachtig groot aanbod!

Terminologie

In deze rubriek bundelen we een woordenlijst die de ultieme (en eigenzinnige) terminologie zou moeten opleveren van alles wat met en rond strips te maken heeft. Want na meer dan een eeuw stripkunde en -kunst krijgen stripauteurs en -handelaars nog steeds en regelmatig dezelfde vragen voorgeschoteld.
Elke term wordt zo duidelijk mogelijk uitgelegd met tal van voorbeelden. We willen er ook geen saai bombardement aan technische termen van maken. Uiteraard is dit een karwei van lange adem en is deze rubriek nog in volle opbouw. Daarom wordt deze rubriek regelmatig uitgebreid en waar nodig aangepast.
Met dank aan de Stripspeciaal-zaak.


A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X - Y - Z



A
  • Achterplat
    Andere benaming voor backcover.
     
  • Album
    Lach niet, een album is hetzelfde als een stripboek, stripverhaal of strip die ook allemaal synoniemen zijn van elkaar.
    Een verzamelalbum of integrale bundelt dan weer meerdere albums, verhalen of op elkaar volgende striptijdschriften in één enkel album.
     
  • Auteur,Auteursgenre
    In de strikte zin van de betekenis is een auteur de schrijver van een verhaal. Klassiek is nochtans het duo van een tekenaar en een scenarist die samen een strip creëren zoals bijvoorbeeld Lambil en Cauvin voor De Blauwbloezen, maar elk afzonderlijk hun werk doen. Laten we het er makkelijkheidshalve op houden dat ook een tekenaar die niet zijn verhalen zelf schrijft een auteur is.
    Onder het auteursgenre verstaan we eerder die bepaalde, veelal tot volwassenen gerichte one-shots, diptieken of trilogieën waar een auteur zichtbaar meer tijd aan spendeert dan zijn andere reeksen of stripwerk. De tekeningen zijn beter of mooier, de uitgave is dikwijls luxueuzer, het aantal pagina's is misschien hoger dan de standaard 48 bladzijden en het verhaal vergt ietsje meer inspanning en inlevingsvermogen dan de mainstreamstripreeks. Een auteursstrip kan natuurlijk ook tot stand komen dankzij een tekenaar + een scenarist, twee auteurs dus zoals Hermann + Jean Van Hamme voor Bloedbruiloft bijvoorbeeld.
    OPGELET! Een auteursstrip staat niet gelijk aan de vooroordelen die daar aan kleven: moelijkdoenerij, moeilijk te volgen verhaal, een (open) einde dat er geen is, onduidelijke beelden of perspectieven, verhaalelementen die niet ter zake doen of misschien toch wel, een al te volwassen inhoud, onverklaarde of onverklaarbare droom- en/of nachtmerriesequenties, artistieke tekeningen, moeilijk verteerbare tekenstijl,...
    Degelijke voorbeelden zijn er genoeg: neem blindelings een album uit de collectie Vrije Vlucht (Dupuis) of Getekend (Lombard). Procentueel gezien maak je een vrij goeie kans op een fantastische auteursstrip.
    We zagen het liever anders, maar er bestaan meer mannelijke auteurs dan vrouwelijke. Om die reden, en uit gemakzucht, zullen we het in deze rubriek enkel over "hij" hebben als we een auteur bedoelen. Zoek daar dus niets seksistisch achter.
     
  • Auteursrecht, Copyright
    Als een tekenaar of scenarist werk heeft geleverd dan moet hij daar correct voor betaald worden, dat spreekt voor zich. Bovenop de vaste en te onderhandelen prijs per pagina, ontvangt een auteur een extra inkomst door het recht op (verdere) publicatie in tijdschriften of album. Meestal is dat een bepaald percentage dat hij bedongen heeft bij de uitgever op de verkoop per album. Hoe beter je als auteur verkoopt, hoe hoger je een percentage kan afdwingen. Andere auteurs staan zo sterk in hun schoenen dat ze zelfs een percentage ontvangen per gedrukt exemplaar, dus nog vooraleer die zijn verkocht.
    Het auteursrecht houdt ook in dat hij controle bewaart over zijn creatie(s). Het is niet netjes om zomaar een verhaal te kopiëren of in te scannen en die zelf voor een bepaalde prijs door te verkopen. Daarmee steel je het potentieel inkomen van een auteur en zijn harde werk. O ja, vergelijk het gerust met mp3's waar geen auteursrechten op worden ontvangen.
    Het auteursrecht of copyright kan eigendom zijn van de auteur als het zijn eigen creatie is. Testamentair kan hij vastleggen wat er met zijn personages of reeks gebeurt na zijn dood, zoals Hergé en Willy Vandersteen deden. In andere gevallen is het auteursrecht (gedeeltelijk) eigendom van de uitgeverij, die sowieso een overgroot deel van de kosten van (album)publicaties voor zijn rekening neemt. Robbedoes bijvoorbeeld is het eigendom van uitgeverij Dupuis. De eigen creatie De Kleine Robbe door Tome & Janry is dan weer eigendom van de beide auteurs en een personage zoals de Marsupilami was het eigendom van Franquin die zelf kon beslissen wat hij er mee zou doen. Elke nieuwe Robbedoes-tekenaar kon niet zomaar zijn Marsupilami gebruiken. En nadat Berck op pensioen ging, droeg hij het deel van zijn rechten van Sammy over aan Dupuis. Het andere deel bleef van scenarist Cauvin. Voor Bercks opvolger, Jean-Pol, is dus een andere regeling getroffen.

B
  • Backcover
    Een backcover is de achterkant van een album. Daarop vinden we meestal een overzicht van alle andere verschenen titels uit de reeks of een overzicht van andere reeksen van dezelfde uitgeverij (bijvoorbeeld bij albums van Oberon) of van dezelfde auteur(s) bij diezelfde uitgeverij. Of je kan er de korte inhoud van het verhaal op nalezen. Of er staat een biografie over de auteur met eventueel gewonnen prijzen. Voor winkeliers is de streepjescode van belang om snel de prijs in te scannen te berekenen.
    backcovers zijn voor verzamelaars van groot belang bij het herkennen van eerste drukken. Als er op de backcover een lijst staat met verschenen strips en het nummer van het album dat je in handen houdt, komt overeen met het laatste nummer op de backcover, betekent het doorgaans dat je een eerste druk in handen hebt. Dat lijkt ons logisch want hoe weet een auteur na het afronden van zijn tiende verhaal hoe de titel zal luiden van zijn dertigste verhaal? Enkel bij herdrukken staat op de backcover een geüpdate lijst met verschenen albums in de reeks, zie je?
    Samen met de rug en de cover vormt de backcover de kaft van een album.
     
  • Bijschrift
    Een tekstblok onder een plaatje of tekening. Ook wel ondertekst genoemd.
    Roemruchte voorbeelden zijn Bommel en Tom Poes, Eric De Noorman en, jawel, de vroegere albums van Pol, Pel en Pingo.
     
C
  • Cliffhanger
    Wanneer een stripverhaal in voorpublicatie verschijnt, is de auteur min of meer verplicht een cliffhanger op het eind van zijn halve pagina (veelal in kranten) of pagina (meer in (strip)tijdschriften) in te lassen. Een cliffhanger is namelijk een spannende wending, situatie of gebeurtenis dat je als lezer doet verlangen het vervolg te willen lezen dat pas de volgende dag, week, maand,... verschijnt.
    Nu de hoogtijdagen van de striptijdschriften zoals het weekblad Robbedoes en het reeds opgedoekte weekblad Kuifje voorbij zijn, voelen scenaristen zich minder verplicht om rekening te houden met verkapte hoofdstukken of gedeeltelijke verschijningen. De grootste (en helaas soms enige) cliffhanger bevindt zich de laatste jaren dus aan het eind van het album, ten minste als daar een vervolg op komt. Het wachten bij de lezers is daardoor verlengd tot makkelijk een jaar tot het volgende album verschijnt.
     
  • Collectie
    1. In de eerste plaats is een collectie een verzameling. Ook al heb je slechts een twintigtal Kiekeboes, dan nog heb je een stripverzameling in huis en noemen we je een verzamelaar of collectioneur. Tenminste, als je van plan bent om ooit die reeks compleet of zo compleet mogelijk in huis wil hebben. "Hebben" is trouwens het sleutelwoord dat elke collectioneur soms dieper in de geldbeugel doet tasten voor dat laatste ontbrekende nummer in zijn verzameling, ongeacht de al of niet betere kwaliteit van de tekeningen of het verhaal.
    Naast "hebben" spendeert de collectioneur het meest van zijn tijd aan "zoeken"... naast "lezen" uiteraard (alhoewel). Zoektochten leiden collectioneurs naar diverse stripspeciaalzaken, rommelmarkten, stripbeurzen en -festivals, maar de laatste jaren kort hij die zoektocht in door de computer aan te zetten en op veilingssites op te bieden tegen andere collectioneurs of opkopers. Dat de betaalde of gevraagde prijzen soms een belachelijk hoog veelvoud zijn van aanvaardbare prijzen, wekt net zo goed ergernissen op bij andere, minder kapitaalkrachtige collectioneurs als dat het een bron is van jolijt bij andere, minder verknochte collectioneurs.
    Naar voorzichtige schatting telt Vlaanderen ongeveer 2000 die hard-stripverzamelaars.
    2. In de tweede betekenis hebben we het over een collectie die een uitgeverij heeft uitgedacht. Een collectie blijkt een gouden marketingidee te zijn want verzamelaars hebben natuurlijk het liefst een stripreeks — en dus ook een collectie — compleet. In een collectie verschijnen meerdere verschillende reeksen door verschillende auteurs.
    Een collectie kan bepaalde stripreeksen huisvesten die in één vast thema of genre thuis horen. In de collectie Vrije Vlucht van Dupuis of de collectie Getekend van Lombard bijvoorbeeld verschijnen de betere auteursverhalen (steevast one-shots, diptieken, trilogieën of korte afgeronde reeksen).
    In de collecties Spotlight (Dupuis) en Derde Graad (Lombard) verschijnen bepaalde thriller-, detective- en actiereeksen zoals bijvoorbeeld Largo Winch, I.R.$. Jerome K. Jerome Bloks, Niklos Koda, Alfa, Luka,...
    Stripreeksen in een bepaalde collectie verschijnen onder het vaste logo van de collectie maar bewaren voor de rest hun eigen, onafhankelijke identiteit.
    In andere collecties verschijnen eveneens meerdere verschillende reeksen naast elkaar, maar ze verschijnen (eventueel voorzien van het logo van de collectie) onder een bijkomend nummer dat hun volgorde in de collectie bepaalt.
    Voorbeelden zijn de collecties Blitz-Millennium (Talent), Collectie 500 (Talent), Collectie Blauw (TOOG), Titanic-Reeks (Arboris) of de Arboris Luxe-Reeks (jaha, opnieuw Arboris).
     
  • Cover
    Een cover in deze rubriek is geen uiting van luiheid van een muzikant of zanger die makkelijk wil scoren met het succes van een voorganger met hetzelfde lied.
    Een cover is de voorpagina van een album dat hopelijk genoeg in het oog springt om jou tenminste tot doorbladering over te laten gaan. Op de cover vinden we traditioneel de reekstitel, de titel en het nummer van het album, de auteur(s) en de uitgeverij met eventueel het logo van de collectie. De tekening is meestal een toepasselijke scène uit het verhaal.
    Langlopende series spelen op de herkenning van de cover om lezers automatisch een nieuw deel te doen meenemen. De oranjerode covers van Suske en Wiske kent iedereen. Psychologisch gezien bovendien zeer geslaagd want rode covers spreken sneller aan dan groene covers. Dat is trouwens bewezen door diverse studies.
    Samen met de rug en de backcover vormt de cover de kaft van een album. Een cover wordt ook wel eens voorplat genoemd, maar niet door ons.
     
  • Cyclus
    Afgerond verhaal dat in een bepaald aantal vooropgesteld geplande delen verschijnt. Dat kunnen er twee zijn (ook wel diptiek genoemd), drie of meer. Enkel als er na een afgesloten cyclus van drie delen een nieuw deel verschijnt in een nieuwe cyclus hebben we het theoretisch gezien niet meer over een trilogie.
    Een voorbeeld van een cyclus vormt Op Zoek naar de Tijdvogel dat daarna een tweede cyclus kreeg over de jonge jaren van hoofdfiguur Bolster. Andere voorbeelden zijn de twee op elkaar aansluitende drieluiken van De Prins van de Nacht door Yves Swolfs en de voorlopig twee opeenvolgende cyclussen van De Werelden van Aldebaran door Braziliaan Léo met Aldebaran als eerste en Betelgeuze als tweede cyclus.

D
  • Dertien
    De correcte uitspraak voor de reeks XIII. Ga daar eens meer uitleg lezen.
     
  • Dédicace
    Op signeersessies in stripwinkels of op stripfestivals zet een auteur graag of met tegenzin zijn handtekening in een door jouw gekocht of meegenomen album. Als hij zijn handtekening/signering opluistert met een persoonlijke boodschap of een tekening waar hij een paar seconden of een half uur aan spendeert, spreken we van een dédicace. Als de tekenaar het toestaat, signeert hij met tekening net zo graag op een los vel tekenpapier, in een fotoalbum of poëzieboek.
    Daar je een dédicace persoonlijk vraagt aan de tekenaar, draagt hij dat album officieel op aan jou. Het woord is dan ook schaamteloos gepikt van het Franse "dédicacer" = "opdragen aan". Je naam staat dus bij de tekening, samen met geijkte formules als "Van harte voor ...", "Met plezier voor ..." of andere beleefdheidsformules. Let wel, enkel de beleefdheidsformule of de paar extra woordjes bij zijn handtekening is ook een dédicace. Voor zijn werk bedank je 'm vriendelijk waarna je die tekening voor de rest van je leven koestert. Enkel ploerten of personen die van hun hobby een lucratief handeltje willen maken, verkopen een dédicace verder. Er bestaan zelfs verhalen over schurken die dat rechtstreeks doen achter de rug van de tekenaar of zelfs domweg voor zijn ogen. Geduld hebben geldzuchtigen ook al niet. Als een tekenaar het jou, eerlijke en stripminnende liefhebber/verzamelaar, moeilijk maakt door niet te willen signeren op losse vellen of zonder het op naam te zetten, dan heb je dat integraal te danken aan voornoemde pretbedervers.
     
  • Diptiek
    Duur woord voor een afgerond verhaal dat verteld wordt in twee afzonderlijke albums.
    Als voorbeelden nemen we Largo Winch door Francq en Jean Van Hamme en Charly door Magda en Lapière waarin elk nieuw verhaal netjes wordt uitgesmeerd over telkens twee delen.
    Vooral de laatste jaren verschijnen er meer en meer verhalen die niet meer in één enkel album verteld kunnen worden. De lezer blijft daardoor al te vaak verweesd achter met een te lang uitgesponnen inleiding en voorstelling van de verschillende figuren (vooral bij nieuwe reeksen) en een verplichte cliffhanger.
     
  • Doorbladeren
    Als je in een winkel een cover van een album ziet dat jou aanstaat, voel je je uitgenodigd om dat album eens van nabij te bekijken. Je koopt niet graag een kat in een zak en wil de tekeningen beter bestuderen. Daarom houd je je duim op de backcover en laat de bladzijden voor je neus open waaieren. In dat geval zorg je, als je niet voorzichtig bent (waarom zou je ook, het is geeneens jouw album) voor irritante kreuken op de backcover en soms ook nog eens op de cover door je andere hand. Want denk er aan dat een striplezer na jou niet graag een, nou ja, beschadigd of tweedehands ogend exemplaar in zijn collectie ziet en bijgevolg dat album niet zal willen hebben. De winkelier is daar de dupe van.
    Het is trouwens jouw goed recht om ook het verhaal te leren kennen alvorens tot aankoop of teruglegging over te gaan. Dat je bepaalde prentjes of een hele pagina leest, maakt van jou een bewuste consument. Maar als je een heel album ineens wil lezen — waarom zelfs niet op de grond, in de weg van àlle andere klanten in de winkel? — dan moet je niet opschrikken als een verkoper opmerkt dat "dit geen bibliotheek is".
     
  • Drager
    De materiële verschijningsvorm van een strip: een album, een tijdschrift, een poster,... Daarin bestaan verdere onderscheidingen naar (mat of gesatineerd) papier, karton en andere mogelijke publicatiematerialen.
     
  • Drieluik
    Een drieluik (ook wel trilogie genoemd) is een afgesloten verhaal of cyclus dat in drie afzonderlijke albums wordt verteld.
     
  • Duur
    Zijn strips duur? Maak eens het rekensommetje van alles wat je al over strips maken kent en tel er daarbovenop àlle andere kosten bij waar je soms geen weet van hebt. Wat volgt is een lijst waar je krankjorem van wordt:
    De soms een jaar lang durende arbeid van de auteur(s), het laten inkleuren door een studio of assistent, fotogravure- en DTP (layout)-kosten om getekende pagina's bruikbaar te maken voor druk, kosten voor vertaling, het drukken en inbinden van het album en de kaft, de kost van het papier en de bewerkingen van papier en kaft (mat, gesatineerd, gelijmd, genaaid,...), algemene kosten zoals administratie, personeel, informatica, juridische en financiële zaken, daarna verspreiding en transport van het album in alle verkoopspunten, promotie en marketing voor het album of de reeks, auteursrechten en de verplichte winst voor de uitgeverij en de stripwinkel. We vergeten allicht nog kleinere kosten onderweg.
    Het prijsverschil tussen softcovers en hardcovers zit 'm in de kostprijs en het beschikbare publiek. Het publiek dat HC's wil is behoorlijk kleiner dan het softcoverpubliek. De oplage, het totaal aantal HC's, ligt dus een pak lager dan het aantal gedrukte SC's. En aangezien de kostprijs voor een HC hoger ligt en gedeeld moet worden door een kleiner aantal exemplaren is dat een economisch-logische verklaring voor het prijsverschil.
    Vind je strips nog steeds duur? Teken eens zelf een strip en probeer 'm te laten uitgeven.

E
  • Ex-libris
    Van de oorspronkelijke betekenis van een ex-libris (meervoud ex-librissen) blijft niet veel meer over. Eigenlijk was een ex-libris een aan de binnenkant van een boek opgekleefd vignet waarop de naam van de eigenaar werd geschreven. Nog voor de uitvinding van de boekdrukkunst schreven de eerste 'bibliofielen' in Latijnse letters "unus ex-libris ..." (= "dit boek behoort toe aan ...") gevolgd door de naam van de bezitter. Sta ons even toe om nog wat meer historische feiten te geven, nu stripgerelateerd.
    Al decennia lang moeten striphandelaars hun klanten tevreden en trouw houden met kortingen, promoties, signeeracties en diverse meer terwijl de concurrentie om de hoek een ware prijzenoorlog voert. Een onhoudbare situatie. Zeker in grote steden waar meer dan één striphandelaar het stripaanbod bepaalt. In 1981 kwam de Brusselse stripzaak Schlirf Book op het idee om een gratis extraatje weg te schenken bij de aankoop van een bepaald album, specifiek naar aanleiding van het verschijnen van Inspecteur Canardo 1: Moord in de Berm. Op 150 exemplaren verscheen een kleine ex-libris in zwart-wit, genummerd en gesigneerd door de auteur, opgeplakt in de binnenkant van het album.
    Kort daarop — uiteraard kende deze marketingtruc een gigantisch succes — volgden andere, zeg maar àlle andere stripspeciaalzaken in Brussel hetzelfde voorbeeld. Voor nieuwe titels werden ex-librissen uitgegeven tussen de 50 en 400 exemplaren. In plaats van de toen toegestane concurrentiekortingen van 20% te geven voor albums zonder ex-libris, betaalde de klant de door de uitgever vastgelegde prijs voor albums mét ex-libris. Het publiek vroeg meer en ook de grote auteurs speelden het spel mee. Tegenwoordig zijn ex-librissen in zeer sterke mate bepalend voor de winst van veel Brusselse stripspeciaalzaken.
    In Frankrijk kenden ze al vanaf 1981 de door de wet Lang vastgelegde vaste boekenprijs waardoor dergelijke uitgavezottigheden zoals in België financieel niet rendabel leken. Het was pas in 1994 dat twee Parijse stripspeciaalzaken de handen in elkaar sloegen en gezamenlijk een ex-libris uitgaven om ten eerste het hoofd te bieden aan de supermarkten en grote ketens (same old story). Mœbius (voor het album Stel) en Boucq (voor Fré van der Mugge 3: De Tanden van de Haai) genoten de eer de eerste Franse strip ex-librissen te mogen maken.
    Meestal wordt een ex-libris gedrukt op kwaliteitsvoller papier dan de albumuitgave. De tekening komt meestal niet voor in het album en is dus specifiek gemaakt voor het ex-libris.
    In de loop der tijden evolueerde het ex-libris en concurreerden de stripspeciaalzaken als vanouds met zo origineel en creatief mogelijke uitgaves: grote formaten, zeefdrukken, als puzzel, schetsboekjes, losse bijgevoegde katernen, kalkvellen, T-shirtjes, postzegelvellen, een doos met originele bedrukking waarin het album past, metalen platen,... Van vastkleving in het album is al lang geen sprake meer en soms worden ex-librissen zonder bijhorend album verkocht en kadert het in een spaaractie of is het bedoeld voor een unieke gelegenheid.
    Later kwamen daar de niet-genummerde en niet-gesigneerde ex-librissen bij, meestal uitgegeven door de uitgever en op een hogere oplage (van 1000 tot ...). De collectie De Zwarte Loge kende een tijd lang mee ingebonden ex-librissen, getekend door een zogenaamde peter van het album. En van De Wraak van Graaf Skarbek verscheen een tweede editie mét setje van vier verschillende ex-librissen bij aankoop van het eerste album.
    Tevens is het ex-libris geëvolueerd van een gratuit klantenlokkertje met een kleine meerwaarde naar een gewild verzamelobject.

F



G
  • Gadget
    Een gadget is een klein, nutteloos voorwerp Made in Taiwan of China, meestal een prul dat niettemin een hogere verkoop teweeg brengt of dat beoogt. Het wordt ter promotie gratis weggeschonken bij albums die volgens marketingboys onder de aandacht mogen gebracht worden of als actie bij aankoop van meerdere albums van een reeks, collectie of uitgeverij. Vooral Dupuis is daar heel sterk in.
    Gadgets heb je er in alle soorten en maten, de ene al creatiever en geestiger van uitwerking dan de ander. Zo kennen we de kartonnen silhouetjes die je op sokkeltjes kan plaatsen, de nu uit de mode geraakte flippo's, stickers, afwasbare tattoeages, kleurplaten met verfstaaltjes, cd-roms, maar ook opblaasbare hamers, ineen te vouwen kartonnen draaimolens of huisjes, harlekijnpoppetjes, allerlei soorten 3D-objecten,... Vul zelf maar aan of mail het ons.
     
  • Gag
    De ware betekenis luidt eigenlijk dat een gag één bepaalde grappige situatie is in de loop van een verhaal. Maar algemeen wordt aangenomen dat een gag een los te lezen grap is, meestal verteld op één enkele halve of hele pagina, maar ook als strookjesstrip.
    Bekende voorbeelden zijn Guust Flater door Franquin, Bollie en Billie door Roba, Sjors en Sjimmie door een resem verschillende tekenaars (maar laten we vooral de Wiroja's er uit pikken).
    Gagreeksen worden gebundeld uitgegeven in één of meerdere albums. Meestal komt zo'n bundel tot stand nadat verscheidene of alle gags zijn voorgepubliceerd in een of ander (strip)tijdschrift waarin dus elke dag, week of maand een nieuwe grap moest verteld worden.
     
  • Gelijmd
    Van een gelijmde strip worden de katernen op elkaar gelegd die aan de linkerzijkant worden voorzien van een streepje lijm. Al die losse katernen op elkaar worden vastgehecht aan de binnenkant van de rug van de kaft die op zijn beurt voorzien is van een lijm- of waslaag. Daarna wordt deze bundel schoongesneden op het formaat van de albumuitgave. De rug van een gelijmde strip is meestal hoekig in plaats van afgerond.
    Dit is geen ideale manier van boekbinden want de pagina's laten snel los, afhankelijk van de kwaliteit van de lijm. Vooral oudere strips van Arboris zijn gelijmd. Zowel hardcovers als softcovers kunnen gelijmd zijn.
     
  • Genaaid,Gebonden
    Genaaide of gebonden strips bestaan uit aan elkaar genaaide of gebonden katernen. Volstaat deze uitleg? Neen. De verschillende katernen worden OP of IN elkaar gelegd en door de rugzijde letterlijk aan elkaar genaaid door middel van linnen of garen. Ofwel worden de verschillende katernen ineens aan elkaar genaaid (zoals vele hardcovers van Talent), ofwel wordt er genaaid per katern (zoals bijvoorbeeld De Duistere Steden door Schuiten en Peeters). De afzonderlijke katernen worden in dit laatste geval dan ingekleefd in de kaft en nog eens aan elkaar genaaid waarna ze op het formaat van het album worden schoongesneden. De rug van een genaaide strip is meestal hoekig in plaats van afgerond.
    Deze manier van inbinden is veel duurzamer en krijg je zonder belachelijk en nutteloos machtsvertoon niet meer van elkaar. Zowel hardcovers als softcovers kunnen genaaid/gebonden zijn.
     
  • Geniet
    Nieten is de goedkoopste vorm van inbinden. De voorwaarde is dat de verschillende katernen IN elkaar geschoven worden waarna twee of meer nietjes doorheen de rug van de katernen én de kaft worden geslagen. Niet alleen is het goedkoop, maar ook stevig. Nadeel is dat de nietjes na verloop van ettelijke jaren kunnen roesten en sporen nalaten op het papier. Vooral bij oudere strips merk je dat. Dit hangt ook af van de manier waarop strips in een verzameling worden bewaard uiteraard. De rug van een geniete strip is meestal afgerond in plaats van hoekig... hey, eigenlijk heeft een geniete strip geen rug! De cover en backcover liggen namelijk vlak naast elkaar.
    De voorbeelden die iedereen al wel eens gelezen heeft, zijn de oudere strips van De Rode Ridder of Bessy.
    Enkel softcovers kunnen geniet zijn. Hardcovers hebben een te dikke of zware kartonnen kaft waar geen nietjes doorheen kunnen geslagen worden. Het zou ook niet professioneel ogen.
     
  • Genre
    Misschien denk je wel dat we jou voor een idioot houden door zelfs hier een begrip van te maken, maar dit dient enkel als inleiding voor de verschillende noemenswaardige en te onderscheiden stripgenres met een woordje uitleg, kenmerken, voorbeelden en vooroordelen. Klik dus snel verder naar actie, alternatief, auteursstrip, avonturen, detective, erotisch, fantasy, historisch, humor, jeugd, sciencefiction, striproman, thriller, volwassen.
    Uiteraard bestaan er onnoemelijk veel genreoverschrijdende albums of reeksen. Sciencefictionelementen die in een klassieke avonturenstrip opduiken bijvoorbeeld en in welke hedendaagse actiestrip komt er nu geen erotische scène voor, hmm? Nog andere verhalen halen net het beste en meest verrassende uit genreoverschrijdende elementen. In nogal wat gevallen kan dat gekunsteld, gezocht of te gemaakt overkomen of verrast het in die mate dat het grote publiek het niet lust.
    In de voorgestelde genres — die soms op elkaar lijken — gaat het daarom voornamelijk over de te onderscheiden elementen van het genre.
     
  • Genummerd
    Vooral luxes en ex-librissen of al wat vast en los hangt in een beperkte oplage worden gretig voorzien van cijfertjes. Een nummering bestaat steeds uit twee cijfers: het ene om het unieke nummer te bepalen, het andere om de totale beperkte oplage aan te tonen. Het voorbeeld 19/200 verzekert jou van exemplaar 19 van in totaal 200 uitgegeven wat-dan-ooks.
    Als er van een bepaald genummerd album een extra luxe-uitgave is, krijgt de genummerde oplage meestal een afwijkende Romeinse nummering. Het aantal is nog beperkter dan de gewone nummering uiteraard.
    Daarnaast bestaat er ook nog eens een nummering buiten handel, al of niet in Romeinse letters, meestal als HC afgekort naar analogie van Franse nummeringen: HC = hors commerce. Deze nummering is voorzien voor exemplaren die bestemd zijn om auteurs, medewerkers en bevoorrechte verzamelaars te plezieren of te bedanken.
    Van alle uitgaves van Arcadia bestaan voorbeelden van alle bovenstaande nummeringen.
    "Genummerd" en "gesigneerd" zijn twee termen die meestal aan elkaar klitten zoals twee bronstige honden, maar dat is nochtans niet altijd zo. Vergis je niet: de nummering wordt zeer zelden, zeg maar nooit, uitgevoerd door de auteur.
     
  • Gesatineerd
    Het papier van een album dat niet mat is, moet wel gesatineerd zijn. Het is een duurder soort papier, maar ziet er ook mooier en verzorgder uit. De tekeningen en — vooral — de kleuren komen beter tot hun recht. Bekendste voorbeeld zijn zowat alle strips van Talent.
    Nadeel aan gesatineerde pagina's is de weerkaatsing van het licht als je een strip onder een lamp of in de zon leest. Je bent dan verplicht om je album in een bepaalde hoek te lezen... of je gaat zitten in de schaduw of in de kelder.
     
  • Gesigneerd
    Speciale uitgaves zoals luxes en ex-librissen worden wel eens en masse en aan de lopende band gesigneerd door de auteur(s). Dat is niet meer of minder dan de handtekening van de tekenaar en/of schrijver. Hoe bekender de naam of reeks van de auteur, hoe waardevoller de signering, zeker na de dood — wij kunnen er ook niets aan doen — van de auteur. Een gesigneerd album, maakt het verhaal of de tekeningen van het album niet noodzakelijk beter of slechter. Duurder dus wel.
    Op heuse signeersessies zet een auteur graag of met tegenzin zijn handtekening in een door jouw gekocht of meegenomen album. Als hij die handtekening opluistert met een persoonlijke aanspreking tekening waar hij een paar seconden of een half uur aan spendeert, spreken we van een dédicace.
     
  • Goot
    Wellicht kregen tal van auteurs ooit de opmerking dat ze met hun 'tekeningskes' en 'zotte mannekes' wel in de goot zullen belanden want wat brengt dat nu op, zeg?! Maar in deze rubriek slaat een goot op de tussenruimte tussen de verschillende plaatjes. In 99% van de gevallen is die wit. In het andere geval is het een andere kleur of is deze tussenruimte een getekend of ondersteunend onderdeel van de plaat geworden. De Onnoembaren bijvoorbeeld is gedrukt op een zwarte bladspiegel wat de zwarte, cynische, sarcastische en bijtende humor versterkt.

H
  • Hardcover
    Afgekort HC. Zo wordt een album doorgaans omschreven als het een harde kaft heeft. Een hardcover kan genaaid, gelijmd of gebonden zijn, nooit geniet. De kaft van een hardcoveralbum kan geplastificeerd zijn of gewoon mat.
    Hardcovers zijn duurder dan softcovers omdat het publiek dat HC's wil behoorlijk kleiner is dan het softcoverpubliek. De oplage, het totaal aantal HC's, ligt dus een pak lager dan het aantal gedrukte SC's. En aangezien de kostprijs voor een HC hoger ligt en gedeeld moet worden door een kleiner aantal exemplaren is dat een economisch-logische verklaring voor het prijsverschil.
     
  • "Hoeveel is dit waard?"
    Een andere veelgestelde vraag is dit. Meestal zie je dan €-tekens in de ogen van de vraagsteller. Specifiek wordt deze vraag gesteld om de marktwaarde te weten te komen van bepaalde eerste drukken, luxes, antiquarische strips of zelfs misdrukken.
    Stripcatalogussen zoals die van Hans Matla of Peter Bonte zijn een grote hulp en een veel geciteerde bron om een eventuele prijs te bepalen. Maar wat ontzettend veel 'vergeten' wordt is dat de vermelde prijzen ENKEL gelden voor exemplaren in nieuwstaat tot zeer goede staat: zonder kreuken, vlekken, naam geschreven op het eerste blad, los zittende pagina's, plakband op de rug,... want daarmee daalt de waarde van het album. Het zijn bovendien richtprijzen, geen door het ministerie van binnenlandse zaken vastgelegde, wettelijke prijzen.
    Prijsbepaling is sterk afhankelijk van ouderdom, zeldzaamheid en populariteit.
    Het beste, maar ook irritantste antwoord dat je kan geven op deze vraag is het volgende: "Het is zoveel waard als de gek er voor wil geven" waarbij de grootste gek de hoogste prijs vraagt/betaalt.
     
  • Hors-cadre
    Alles wat zich buiten het kader (van het beeld) bevindt. Ontzettend veel Vlaamse krantenstrips verschenen braafjes in twee strookjes per dag waarbij twee maal twee strookjes een hele strippagina in album vulden. Zelden was er dynamiek te bespeuren buiten de omkadering van de stroken. Een hors-cadre maakt zo'n strookje nochtans ietsje dynamischer en minder beknepen.
    Voorbeelden zijn een slingerende arm, been of voet, een scheurende auto, een opstijgend vliegtuig, you name it: al wat een moment lang 'buiten beeld' komt en niet wordt weggegomd, maar netjes wordt geïnkt en afgewerkt.
     
  • Hors-champ
    Omvat het hors-cadre en het intern hors-champ. Het is alles wat buiten beeld blijft: zowel wat buiten het kader van het plaatje valt, als wat binnen het kader niet getekend wordt. Alles wat niet zichtbaar is voor de lezer.
    Intern hors-champ: Alle elementen binnen het kader van het beeld, die op een of andere manier aan het oog van de lezer worden onttrokken.
    Ja, we begrijpen hier ook geen zak van, hoor...

I
  • Integrale
    Een integrale bundelt meerdere albums uit één en dezelfde stripreeks in één enkel album. Da's zowat het grootste verschil met een verzamelalbum dat ook een bepaald album kan bundelen met albums van een andere reeks.
    Een integrale poogt een volledige tot dan toe verschenen stripreeks in één enkele bundel te proppen, maar bij veel reeksen bestaan uiteraard meer dan drie tot pakweg zes verschenen verhalen die te bundelen zijn.
    Vooral uitgeverij Lekturama staat gekend als een fervente bundelaar. Zo kennen we de wreed chique integrale bundelingen van Kuifje, Suske en Wiske Asterix, Guust Flater, Lucky Luke, Douwe Dabbert, Sjors & Sjimmie,... Ook Dupuis heeft van enkele topreeksen een integrale bundeling: Buck Danny, Lucky Luke, Guus Slim,... Bij Casterman loopt een integrale bundeling van De Koene Ridder.
    De covers van integrales zijn meestal speciaal voor deze uitgave gemaakt wat het geheel toch een meerwaarde geeft.
    In Frankrijk bestaat een veel grotere traditie om integrales uit te geven. Meestal zijn die min of meer beperkt in oplage (de markt is ook veel groter) en is het karakter exclusiever: bijvoorbeeld van een integrale bundeling van Trollen van Troy zit er een slot met beenderen omheen de kaft. Het nadeel is dat je als verzamelaar veel geld moet uitgeven want daar hebben ze er een handje van weg om na elk nieuw verschenen deel van een bepaalde reeks een nieuwe, 'ultieme' integrale uit te geven. Zo houdt het nooit op, hè.

J
  • Jonge Jaren
    Als een bepaalde reeks een bepaalde mate van succes en populariteit heeft opgebouwd, wordt al snel gedacht aan een spin-off van de reeks. Een van die, meer door marketing dan door creativiteit ingegeven ideeën, is een verhalencyclus over de jonge jaren of de jeugd van een of meerdere van de hoofd- of bijfiguren.
    Enkele voorbeelden zijn Op zoek naar de Tijdvogel (lees de Jonge Jaren-cyclus rond hoofdfiguur Bolster), Blueberry, Roodbaard, Robbedoes (waarvan de Jonge Jaren-versie De Kleine Robbe in grote mate de populariteit van de hoofdreeks overtreft), Lanfeust van Troy (onderga Kids van Troy), Suske en Wiske (ook al klopt dat helemaal niet want in de hoofdreeks ontmoette het duo elkaar pas op latere leeftijd!) en daarmee houdt het nu en in de toekomst niet op.

K
  • Kader
    De omtrek van het plaatje, de omlijning. De meeste tekenaars gebruiken daarvoor een lat. Tekenaars met meer zin voor een losse tekenstijl (zoals Sfar) nemen het niet zo nauw en trekken met de vrije hand een levendig, soms bibberig kader. Niet elk plaatje is uiteraard omlijnd. Het heeft de totale paginalay-out een frissere en minder zware indruk.
     
  • Kaft
    De kaft is het geheel van de cover, backcover en rug van een album. De kaft is doorgaans op zwaarder papier of kartin gedrukt dan het binnenwerk van het album en is ofwel een hardcover of softcover, meestal enkel bedrukt op de rectozijde. De kaft is mat of gesatineerd.
     
  • Kameleon
    De eigenschappen van de kameleon, het dier, hebben weinig uitstaans met de omschrijving van een kameleontekenaar. Hij verandert heus niet van kleur als je 'm in een vijandige omgeving zet. Een kameleontekenaar is iemand die zeer snel en quasi perfect de tekenstijl van een leermeester of van een reeks die eerst door een andere tekenaar werd gemaakt, kan adapteren.
    Het meest voor de hand liggende voorbeeld is Bob de Moor, die als assistent van Hergé feilloos diens Klare Lijn onder de knie had terwijl hij voor zijn krantentstrip Snoe en Snolleke (later omgedoopt in Johan en Stefan) moeiteloos een stijltje à la Willy Vandersteen hanteerde. De tekeningen van Cori de Scheepsjongen doen dan weer erg denken aan Alex van Jacques Martin. En bij wie anders kon de uitgeverij aankloppen om na de dood van Edgar P. Jacobs het onvoltooide tweede deel van De 3 Formules van Professor Sato van Blake en Mortimer te laten afwerken? Die andere bewonderenswaardige kameleon moet wel Dirk Stallaert zijn. Nino deed nog heel erg denken aan Kuifje en als assistent van opeenvolgend Marc Sleen en thans Merho wist hij zelfs het beste uit hún tekenstijlen naar boven te halen.
    Ook als de tekenaar op onafhankelijke basis werkt zonder assistent te zijn van een andere tekenaar en er toch opvallend verschillende tekenstijlen op nahoudt, spreken we van een kameleon... Of is hij gewoon multi-getalenteerd?
    Voorbeelden zijn Mourier (Askell de Waterwereld én Trollen van Troy) en Jean Giraud (Blueberry, zeer sterk beïnvloed door Girauds vroegere leermeester Jijé trouwens) die onder zijn pseudoniem Mœbius een heel ander tekenuniversum binnentrad. Daardoor kreeg hij onder andere vaste voet in Hollywood en de filmbusiness.
    Kameleons kan je misschien verwijten geen eigen creatieve inbreng te hebben of een slaafse navolger te zijn van een bepaalde tekenstijl, maar wat weet jij daar nu van? Walthéry bijvoorbeeld, een ex-leerling van Peyo, zei dat er niets zo moeilijk is als het tekenen van een smurf, hoe bedrieglijk eenvoudig die er ook uit ziet.
     
  • Katern
    Neem een blaadje papier en vouw het in twee. Bravo, je hebt nu een katern in handen. Afhankelijk van de grootte van je vel papier kan je steeds verder plooien. Een dubbelgevouwen A3-vel (297 mm x 420 mm) levert jou een vierzijdig A4-katern (210 mm x 297 mm) op, recto verso bedrukt. Een A2-vel (420 mm x 594 mm) twee keer dubbelgeplooid levert jou eveneens een A4-boekje op met acht bladzijden, maar dit katern moet je dan wel nog lossnijden langs de boven- of onderkant om de plooi los te maken.
    Een katern bestaat dus steeds uit minstens vier bladzijden of alle veelvouden daarvan. Vandaar dat een album doorgaans 48 pagina's beslaat. Oudere albums zoals bijvoorbeeld van Dupuis of Lombard, maar net zo goed nieuwe, langere (auteurs)verhalen bevatten 52, 56, 60, 64 pagina's of meer. Een gemiddeld katern bij een uitgeverij bestaat uit een vel van 16 recto verso bedrukte bladzijden. 3 x 1 katern van 16 pagina's = 1 album van 48 pagina's. A4 is niet noodzakelijk de standaard afmeting van een strip.
    Albums met maar één katern komen zelden voor omdat de grootte van een te plooien vel papier ook zijn beperkingen heeft. Een strip bevat dus meerdere katernen. Een kaft wordt meestal op zwaarder papier of karton gedrukt en vormt een afzonderlijk katern dat afzonderlijk wordt bedrukt.
    Als je meerdere katernen IN elkaar vouwt, schoonsnijdt en voorziet van een paar nietjes heb je al een album. Meerdere katernen OP elkaar worden aan elkaar vastgehecht door middel van lijm (vastgekleefd aan de binnenkant van de kaft), linnen of garen. Hoe meer katernen, doe duurder een album wordt want het vereist meer afwerking en bovendien is papier al niet goedkoop.
    Als we het hebben over een extra katern (waarin extraatjes zoals schetsen, een interview, info of reclame voor een of ander bedrijf of vereniging staan), bedoelen we dat er aansluitend of voorafgaand op het eigenlijke stripverhaal van x aantal pagina's een x aantal extra pagina's staan.

L
  • Leesritme
    Niets anders dan het leestempo van de lezer. Onbewust wordt hij daarin geleid door het verhaalritme die de auteur bepaalde. Pagina's met veel tekst (moeten we Blake en Mortimer als voorbeeld geven) kennen een veel lager leesritme dan actievolle, tekstloze pagina's.
    Gemiddeld zit een striplezer aan een half uurtje per strip van 48 pagina's. Als je daarom in een recensie of promotionele tekst leest dat een bepaald album jou een uurtje ontspanning biedt, mag je dat beschouwen als nietszeggende onzin... ofwel is het een lezer die rrrrrrrrrruuuuuuuiiiiiiiimmmmmmmeeeeeee aandacht besteedt aan de tekeningen.
     
  • Lettering
    Het schrijven in inkt of verf van de teksten in tekstballonnen of tekstkaders. Tegenwoordig gebeurt dat meer machinaal (met de computer dus) dan ambachtelijk (met de hand, ja). Het is ook wel een vervelend kwarweitje en een schrijffout is snel gemaakt als je er de hele tijd met je neus op zit.
    Toch bewaren sommige auteurs een mate van originaliteit bij het letteren van hun eigen strips. Hislaire (= Yslaire) bijvoorbeeld gebruikt voor de originele Franse editie van zijn stripreeks Frommeltje en Viola een verschillend lettertype PER personage. Kim Duchateau dan weer houdt er een eigen, prettige kalligrafie op na.
     
  • Luxe
    Ter wille van fans, verzamelaars of uit geldbejag worden te pas en te onpas luxes op de markt gegooid. Dat zijn ofwel exclusieve en/of afwijkende edities van bestaande albums ofwel op zichzelf staande uitgaves met soms verhalen die daarmee voor het eerst in album verschijnen. Ze worden uitgegeven door de uitgeverij, striphandelaars of particulieren. Steeds met toestemming van de auteur(s).
    Luxes worden uitgegeven naar aanleiding van een evenement (de verjaardag van een stripwinkel bijvoorbeeld), een signeersessie, een stripfestival, een bijzonder album (het nummer 50 of 100 of de zoveelste verjaardag van een reeks of hoofdfiguur) of gewoon naar aanleiding van elk nieuw album zoals bijvoorbeeld Suske en Wiske, Blake en Mortimer, XIII.
    Een luxe is meestal genummerd en/of gesigneerd en wordt uitgegeven in een beperkte oplage van een tiental exemplaren tot een paar duizend. Meestal betreft het een hardcover, eventueel met wikkel.
    De verschillen tussen allerhande luxes zijn al net zo verscheiden als dat er tekenaars bestaan. De ene luxe is niet meer dan een iets duurdere genummerde (hardcover)editie van een bestaand album, eventueel met een nieuwe cover. De andere luxe op groot formaat bevat dan weer een ex-libris of extra katern met schetsen en voorstudies.
    Dit zijn nog wat potentiële kenmerken en specificaties van luxe-versies: afwijkende formaten (van klein tot supergroot), een bestaand verhaal in potloodvorm, een uitgave in zwart-wit of in kleur met nieuwe cover, een uitgave met een van de originele platen of stroken, een rug of de gehele kaft in linnen, een uitgave met extra's zoals een beeldje of poppetje in 3D of andere objecten, voorwerpen, zeefdrukken,... Je kan het zo gek niet bedenken (een baksteen, we zeggen maar wat...) of het is geïntegreerd in een luxe.
    Luxes worden gekocht of verzameld om het exclusieve karakter van de uitgave. Meestal worden luxes namelijk maar één keer in die vorm uitgegeven. Aangezien het om een nog beperktere oplage gaat dan een eerste druk zijn luxes dikwijls zeer gegeerd. Al snel is een luxe van bepaalde populaire reeksen uitverkocht waarna die her en der opduikt aan hogere prijzen.
    Hoewel luxes soms waanzinnig duur zijn en het extra karakter of de ambachtelijke fabricage van de uitgave soms niet in verhouding is tot de prijs, kunnen luxes op een vaste klantenkring rekenen. Zeker als het om uitgaves gaat van populaire reeksen. Met de prijs van een luxe kan je in veel gevallen eigenlijk al de gehele stripreeks kopen in de reguliere editie.
    Begrijp ons niet verkeerd, onze kritiek is ongegrond als het om écht waardevolle luxe-uitgaves gaat. Goeie voorbeelden moet iedereen maar voor zichzelf uitmaken. Wij hechten ons alvast aan... (eindeloze lijst geschrapt uit zelfbehoud).

 

M
  • Mainstream
    Anglicisme dat zoveel wil zeggen als 'commerciële strip'. Het zijn reeksen die een zo groot mogelijk publiek willen aanspreken in zoveel mogelijk leeftijdscategorieën, van 7 tot 77 jaar als het ware. De oplage is in vergelijking tot andere reeksen een significant veelvoud dat soms in de honderdduizenden exemplaren per titel loopt.
    Op mainstreamstrips wordt wel eens meewarig neergekeken door stripliefhebbers die er een andere, naar hun mening meer gecultiveerde smaak op na houden. Zij vergeten dat ze hun strips hebben leren kennen/waarderen/lezen door dit soort commerciële strips.
    Mainstreamstrips zorgen ook voor een flink deel in de omzet, het budget en de winst van een uitgeverij. Het laat de uitgeverij toe om desgewenst te investeren in (promotie voor) nieuwe en jonge talenten... die op hun beurt misschien ooit zelf tot een mainstreamreeks uitgroeien.
    Voorbeelden zijn Suske en Wiske, Kuifje, De Blauwbloezen, Asterix, Thorgal, Largo Winch, Lucky Luke, XIII,...
     
  • Marge
    De (meestal witte) niet vol getekende ruimtes aan de rand van een plaat.
    Vooral in fantasy- en sciencefictionstrips willen auteurs over het beste van hun kunnen stoefen door twee naast elkaar liggende pagina's helemààl vol te tekenen. Het levert dikwijls prachtige spreads op.
     
  • Mat
    Kaften van albums die geen plastificatiebehandeling kregen, zijn mat. Vergelijk het gerust met foto's die je laat afmaken. De matte zijn de minst glanzende. Het bekendste voorbeeld zijn de oudere Jommekes. Voel het verschil, ook in je portemonnee.
    Ook het papier van een album is meestal mat. Het grootste voordeel (naast de lagere kostprijs voor de drukker) is dat het minder licht weerkaatst als je een strip onder een lamp of in de zon leest. Weerkaatsing krijg je wel met gesatineerd papier. Ga daar eens zien wat dat is.
     
  • Marketing
    De verzamelnaam voor alles wat met promotie, verkoop, bekendmaking, reclame,... van, voor of over een reeks, auteur, uitgeverij en diverse zaken meer te maken heeft.
    Tussen de regels door of soms zeer expliciet wordt in bepaalde gag- of stripreeksen (bijvoorbeeld De Boss door Bercovici en Gilson) wel eens lacherig gedaan over marketingmensen en -managers omdat ze bijvoorbeeld weinig kennis van zaken hebben over het product dat ze willen aan de man brengen, maar ook omdat hun drijfveren soms weinig te maken hebben met creativiteit en meer met het commerciële aspect. En tekenaars zijn kunstenaars, meneer! Nochtans danken we aan marketing onder andere ook de voorpublicatie in kranten en tijdschriften, de befaamde kartonnen silhouetten, promotiefolders en flyers, affiches, gratis gadgets bij albums en al wat verzamelaars doet watertanden of wild van afgunst maakt omdat een ander het wel heeft en zij niet. En da's nie eerlijk!
     
  • Misdruk
    Een misdruk is een album dat in de loop van het druk- of afwerkingsproces een fout heeft opgelopen. Dat kan een verwisseld katern zijn, twee keer eenzelfde katern en een ontbrekend katern, binnenwerk dat omgekeerd is ingebonden in de kaft, binnenwerk in een kaft van een andere reeks, ontbrekende pagina's, verkeerde kleurscheidingen, inktvlekken, opzichtige strepen op de cover of het papier, machinaal omgeplooide pagina's, verkeerd gesneden pagina's,...
    Als je zo'n exemplaar net in je bezit hebt, is het raadzaam om die zo snel mogelijk in de winkel van aankoop terug te brengen en te laten omwisselen. Dit zijn namelijk albums die per ongeluk verspreid zijn geraakt en eigenlijk vernietigd hadden moeten worden. Maar maak jezelf niets wijs: een misdruk is letterlijk waardeloos (op enkele zeer zeldzame uitzonderingen na). Iemand die je wat anders wijsmaakt is een leugenaar.
     
  • Montage
    Het combineren of verbinden van verschillende plaatjes. Verschillende prentjes kunnen in elkaar overvloeien of je ziet verschillende bewegingen van een bepaalde figuur in één enkele prent. Ook populair is de montage van verschillende voertuigen naast elkaar om aan te geven dat een personage een hele reisweg moet afleggen met behulp van verschillende voertuigen. Of je ziet een kleiner prentje (meestal een detail) OP of IN een grotere prent (met meer decor of een belangrijke situatie) staan. Variaties genoeg.

N

O
  • One-shot
    Afgerond verhaal dat verteld wordt in één enkel album. Een one-shot bevat meestal meer pagina's dan het gemiddeld aantal pagina's van een doorsnee album van dezelfde uitgeverij.
     
  • Onomatopee
    Populaire term op allerhande kenniskwissen. De gevorderde stripkenner onderscheidt zich van de beginnende striplezer door feilloos een verklaring te kunnen geven. En die luidt als volgt: een onomatopee is een klanknabootsing.
    Omdat een strip vooralsnog geen lees- en luisterspektakel is, al of niet met DTS of dolby surround geluid, moet een tekenaar de klank of het geluid van een ontploffing, slippende auto, dichtslaande deur, geklop op een deur of venster, uitschuiver over een bananenschil (een klassieker, meneer!), angstkreet, vuistslag of geblaf van een hond nabootsen met een combinatie van een of meerdere letters van ons alfabet. In respectievelijke volgorde van bovenstaande voorbeelden zijn dat: BOEM (of BAOEM), IIIIIIIIIIIIIIIIIII, BAM, TOK TOK TOK, TIK TIK TIK, ZWIIIIEEEEP, AAAAAAH of AAAAARGH of IIIIIIIIIII (hadden we die al niet?) of EEK als het een Suske en Wiske is, KLAP of BONK, WOEF WOEF WAOEF of WIF WIF WIF als het een keffertje betreft.
    Doe nu zelf de oefening en maak wat kapot, laat iets vallen of geef een kneep aan je kleine zusje. Probeer de door de voorwerpen of personen geproduceerde geluiden in letterklanken weer te geven. Mail ons gerust je experimenten.
     
  • Oogpunt
    Het fictieve punt van waaruit een beeld ‘gezien’ wordt. Naar analogie van de film ook wel camerastandpunt genoemd. Het oogpunt hangt nauw samen met het waargenomen perspectief dat de auteur als trucje aanwendt om het oogpunt te verleggen of te manipuleren. Hoe dan ook: perspectief is zowel in het echte leven als in de getekende versie ervan ALTIJD aanwezig, ook al klopt de getekende versie niet altijd. Dat hangt af van de techniek en het talent van de tekenaar.

    Originele plaat
  • Een gemiddelde strip bestaat uit 48 pagina's. Elk van die pagina's moet eerst getekend worden door de tekenaar. Dat doet hij eigenhandig op grote vellen papier of licht karton met potlood, daarna met pen, penseel, stift, rechtstreeks in aquarel of verf of wat dan ook voor tekenmateriaal. Alle pagina's worden ingescand om verder te bewerken op de computer en klaar te zetten voor druk. Normaal gezien (het was ooit anders) blijven de vellen papier in het bezit van de tekenaar. Er bestaat van elk van die pagina's maar één enkele versie van de uiteindelijke gedrukte pagina. Die ene versie noemen we een originele plaat.
    Als de tekenaar een extra centje wil verdienen of op vraag van een fortuinlijke stripfan en zijn werk niet per sé in een museum wil zien hangen of in zijn eigen archief laat rond slingeren, dan verkoopt hij wel eens een originele plaat. Of voor de uitgave van een peperdure luxe stelt hij alle originele platen van een verhaal ter beschikking (van verschillende Nero's bijvoorbeeld).
    Op de stripmarkt, in stripwinkels, op veilingsites of veilingen verwisselen originele platen van eigenaar voor sommen van tientallen euro's (onbekende/onbeminde tekenaars) tot honderdduizenden euro's... per plaat! In het laatste geval gaat het dan ook om vruchten van overbekende toptekenaars als Hergé en Franquin.
    In vroeger tijden werd er veel slordiger omgesprongen met originele platen. Jijé reageerde eens ziedend nadat hij tot de ontdekking kwam dat verschillende van zijn originele platen, die op de redactie van het weekblad Robbedoes lagen, door stagiairs en assistenten gebruikt werden om hun inkleurtechnieken uit te proberen. Van Wasterlain (Dokter Zwitser, Sarah Spits) is geweten dat hij een lek in zijn dak stopte met rondslingerende originele platen. In Amerika dan weer vochten verschillende comictekenaars een jarenlange juridische strijd om hun originele platen van de uitgeverij terug te krijgen. Tot dan was het de gewoonte dat de platen in het bezit bleven van de uitgeverij.
    Een ander minder fraai feit is dat er op tentoonstellingen of uit archieven van uitgeverijen originele platen worden gestolen om daarna te belanden bij privé-verzamelaars. Voor de gebalde vuist weg kunnen we drie slachtoffers noemen van wie origineel werk gestolen werd:Willy Vandersteen, Henk Kuijpers (Franka) en Maurice Tillieux (Guus Slim). Fournier (Robbedoes en Kwabbernoot, Bizu, De Kannibrallen) had ook eens een smeekbede op verschillende Franse stripsites laten plaatsen om svp enkele originele platen terug te geven die van hem werden gestolen op een tentoonstelling. Dat bericht werd later ingetrokken. De platen waren gewoon verkeerd opgestuurd door de organisators en belandden een paar weken later alsnog bij de tekenaar.
     

P
  • Plaat
    Een hele strippagina die zowel op het origineel kan slaan als op een reproductie in album of voorpublicatie. Een plaat bestaat meestal uit drie of vier verschillende stroken met verschillende plaatjes. Omdat een tekenaar gemiddeld anderhalve tot twee keer groter tekent dan op het uiteindelijke gedrukte formaat, tekent hij meestal op twee aparte vellen papier die hij dan monteert met plakband tot één enkele plaat.
    Bij de term "Originele plaat" hebben we meer te vertellen.
     
  • Plaatindeling
    De manier waarop de plaatjes op een plaat geordend zijn. We spreken ook van de lay-out van een plaat.
     
  • Plaatje
    Plaatje of prentje. Onderdeel van een plaat. Doorgaans een rechthoekig kadertje met een getekend beeld.
     
  • Plastificatie
    Als extra bescherming (tegen hoofdzakelijk krassen) voor de kaft van een album wordt er een plastieken folie over de cover en backcover gespannen en vastgekleefd. De kaft krijgt daardoor een 'blinkende' of glanzende schijn. De kwaliteit daarvan is vooral de laatste jaren sterk verbeterd waardoor de folie minder snel loslaat in de hoeken of de rug. In principe kan je die folie los trekken van de kaft. Het resultaat is wel een beschadigd album, sterk in waarde verminderd en met witte sporen op de kaft. Niet doen, dus.
    Ondertussen is deze extra toevoeging voor de uitgeverij betaalbaar geworden waardoor er al eens geëxperimenteerd kan worden met plastificatie door middel van uitsparingen of enkel plastificatie op bepaalde delen van de cover.
    Zeer mooie voorbeelden daarvan zijn de albums uit de collectie De Zwarte Loge van Glénat met vlekjes plastificatie. Ook de meer recente uitgaven van de Nederlandse uitgever Silvester plastificeert meer en meer bepaalde delen van de cover (de reekstitel bijvoorbeeld en het hoofdpersonage).
    Kaften die niet zijn geplastificeerd zijn mat.

Q


R
  • Recto
    De voorkant van een blad papier. Als je die omdraait heb je de verso-kant. Een recto verso is dus één enkel blad.
     
  • Ritme
    Het ritme wordt bepaald door de plaatjes op een plaat (verhaalritme) en de snelheid van het lezen (leesritme). De hoeveelheid plaatjes, het aantal vertelkaders en tekstballonnen (dialogen) en de lengte en moeilijkheid van die dialogen plus de paginaopbouw of lay-out zijn meebepalend voor het ritme.
     
  • Rug
    Een rug is het gedeelte van een kaft dat zichtbaar is als je je albums rechtopstaand hebt uitgestald in een kast of op boekenplanken. Omdat albums nu meer dan vroeger worden gelijmd of genaaid, waardoor je een hoekige rug hebt, is er ruimte voor relevante gegevens zoals de reeksnaam, de titel en nummer van het album, de auteur(s), de uitgeverij en eventueel de collectienaam + eventueel het nummer van het album in die collectie.
    De rug van een luxe-editie kan uit wit, rood of donkerkleurig linnen bestaan.
    Samen met de cover en backcover vormt de rug de kaft van een album.
S
  • Scenarist, Scenarioschrijver, Scenario
    Een scenarist is de schrijver en bedenker van het verhaal. In grote mate (of in samenspraak met de tekenaar) bepaalt hij wat er gebeurt en wat er te zien is om een zo vlot en begrijpbaar mogelijk verhaal te kunnen vertellen. Hij schrijft ook de dialogen uit die in de tekstballonnetjes of tekstkadertjes moeten. Het grootste misverstand dat over een scenarist de ronde doet, is dat zijn taak zich beperkt tot het effectief schrijven van de lettertjes in de tekstballonnetjes.
    De ene scenarist is al netter en punctueler dan de andere. Hij schrijft zijn verhalen in één keer (zoals Cauvin) of in verschillende stukken (zoals Tome en Martin Lodewijk dat voor Storm deed). Het eerste geval laat minder ruimte over voor creativiteit, improvisatie of zijsprongen, maar levert wel rechtlijnigere, duidelijkere en makkelijker te volgen verhalen op. In het tweede geval kan een scenarist nog bijschaven nadat een tekenaar de eerste platen al getekend heeft of ziet hij plots andere verhaalmogelijkheden. Het nadeel is dat het einddoel soms via een nutteloze omweg wordt bereikt of dat een scenarist de hoofdlijn van een verhaal uit het oog verliest.
     
  • Schutbladen
    De pagina's die de kaft met het binnenwerk van het boek verbinden.
     
  • Script
    1. Handgeschreven letters die eigenlijk typografische letters nabootsen. Het script heeft niet het vloeiende van het handschrift (de letters worden niet aan elkaar vast geschreven) en geeft relatief weinig informatie over de individuele hand die de tekens heeft gevormd. Tegenwoordig gebeurt dat op de computer waardoor je vaak uniforme handgeschreven lettertypes tegen komt.
    2. Het uitgewerkte draaiboek dat de scenarist aan een tekenaar bezorgt. Dat draaiboek dient als handleiding en bevat alle richtlijnen voor het uittekenen van de strip: beschrijvingen van locaties, personages en handelingen, de tekst voor dialogen en vertelkaders en de regie van een strip (met camerastandpunten, -hoogte en –bewegingen).
     
  • Signering
    Kijk eens bij "gesigneerd" wat we daarover lulden.
     
  • Softcover
    Afgekort SC. Zo wordt een album doorgaans omschreven als het een zachte of slappe kaft heeft. Een softcover kan geniet, gelijmd, genaaid of gebonden zijn. In zowat alle gevallen is de kaft van een album op steviger, kartonachtig papier gedrukt. Pas wanneer de kaft niet meer plooibaar of buigzaam is, spreken we van een hardcover. De kaft van een softcoveralbum kan geplastificeerd zijn of gewoon mat.
     
  • Spin-off
    Een 'uitvinding' door marketingmensen en door de steeds ongeduldiger wordende vraag van lezers naar meer, méér, MEER om een bepaalde succesvolle reeks nog meer uit te melk-, euh, uit te diepen. Meestal nemen andere tekenaars dan de oorspronkelijke tekenaar van de hoofdreeks een spin-off voor hun rekening (en die van hun opdrachtgevers).
    Een beproefde spin-off vorm is de Jonge Jaren van een of meerdere hoofd- of bijfiguren. Andere methodes bestaan in de vorm van verhaalsituaties die in een aparte spin-off nader toegelicht worden of vanuit een ander vertelstandpunt verteld worden.
    Van Lanfeust van Troy bestaan bijvoorbeeld de spin-offs Trollen van Troy (dat verteld over een stam trollen, lang voor de eigenlijke hoofdreeks Lanfeust van Troy), maar ook de op stapel staande spin-off Veroveraars van Troy (over de voorgeschiedenis van de planeet Troy). Bovendien bestaat eveneens de Jonge Jaren-spin-off Kids van Troy.
    Een ander voorbeeld van een hoofdreeks die leidde naar meerdere spin-offs is Donjon door Trondheim en Sfar en een reeks gasttekenaars. Naast de hoofdreeks Donjon Zenit bestaan reeds de spin-offs Donjon Ochtendgloren (over de voorgeschiedenis van de slottoren), Donjon Avondschemer (over het verval van de slottoren) en later komen daar nog bij Donjon Monsters (over losse gebeurtenissen van bepaalde bijfiguren) en Donjon Parade (met gebeurtenissen tussen deel 1 en 2 van Donjon Zenit).
    Als je alle spin-offs bij elkaar neemt van Lanfeust of Donjon spreken we over een universum, zijnde het Troy-universum of het Donjon-universum dus.
     
  • Spread
    Klap een album open op een willekeurige pagina. Als je dan je ogen tegelijkertijd houdt op die pagina en de pagina er naast, kijk je niet alleen lichtjes of compleet scheel, maar je kijkt ook naar een spread. Twee naast elkaar liggende pagina's dus.
     
  • Spreekballon
    Zie ze vliegen bij tekstballon.
     
  • Strook
    Een strook bestaat uit plaatjes die naast elkaar staan en dezelfde hoogte hebben.
     
  • Strookjesstrip / Stop-comic
    Een strookjesstrip of stop-comic lees je elke dag in de krant, gesteld dat je een krant leest. Het zijn gags of grappen die in gemiddeld 3 tot 4 prentjes in één enkele strook verteld zijn. Meestal vervolgen strookjesstrips niet. Hoogstens zijn er de volgende dagen variaties op dezelfde grap of in dezelfde situatie te lezen. Wel zijn de hoofdpersonages over het algemeen steeds dezelfde wederkerende personages, maar niet noodzakelijk elke dag opnieuw of tegelijk acterend.
    Bekende voorbeelden zijn Garfield, Hägar de Verschrikkelijke, Casper en Hobbes, Sigmund en DirkJan.
 
T
  • Tekenstijl
    De manier waarop de tekenaar zijn afbeeldingen grafisch vorm geeft. De tekenstijl kan beschreven worden aan de hand van een aantal tegenstellingen: figuratief versus abstract, gedetailleerd versus vereenvoudigd, licht versus donker, realistisch versus komisch,... Hoe meer tekenaars, hoe meer evolutie, invloeden en hoe meer verschillende tekenstijlen er dus zijn.
    Soms zijn er gelijkenissen te bespeuren in de tekenstijl van een groep tekenaars. Meer uitleg daarover vind je bij het begrip "school". En breek ons de bek niet open over de Klare Lijn!
     
  • Tekstballon / Spreekballon
    Da's dus die omlijnde ruimte waarin de uitspraken van een bepaald personage staan. Een lus of haakje wijst steeds naar het personage die de gevleugelde woorden uitspreekt.
     
  • Tekststrook / Tekstkader
    Omlijnde ruimte (meestal rechthoekig) met tekst. Deze heeft het karakter van een voice over en geeft het commentaar van de verteller weer, hetzij de (neutraal vertellende) auteur of zogezegd een van de personages. De tekststrook staat meestal linksboven in de prent.
    Voorbeelden zijn er bij de vleet: "Even later", "De volgende dag", "Ondertussen",...
    Vandersteen was in dit geval een meesterverteller want op zowat alle pagina's van zowat al zijn reeksen kwamen tekstkaders voor die enkel maar bestonden uit tekst, hier en daar verlucht met kleine silhouetjes of kleine tekeningetjes. En wie kan zich een Blake en Mortimer voorstellen zonder de veelvuldige tekstkaders die precies vertellen wat je als lezer al in het prentje kan zien... dat bovendien soms nog eens in een bijkomende tekstballon wordt geformuleerd. Redundantie ten top! Zo lezen we in het tekstkadertje in het vijfde prentje van pagina 7 van Het Gele Teken "Bevend wijst de Yeoman op de deur van de toren van de kroonjuwelen" waarna we de Yeoman naar de deur zien wijzen waarbij hij zegt: "Kijk!!!... De deur!!!..." waarop een soldaat zegt: "Hij is open!!!..." Vind je dit niet schitterend?
     
  • Trilogie
    Een veelgebruikte term voor een veelgebruikt fenomeen in de strip- en filmwereld. Een trilogie (ook wel drieluik genoemd) is een verhaal dat verteld wordt in drie afzonderlijke delen en die dus na elkaar één enkel geheel vormen.
    Leuk voorbeeld dat op misverstanden kan rekenen is De Chninkel van Grzegorz Rosinski en Jean Van Hamme. Oorspronkelijk verscheen dit afgeronde verhaal in één enkel kloek stripalbum. Maar de ingekleurde herdruk werd gesplitst uitgegeven in drie verschillende albums. Als ander voorbeeld nemen we graag de trilogieklassieker De Eeuwige Oorlog (collectie Vrije Vlucht) door Vlaming Marvano en Amerikaan Haldeman... dat nochtans een vervolgtrilogie kreeg met Een Nieuw Begin. Oké, laten we het dan maar houden op SOS Geluk door Griffo + Van Hamme in de collectie Vrije vlucht. De bekendste filmtrilogie is uiteraard The Lord of the Rings.
    Afgeronde verhalen van meer dan drie delen, noemen we (of althans de uitgeverijen) een cyclus. Meestal houdt dat ook in dat er na een eerste cyclus een volgende cyclus kan verschijnen en daarna misschien nóg een.

U
 

 

V
  • Verhaalritme
    De manier waarop een auteur zijn verhaal verknipt en in afzonderlijke plaatjes toont. Hier komt lay-out aan te pas. Niet te verwarren met leesritme.
     
  • Verso
    De achterkant van een blad papier. Als je die omdraait heb je de recto-kant. Een recto verso is dus één enkel blad.
     
  • Verzamelalbum
    Een verzamelalbum bundelt meer dan één album of stripverhaal in één enkel album. Lombard heeft een tijd lang van enkele stripreeksen bundelingen gemaakt, bijvoorbeeld van Hans, Chlorophyl, Meneer Edouard, Dommel, Rik Ringers,... tot zelfs bundelingen van telkens een album uit drie verschillende reeksen (de collectie StripTrio). Ook de zogenoemde Familiestripboeken en Vakantieboeken van bijvoorbeeld Suske en Wiske en Kiekeboe vallen onder de noemer verzamelalbums.
    Het onderscheid met een integrale moet je daar maar lezen.
    Maar onder verzamelalbums verstaan we nog het best een bundeling van chronologisch op elkaar volgende striptijdschriften. De bekendste en nog steeds verschijnende verzamelalbums zijn die van Robbedoes dat telkens een heel trimester van verschenen Robbedoes-weekbladen bundelt in één enkele hardcoveruitgave. Ook van Kuifje en 't Kapoentje verschenen verzamelalbums. Nederland heeft daar door het systeem van leesportefeuilles geen langlopende traditie in, uitzonderingen als Titanic en Wordt Vervolgd (een Casterman-uitgave onder Nederlandse redactie) buiten beschouwing gelaten.
     
  • Visueel rijm
    Bepaalde vorm van montage waarbij een zelfde beeld (plaatje) op verschillende platen terugkomt.
     
  • Voorplat
    Minder gebruikt synoniem van "cover".
     
  • Voorpublicatie
    België heeft een beroemd verleden op het gebied van striptijdschriften en -bijlages: Bravo, Robbedoes, Kuifje, 't Kapoentje, ... In de jaren 30, 40 en beginjaren 50 waren striptijdschriften de belangrijkste bron van inkomsten voor een auteur. Een albumpublicatie was gewoon een extraatje die meestal in geen al te grote oplages werden gedrukt. Daardoor zijn al die eerste drukken ook zo zeldzaam en duur. In Vlaanderen was er dan weer een grotere krantentraditie die tot op de dag van vandaag en die van morgen stand houdt.
    In zowel striptijdschriften als kranten verschenen/verschijnen strips in voorpublicatie. Dit wil zeggen dat er nog geen album van is gemaakt tot wanneer in principe het verhaal is afgelopen in het medium van voorpublicatie. Pas daarna verschijnt er — in de meeste gevallen — een album van het verhaal. Lezers die de voorpublicatie lezen, lezen het verhaal dus in première.
    Het grootste verschil met vroeger is dat de auteurs eertijds werden betaald per pagina of verhaal door het striptijdschrift of krant. Tegenwoordig past een voorpublicatie eerder in het marketingplaatje. Met name Dupuis (voorpublicaties in De Gazet van Antwerpen, Het Belang van Limburg, Metro) en Dargaud/Lombard (De Morgen) bieden strips ter voorpublicatie aan waarvoor zij ook hun deel betalen, of door middel van een ruilovereenkomst (een actie met een gratis strip bijvoorbeeld), omdat het een vorm van reclame is.

W
  • "Wanneer verschijnt...?"
    Wellicht de meest gestelde vraag aan een striphandelaar waarbij de drie puntjes worden opgevuld door een stripreeks naar keuze. Eeuwige klassiekers zijn de reeksen XIII, Largo Winch en Thorgal.
    Vroeger was bij die reeksen enige regelmaat te ontwaren, maar door de drukke bezigheden die populariteit met zich meeneemt, komt die regelmaat wel eens in het gedrang. De laatste jaren verschijnt nochtans om de twee jaar een Thorgal in de periode oktober/november (toevallig kort voor de Boekenbeurs in Antwerpen). Een nieuwe Largo Winch verschijnt traditioneel elk jaar of om de twee jaar in juni.

X
  • XIII
    Het is niet de bedoeling om van elke stripreeks een apart begrip te maken. Daar bestaan andere sites voor, zoek ze zelf maar via Google of zo. Maar om jezelf of andere striplezers die je kent te besparen voor enig uitlachen achter je rug, wilden we toch eens de correcte uitspraak van deze stripreeks in je kop prenten.
    XIII is een samenstelling van oud-Romeinse getallen: X = 10, I = 1.
    X + I + I + I = XIII = 10 + 1 + 1 + 1
    XIII is dus uit te spreken als "Dertien", en niet (zoals verschillende striphandelaars over de laatste jaren al aan de kassa hebben opgetekend) "ieks, ie ie ie" of erger nog "ksiiiiiiiiii". Het is een spraakverwarring waar de uitgeverij zich ook bewust van is want de geplande titel van deel 8: Dertien tegen Een heette oorspronkelijk XIII tegen I. Voluit zou dat dus XIII 8: XIII tegen I geweest zijn. Wat zou dat geweest zijn aan de kassa?
    Om die reden moet je de reeks XIII in veel stripwinkels of stripcatalogussen dan ook alfabetisch zoeken onder de letter D. Bij anderen dan toch onder de X. Wijs hen eens op die fout, wil je?

Y



Z